

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is maandagochtend.
De zon schijnt, maar het is koud.
Meneer De Vries staat bij de bushalte.
Hij heeft een warme jas aan.
De jas is donkerblauw en hij voelt de zachte stof.
De stof is zacht en warm.
Hij wacht op de bus naar zijn werk.
De bus komt niet.
Meneer De Vries kijkt op zijn telefoon.
Het is al acht uur.
De bus is laat.
Hij hoort de wind door de bomen.
De bladeren maken een zacht geluid.
Het geluid is rustig, bijna als muziek.
Hij ziet een vrouw met een hond.
De hond is bruin en wit.
De hond blaft.
De vrouw zegt: "De bus komt niet, denk ik." Meneer De Vries zucht.
Hij moet naar zijn werk.
Hij loopt naar het station.
Het station is groot en druk.
Daar staan veel mensen.
Iemand zegt: "De treinen rijden niet goed vandaag." Meneer De Vries wordt een beetje boos.
Hij wil niet te laat komen.
Hij belt zijn baas.
Zijn baas zegt: "Het is oké, kom maar later." Meneer De Vries voelt zich beter.
Hij gaat koffie drinken bij een café.
Het café ruikt naar koffie en brood.
De geur is sterk en lekker.
De koffie is warm en lekker.
Hij ziet een oude vriend.
De vriend heet Kees.
Kees zegt: "Hé, wat doe jij hier?" Meneer De Vries vertelt over de bus.
Kees lacht.
"Ik heb hetzelfde probleem," zegt Kees.
"Mijn auto is stuk." Ze praten over het weer en over hun werk.
Kees vertelt over zijn auto.
De auto is oud en maakt een raar geluid.
Het geluid klinkt als een brom.
Meneer De Vries drinkt nog een kop koffie.
De koffie is zwart en warm.
Hij voelt de warmte in zijn handen.
De warmte is prettig.
Na een uur gaat meneer De Vries weer naar de bushalte.
De bus is er nog niet.
Hij wacht nog tien minuten.
De zon is nu hoger, maar het is nog koud.
Dan komt er een bus.
De bus is vol met mensen.
Meneer De Vries stapt in.
Hij staat dicht bij de deur.
De bus rijdt langzaam door de stad.
Bij elke halte stappen er mensen uit.
Meneer De Vries kijkt uit het raam.
Hij ziet een man met een fiets.
De man fietst snel.
De bus stopt vaak.
Het duurt lang.
Meneer De Vries denkt: "Ik ben blij dat ik koffie heb gedronken." Na veertig minuten komt hij bij zijn werk.
Hij is een uur te laat.
Zijn collega's zeggen: "Hallo, fijn dat je er bent." Meneer De Vries gaat aan zijn bureau zitten.
Hij drinkt nog een kop koffie.
De dag is moeilijk begonnen, maar nu gaat het goed.
Hij werkt tot vijf uur.
Dan gaat hij naar huis.
De bus is op tijd.
Hij zit rustig.
Hij leest een boek.
Het boek gaat over een man op reis.
Thuis eet hij soep.
De soep is warm en smaakt naar groenten.
Hij is moe, maar tevreden.
Hij denkt: "Vandaag was een rare dag, maar ik heb koffie gedronken en Kees gezien.
Dat was fijn.
En de koffie was warm en lekker.
De dag begon slecht, maar eindigde goed.
Soms is dat genoeg." Morgen is er weer een dag.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze