

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een rustige zaterdagmiddag.
De zon scheen door het keukenraam en ik dacht: ik ga iets lekkers maken.
De zon maakte de keuken warm en ik hoorde de vogels buiten.
De vogels zongen vrolijk in de boom naast het huis.
Ik zette water op voor thee en pakte twee koppen uit de kast.
De koppen waren blauw met witte bloemetjes.
De bloemetjes waren klein en mooi.
Mijn vriendin, Sanne, zat in de woonkamer te lezen.
Ik hoorde haar bladeren omslaan.
Het was een gewone dag, maar dat zou snel veranderen.
Ik opende de koelkast en keek naar binnen.
De koelkast was koel en ik rook een beetje ui.
De geur van ui was sterk, maar niet vies.
Er stond een glazen kom met wat eruitzag als appeltaart.
De bovenkant was bruin en een beetje korstig.
Het leek precies op de appeltaart die Sanne vorige week had gebakken.
'Lekker,' dacht ik.
'Sanne heeft gisteren vast appeltaart gebakken.' Ik had trek in iets zoets, dus ik pakte een lepel uit de la.
De lepel was van metaal en glom in het licht.
Het licht van de zon viel op de lepel en maakte hem bijna wit.
Zonder er verder over na te denken, schepte ik een grote hap in mijn mond.
Het smaakte... vreemd.
Het was zout, niet zoet.
De zoute smaak verraste me meteen.
En er zaten stukjes in die ik niet herkende.
Ik kauwde langzaam en probeerde te bedenken wat het was.
De smaak was vies, een beetje bitter.
De bittere smaak bleef in mijn mond hangen.
Toen voelde ik iets hards tussen mijn tanden.
Het was een klein, hard stukje.
Ik spuugde het uit op een bord.
Het was een klein, vies stukje uienschil.
De uienschil was geel en bruin en zag er oud uit.
Mijn maag draaide zich om.
'Wat is dit?' riep ik naar Sanne.
Mijn stem klonk schril en hoog.
Ze kwam de keuken inlopen, met een nieuwsgierige blik op haar gezicht.
Haar haren zaten een beetje in de war.
Ze had net haar boek neergelegd.
'Wat bedoel je?' 'Dit,' zei ik, terwijl ik naar de kom wees.
'Wat is dit voor eten?' Sanne keek naar de kom, toen naar mij, en begon te lachen.
'Oh, dat is het eten voor de compostbak,' zei ze.
'Ik had het niet weggegooid.
Het is oude groentesoep die ik wilde laten afkoelen.' Ik voelde mijn gezicht rood worden.
Ik had per ongeluk oude groentesoep gegeten, die eruitzag als appeltaart.
De soep was een dikke, bruine massa geworden.
Het leek echt op taart, maar het was vies en oud.
De geur van ui was nu duidelijker.
Sanne kon niet stoppen met lachen.
'Je at het op alsof het een dessert was,' zei ze.
'Je moet beter kijken, lieverd.' Haar ogen glommen van het lachen.
Ze schudde haar hoofd en lachte nog harder.
Ik voelde me dom en vies tegelijk.
Mijn mond had nog steeds de rare smaak van oude groente en uien.
Die smaak wilde niet weggaan.
Ik spoelde mijn mond met water, maar het hielp niet veel.
Het water was koud en ik spoelde twee keer.
Het water maakte de smaak niet weg.
Sanne gaf me een glas sinaasappelsap om de smaak weg te krijgen.
'Volgende keer ruik je eerst,' zei ze lachend.
Ze gaf me ook een handdoek om mijn mond af te vegen.
De handdoek was zacht en wit.
Later die dag kon ik erom lachen, maar op dat moment was het een grote schok.
Het was zo'n typisch menselijke fout: je ziet iets dat er goed uitziet, maar je controleert het niet.
Nu weet ik: kijk goed voordat je eet.
En vraag altijd aan je vriendin wat er in de koelkast staat.
De koelkast kan verrassingen hebben.
Die verrassingen zijn niet altijd lekker.
Ik heb er een goede les van geleerd.
Soms lijkt iets op iets lekkers, maar is het iets heel anders.
Het leven zit vol verrassingen, en niet alle verrassingen zijn lekker.
Maar gelukkig kan ik er nu om lachen.
Volgende keer maak ik zelf appeltaart, zodat ik zeker weet wat ik eet.
Ik denk aan die zaterdag en ik glimlach.
Het was een domme fout, maar ook een grappig verhaal.
De zon scheen nog steeds en de vogels zongen.
Het was een dag om niet te vergeten.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze