

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Koffie?
SOPHIE: Ja, lekker.
Koffie is altijd goed.
Koffie is warm en lekker.
DAAN: Doe mij ook.
Koffie is warm.
Koffie maakt mij wakker.
RICK: Ik lees een artikel.
Het is een leuk artikel.
SOPHIE: Waar gaat het over?
Vertel eens.
RICK: Over vaders en moeders.
Over vader met verlof.
DAAN: Wat staat er?
Is het interessant?
RICK: Vader met verlof is goed.
Dat staat er.
Het is waar.
SOPHIE: Voor wie?
Voor de vader of voor de moeder?
RICK: Voor de moeder.
En voor de vader.
Voor iedereen.
DAAN: Hoe dan?
Hoe is dat goed?
RICK: Moeder verdient meer geld.
Vader is thuis.
Vader zorgt voor het huis.
SOPHIE: Echt waar?
Mijn vriendin werkt ook meer.
Zij is blij.
DAAN: Mooi.
Vader helpt thuis.
Mijn buurman is thuis.
Hij zorgt voor de kinderen.
SOPHIE: En moeder werkt meer.
Mijn zus werkt elke dag.
Zij is manager.
RICK: Precies.
Iedereen is blij.
Vader is thuis, moeder werkt.
DAAN: Heb jij een kind?
Ik ben nieuwsgierig.
SOPHIE: Ik heb een zoon.
Hij is klein.
Hij is drie jaar.
RICK: Leuk.
En jij, Daan?
Vertel eens.
DAAN: Ik heb twee kinderen.
Een zoon en een dochter.
Zij zijn groot.
SOPHIE: Gaan zij naar school?
Elke dag?
DAAN: Ja, zij gaan naar school.
Elke dag.
Zij leren veel.
RICK: Mooi.
Vader met verlof helpt.
Mijn broer is thuis.
Hij heeft een baby.
SOPHIE: Dus vader is thuis?
Mijn man is ook thuis.
Hij kookt.
DAAN: Ja, vader zorgt voor huis.
En voor de kinderen.
Hij maakt schoon.
RICK: En moeder werkt op kantoor.
Zij verdient geld.
Veel geld.
SOPHIE: Dat is goed voor ons.
Voor man en vrouw.
Voor het gezin.
DAAN: Wij werken allemaal.
En wij drinken koffie.
Koffie is lekker.
RICK: Ja, en wij drinken koffie.
Lekkere koffie.
Warme koffie.
SOPHIE: Lekker.
Nog een kop?
Ik schenk nog een kop in.
DAAN: Graag.
Zwart.
Geen suiker.
Zwarte koffie is het beste.
RICK: Ik ook.
Het is koud.
Koffie maakt warm.
Koffie is een warme vriend.
SOPHIE: Buiten regent het.
Het is nat.
De regen is koud.
DAAN: Maar hier is het warm.
En droog.
Binnen is het fijn.
RICK: En wij hebben koffie.
Warme koffie.
Dat is fijn.
SOPHIE: En wij praten over werk.
Over vader en moeder.
Over het gezin.
DAAN: En over vader met verlof.
Het is interessant.
Ik leer veel.
RICK: Het is een leuk onderwerp.
Ik lees er graag over.
Het is belangrijk.
SOPHIE: Ja, ik vind het interessant.
Mijn zoon is klein.
Hij speelt met vader.
DAAN: Ik ook.
Vader is thuis.
Mijn vriend is thuis.
Hij is blij.
RICK: Dan is moeder vrij.
Zij werkt meer uren.
Zij verdient meer.
SOPHIE: En zij verdient meer geld.
Dat is fijn.
Voor het gezin.
DAAN: En zij verdient meer geld.
Voor het gezin.
Voor de kinderen.
RICK: Een goed plan.
Voor iedereen.
Voor vader, moeder en kind.
SOPHIE: Voor man en vrouw.
En voor de kinderen.
Zij zijn gelukkig.
DAAN: En voor de kinderen.
Zij zien vader.
Vader is thuis.
RICK: De kinderen zien vader.
Dat is goed.
Vader speelt met hen.
SOPHIE: Dat is fijn.
Mijn zoon speelt met vader.
Zij spelen buiten.
DAAN: Ja, vader is er.
Hij helpt met huiswerk.
Hij leest voor.
RICK: Ik ga naar huis.
Het is tijd.
Tijd om te rusten.
SOPHIE: Om voor de kinderen te zorgen?
Of om te rusten?
RICK: Nee, ik heb geen kind.
Ik ga rusten.
Ik ben moe.
DAAN: Maar jij werkt hard.
Elke dag.
Hard werken is vermoeiend.
RICK: Ja, ik werk elke dag.
Hard werken.
Koffie helpt.
SOPHIE: En jij drinkt veel koffie.
Elke dag.
Koffie is jouw vriend.
RICK: Ja, dat is waar.
Koffie is mijn vriend.
Koffie geeft energie.
DAAN: Koffie is goed.
Het geeft energie.
Het maakt wakker.
SOPHIE: Zeker.
Nog een beetje?
Ik heb nog koffie.
RICK: Nee, ik stop.
Dank je.
Ik ga naar huis.
DAAN: Ik ook.
Tijd voor werk.
Tot later.
Tot de volgende keer.
RICK: Tot de volgende.
Alle verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze