

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo, ik ben Rick.
Ik ga je een verhaal vertellen.
Dit verhaal is rustig.
Dit verhaal is zacht.
Je mag je ogen sluiten.
Je mag ontspannen.
We gaan samen naar Amsterdam.
We gaan samen op een bootje.
Het bootje vaart op de gracht.
De gracht is het water in de stad.
Het water is stil.
Het water is mooi.
Je staat nu bij het water.
Je staat op de kant.
De kant is de plek naast het water.
Je kijkt naar het bootje.
Het bootje is klein.
Het bootje is wit.
Het bootje ligt stil in het water.
De zon schijnt.
De zon is warm op je gezicht.
Je voelt de warmte.
De warmte is fijn.
Je stapt in het bootje, je voeten raken het hout.
Het hout is glad, het hout is een beetje warm van de zon.
Je gaat zitten, de bank is zacht, de bank is groen.
Je legt je handen op de rand van het bootje.
De rand is glad.
De rand is warm.
Het bootje begint te bewegen.
Het bootje gaat langzaam.
Het bootje vaart over het water.
Het water is groen.
Het water is stil.
Je ziet het water bewegen.
Het water maakt kleine golfjes.
De golfjes zijn zacht.
De golfjes maken een geluid.
Het geluid is rustig.
Je kijkt om je heen.
Je ziet de huizen.
De huizen staan langs het water.
De huizen zijn oud.
De huizen zijn mooi.
Sommige huizen zijn rood.
Sommige huizen zijn bruin.
Sommige huizen zijn grijs.
De huizen hebben grote ramen.
De ramen glinsteren in de zon.
Glinsteren betekent dat ze licht geven.
Het licht is mooi.
Het bootje vaart verder.
Het bootje gaat onder een brug door.
De brug is van steen.
De steen is oud.
De steen is koud.
Je voelt de schaduw van de brug.
De schaduw is koel.
De schaduw is aangenaam.
Aangenaam betekent dat het fijn voelt.
Dan komt het bootje weer in de zon.
De zon is warm.
De zon is zacht.
Je hoort geluiden.
Je hoort het water.
Het water klotst tegen het bootje.
Klotsen is het geluid van water.
Het geluid is zacht.
Het geluid is regelmatig.
Regelmatig betekent dat het steeds hetzelfde is.
Je hoort vogels.
De vogels zitten op de daken.
De daken zijn de bovenkanten van de huizen.
De vogels zingen.
Het zingen is zacht.
Het zingen is mooi.
Het bootje vaart langzaam.
Er is geen haast.
Haast betekent dat je snel moet zijn.
Maar hier is geen haast.
Hier is tijd.
Hier is rust.
Je ademt diep in.
De lucht is fris.
De lucht ruikt naar water.
De lucht ruikt naar bloemen.
Ergens staan bloemen op een balkon.
Een balkon is een klein terras aan een huis.
de bloemen zijn rood de bloemen zijn mooi je ziet een andere boot de boot is groter de boot heeft mensen de mensen zwaaien zwaaien betekent dat ze hun hand bewegen je zwaait terug je glimlacht De boot vaart voorbij.
Het water beweegt een beetje.
Het bootje wiegt.
Wiegen betekent zacht heen en weer bewegen.
Het wiegen is rustgevend.
Rustgevend betekent dat het je kalm maakt.
Het bootje vaart langs een park.
Het park is groen.
Er staan bomen in het park.
De bomen zijn groot.
de bomen zijn oud de bladeren bewegen in de wind de wind is zacht de wind is warm je hoort de bladeren de bladeren maken een zacht geluid het geluid is als fluisteren fluisteren is heel zacht praten.
Je sluit je ogen een moment.
Je voelt de zon.
Je voelt de wind.
Je voelt het bootje bewegen.
Het bootje gaat langzaam.
Het bootje gaat rustig.
Je hoort het water.
Je hoort de vogels.
Je hoort de stad.
De stad is niet luid.
De stad is zacht.
De stad is ver weg.
Je opent je ogen weer.
Je ziet een eend.
De eend zwemt in het water.
De eend is bruin.
De eend is kalm.
De eend zwemt naast het bootje.
De eend kijkt naar je.
Dan zwemt de eend weg.
De eend gaat naar de kant.
Daar zijn meer eenden.
De eenden zijn samen.
De eenden zijn rustig.
Het bootje vaart verder.
Je ziet een café.
Het café staat aan het water.
Mensen zitten buiten.
De mensen drinken koffie.
De mensen praten.
De stemmen zijn zacht.
De stemmen zijn vriendelijk.
Iemand lacht.
De lach is warm.
De lach is mooi.
Het bootje vaart voorbij het café.
De mensen worden kleiner.
De stemmen worden zachter.
Je ziet de lucht.
De lucht is blauw.
Er zijn een paar wolken.
De wolken zijn wit.
De wolken bewegen langzaam.
De wolken veranderen van vorm.
Vorm is hoe iets eruitziet.
ENJe kijkt naar de wolken.
Een wolk lijkt op een hond.
Een andere wolk lijkt op een bloem.
De wolken zijn mooi.
De wolken zijn rustig.
Het bootje vaart onder een andere brug.
Deze brug is smal.
ENSmal betekent niet breed.
De brug is van hout.
Het hout is donker.
Je hoort voetstappen op de brug.
Iemand loopt over de brug.
De voetstappen zijn zacht De voetstappen gaan weg Het wordt stil Het bootje komt weer in de zon Je voelt je ontspannen Ontspannen betekent dat je niet gespannen bent Je schouders zijn zacht Je handen zijn zacht Je adem is rustig.
Je ademt in.
Je ademt uit.
De adem gaat rustig.
De adem gaat regelmatig.
Het bootje beweegt met je adem.
Het bootje is rustig.
Het bootje is zacht.
Je ziet een tuin.
De tuin is aan het water.
De tuin is klein.
Er staan planten in de tuin.
De planten zijn groen.
Er zijn bloemen.
De bloemen zijn geel.
De bloemen zijn paars.
Een vlinder vliegt rond de bloemen.
De vlinder is oranje.
De vlinder is mooi.
De vlinder vliegt weg.
De vlinder gaat naar een andere bloem.
Het water is helder.
Helder betekent dat je er doorheen kunt kijken.
Je ziet de bodem.
De bodem is de onderkant van het water.
Er liggen stenen op de bodem.
De stenen zijn grijs.
Er zwemmen kleine visjes.
De visjes zijn snel.
De visjes glinsteren.
De visjes zijn mooi.
Je kijkt naar de visjes.
De visjes zwemmen weg.
Het bootje vaart langs een groot huis.
Het huis is oud.
Het huis heeft veel ramen.
De ramen zijn hoog.
De ramen hebben mooie vormen.
Boven de deur is een steen. Op de steen staan cijfers. De cijfers zijn oud. De cijfers zeggen wanneer het huis is gebouwd. Het huis is heel oud. Het huis is mooi. Het huis vertelt een verhaal. Je hoort een klok. De klok slaat. De klok zegt hoe laat het is. De klok slaat drie keer.
Het is drie uur.
De klok klinkt zacht.
De klok klinkt ver weg.
Het geluid gaat over het water.
Het geluid wordt zachter.
Het geluid verdwijnt.
Het wordt weer stil.
Het bootje vaart langs een boom.
De boom staat aan het water.
De boom is groot.
De takken hangen over het water.
Takken zijn de armen van de boom.
De bladeren raken het water.
Het water beweegt zacht.
De boom geeft schaduw.
De schaduw is koel.
De schaduw is aangenaam.
Het bootje vaart door de schaduw.
Dan komt het bootje weer in de zon.
Je ziet een fiets.
De fiets staat op de brug.
De fiets is rood.
De fiets heeft een mand.
In de mand liggen bloemen.
De bloemen zijn wit.
De bloemen zijn mooi.
Iemand heeft de fiets daar neergezet.
De fiets wacht.
De fiets is geduldig.
Geduldig betekent dat je rustig kunt wachten.
Het water ruikt fris.
Het water ruikt schoon.
Je ademt de geur in.
De geur is aangenaam.
De geur is rustgevend.
Je sluit je ogen weer.
Je voelt de zon op je gezicht.
De zon is warm.
De warmte is zacht.
De warmte gaat in je huid.
Je huid wordt warm.
Je voelt je warm.
Je voelt je goed.
Het bootje maakt een bocht.
Een bocht is een draai.
Het bootje gaat naar links.
Je ziet een nieuwe gracht.
Deze gracht is smaller.
ENHet water is stil.
Er zijn minder boten.
Het is rustig hier.
Het is stil hier.
Je hoort alleen het water.
Je hoort alleen de vogels.
Je hoort je eigen adem.
Er staat een bankje aan het water.
Het bankje is groen.
Op het bankje zit een oude vrouw.
De vrouw heeft wit haar.
De vrouw leest een boek.
De vrouw kijkt op.
De vrouw ziet het bootje.
De vrouw glimlacht.
Jij glimlacht terug.
De vrouw gaat verder met lezen.
Het bootje vaart verder.
De vrouw wordt kleiner.
Je ziet een kat.
De kat zit op een vensterbank.
Een vensterbank is de plek onder een raam.
De kat is zwart.
De kat ligt in de zon.
De kat slaapt.
De kat is helemaal ontspannen.
De poten van de kat zijn uitgestrekt.
Uitgestrekt betekent langgemaakt.
De kat ademt rustig.
De kat droomt misschien.
De kat is gelukkig.
Het bootje vaart heel langzaam nu.
Het water is heel stil.
Je hoort het bootje bijna niet.
Je hoort het water zacht bewegen.
Je hoort je eigen adem.
Je adem is rustig.
Je adem is diep.
Je ademt in door je neus.
Je ademt uit door je mond.
De adem is warm.
De adem is zacht.
De zon staat lager nu.
De zon gaat langzaam naar beneden.
Het licht wordt zachter.
Het licht wordt goudkleurig.
Goudkleurig is de kleur van goud.
Het is een warme gele kleur.
Het licht maakt alles goudkleurig. De huizen zijn goudkleurig.
Het water is goudkleurig.
Het bootje is goudkleurig.
Alles glanst zacht.
Je ziet een bloem in het water.
De bloem drijft.
Drijven betekent op het water liggen.
De bloem is roze.
De bloem is mooi.
De bloem beweegt zacht met het water.
Het bootje vaart langs de bloem.
De bloem blijft drijven.
De bloem gaat zijn eigen weg.
De bloem is vrij.
De bloem is rustig.
Er komt een zwaan.
Een zwaan is een grote witte vogel.
De zwaan zwemt rustig.
De zwaan heeft een lange nek.
De nek is gebogen.
De zwaan is elegant.
Elegant betekent mooi en sierlijk.
De zwaan zwemt langs het bootje.
De zwaan kijkt naar je.
De ogen van de zwaan zijn donker.
De zwaan is kalm.
De zwaan zwemt verder.
Het bootje vaart langs een muur.
De muur is oud.
De muur is van steen.
Op de muur groeit mos.
Mos is een groene plant.
Het mos is zacht.
Het mos is vochtig.
Vochtig betekent een beetje nat.
De muur vertelt verhalen.
De muur is heel oud.
De muur heeft veel gezien.
De muur is stil.
De muur is geduldig.
Je hoort muziek.
De muziek komt van ver weg.
Iemand speelt piano.
De piano klinkt zacht.
De muziek is mooi.
De muziek is rustig.
De noten drijven over het water.
Noten zijn de klanken van muziek.
De muziek komt dichterbij.
Dan gaat de muziek weer weg.
De muziek wordt zachter.
De muziek verdwijnt.
Het wordt stil.
Het bootje vaart onder een wilgenboom.
Een wilgenboom is een boom met lange takken.
De takken hangen naar beneden.
De takken raken het water.
Je voelt de bladeren.
De bladeren strelen je gezicht.
Strelen betekent zacht aanraken.
De bladeren zijn zacht.
De bladeren zijn koel.
Het is mooi onder de boom.
Het is stil onder de boom.
Je ziet de reflectie in het water.
Reflectie is de spiegeling.
Je ziet de huizen in het water.
Je ziet de lucht in het water.
Je ziet de bomen in het water.
Alles is dubbel.
ENDe wereld boven het water, de wereld in het water.
Beide werelden zijn mooi.
Beide werelden zijn rustig.
Beide werelden zijn hetzelfde.
Het bootje vaart langs een klein bruggetje.
Het bruggetje is van hout.
Het hout is wit geverfd.
Geverfd betekent dat er verf op zit.
De verf is een beetje oud.
De verf bladdert een beetje.
Bladderen betekent dat het eraf komt.
Maar het bruggetje is mooi.
Het bruggetje is lief.
Het bruggetje is als speelgoed.
De lucht wordt zachter.
De zon gaat verder naar beneden.
De schaduwen worden langer.
Schaduwen zijn de donkere plekken.
De schaduwen zijn zacht.
De schaduwen zijn niet eng.
De schaduwen zijn rustig.
De schaduwen horen bij de dag.
De dag wordt langzaam avond.
De avond komt zacht.
De avond komt rustig.
Je ziet lichtjes aangaan.
De lichtjes zijn in de huizen.
De mensen doen de lichtjes aan.
Het wordt donkerder.
De lichtjes zijn warm.
De lichtjes zijn geel.
De lichtjes reflecteren in het water.
Het water krijgt kleine lichtjes.
De lichtjes dansen op het water.
De lichtjes zijn mooi.
De lichtjes zijn als sterren.
Het bootje vaart heel langzaam.
Het bootje gaat bijna niet vooruit.
Het water is heel stil.
Het is alsof de tijd stopt.
Tijd is niet belangrijk.
Tijd is er niet.
Er is alleen dit moment.
Er is alleen het bootje.
Er is alleen het water.
Er is alleen de rust.
Er is alleen de stilte.
Je hoort een vogel.
De vogel zingt een avondlied.
Het lied is zacht.
Het lied is mooi.
Het lied zegt dat de dag voorbij is.
Het lied zegt dat de nacht komt.
De nacht is goed.
De nacht is rustig.
De nacht is veilig.
De vogel zingt.
Dan wordt de vogel stil.
De vogel gaat slapen.
Het bootje vaart langs een lantaarn.
Een lantaarn is een lamp aan de straat.
De lantaarn gaat aan.
Het licht is zacht.
Het licht is oranje.
Het licht schijnt op het water.
Het water wordt oranje.
Het water glanst.
Het licht is warm.
Het licht is vriendelijk.
Het licht zegt dat alles goed is.
Je voelt de avondlucht.
De lucht wordt koeler.
Koeler betekent een beetje koud.
De lucht is fris.
De lucht is aangenaam.
Je ademt de lucht in.
De lucht is schoon.
De lucht ruikt naar water.
De lucht ruikt naar avond.
De avond heeft een eigen geur.
De geur is mooi.
De geur is rustgevend.
Het bootje komt bij een stil plekje.
Hier zijn geen andere boten.
Hier zijn geen mensen.
Hier is alleen het water.
Hier zijn alleen de huizen.
De huizen zijn stil.
De huizen slapen bijna.
De ramen zijn donker.
Sommige ramen hebben licht.
Het licht is zacht.
Het licht is warm.
De huizen zijn rustig.
Je hoort het water zacht bewegen.
Het water klotst tegen de kant.
Het geluid is regelmatig.
Het geluid is rustgevend.
Het geluid is als een hartslag.
De hartslag van de stad.
De hartslag van het water.
De hartslag is rustig.
De hartslag is langzaam.
De hartslag is geruststellend.
Geruststellend betekent dat het je rustig maakt.
Het bootje ligt nu bijna stil.
Het bootje drijft alleen.
Het bootje beweegt zacht met het water.
Je ligt achterover.
Je kijkt naar de lucht.
De lucht wordt donkerder.
De lucht is blauw.
De lucht is paars.
De kleuren zijn zacht.
De kleuren zijn mooi.
De kleuren veranderen langzaam.
Je ziet de eerste ster.
De ster is klein.
De ster is wit.
De ster schittert.
Schitteren betekent dat het licht geeft.
De ster is ver weg.
De ster is mooi.
dan zie je een andere ster en nog een ster de sterren komen tevoorschijn tevoorschijn komen betekent dat je ze kunt zien de sterren vullen de lucht de sterren zijn prachtig het bootje wiegt zacht het water wiegt het bootje het bootje wiegt jou je bent veilig in het bootje het bootje is als een wieg.
Een wieg is een bed voor een baby.
Het bootje zorgt voor je.
Het water zorgt voor je.
De stad zorgt voor je.
Alles is goed.
ENAlles is rustig.
ENAlles is zacht.
ENJe hoort de stad nu anders.
De stad is stiller.
De geluiden zijn zachter.
Je hoort een auto ver weg.
Je hoort stemmen ver weg.
Maar hier is het stil.
Hier is het rustig.
Hier ben je alleen met het water.
Hier ben je alleen met de lucht.
Hier ben je alleen met de sterren.
Je sluit je ogen.
Je voelt het bootje.
Je voelt het water.
Je voelt de lucht.
Alles is zacht.
ENAlles is rustig.
ENJe adem is langzaam.
Je adem is diep.
Je ademt in.
Je ademt uit.
Je lichaam is ontspannen.
Je lichaam is zwaar.
Je lichaam is rustig.
Het bootje drijft.
Het water draagt het bootje.
Het water draagt jou.
Je hoeft niets te doen.
Je mag alleen zijn.
Je mag alleen voelen.
Je mag alleen ademen.
De rest gebeurt vanzelf.
Vanzelf betekent zonder dat je iets doet.
Het water weet de weg.
Het bootje weet de weg.
Alles is goed.
ENDe sterren worden helderder.
De sterren worden meer.
De lucht is nu donker.
De lucht is mooi.
De sterren maken de lucht mooi.
De sterren geven licht.
Het licht is zacht.
Het licht is ver weg.
Maar het licht is er.
Het licht waakt over je.
Waken betekent oppassen.
De sterren passen op je.
Je hoort het water.
Het water zingt een zacht lied.
Het lied heeft geen woorden.
Het lied is alleen geluid.
Het geluid is rustig.
Het geluid is regelmatig.
Het geluid gaat maar door.
Het geluid stopt nooit.
het geluid is er altijd het geluid is als een vriend de vriend is er altijd de vriend is rustig het bootje is nu helemaal stil het bootje ligt in het water het water is glad het water is als een spiegel je ziet de sterren in het water de sterren boven de sterren beneden overal zijn sterren de wereld is vol sterren de sterren zijn mooi de sterren zijn rustig de sterren zijn eeuwig je voelt je heel rustig je voelt je heel zacht je lichaam is zwaar je gedachten zijn langzaam je gedachten zijn zacht je denkt bijna niet meer er is alleen het moment er is alleen het bootje.
Er is alleen het water.
Er is alleen de lucht.
Er is alleen de rust.
De nacht is er nu.
De nacht is zacht.
De nacht is niet eng.
De nacht is mooi.
De nacht is rustig.
De nacht brengt rust.
De nacht brengt slaap.
Slaap is goed.
ENSlaap is belangrijk.
ENSlaap is fijn.
ENDe nacht helpt je slapen.
De nacht houdt van je.
je.
Het bootje wiegt heel zacht.
Het wiegen is bijna niet te voelen.
Maar het is er.
Het wiegen is rustgevend.
Het wiegen is als een dans.
Een heel langzame dans.
Een heel zachte dans.
De dans van het water, de dans van de nacht, de dans van de rust.
Je adem is heel rustig nu, je adem is heel langzaam.
Je ademt in, het duurt lang.
Je ademt uit, het duurt lang.
De adem is diep, de adem is zacht.
De adem is rustig.
De adem brengt rust.
De adem brengt vrede.
Vrede betekent rust en geen zorgen.
De stad slaapt bijna.
De huizen zijn stil.
De mensen zijn binnen.
De mensen gaan slapen.
De stad wordt stil.
De stad wordt rustig.
De stad ademt uit.
De stad ontspant.
De stad rust.
Jij rust met de stad.
Jij slaapt met de stad.
Alles slaapt samen.
Het water is heel stil.
Het water beweegt bijna niet.
Het water is glad.
Het water is zacht.
Het water draagt het bootje.
Het water draagt jou.
Het water is sterk.
Het water is zacht.
Het water is goed.
Het water zorgt voor je.
Het water laat je rusten.
De sterren kijken naar je.
De sterren zijn zacht.
De sterren zijn vriendelijk.
De sterren zijn er al heel lang.
De sterren zijn er altijd.
De sterren zien alles.
de sterren weten alles de sterren zijn wijs wijs betekent dat je veel weet de sterren zeggen dat alles goed is de sterren zeggen dat je mag rusten je voelt het bootje niet meer je voelt het water niet meer je voelt alleen rust je voelt alleen vrede je bent heel licht je bent heel zacht je drijft je drijft op het water je drijft in de lucht je drijft tussen de sterren je bent vrij je bent rustig je bent veilig de nacht houdt je vast de nacht is zacht de nacht is warm de nacht is als een deken een deken houdt je warm de deken is zacht de deken is veilig de nacht dekt je toe de nacht zorgt voor je de nacht laat je slapen slapen is goed slapen is fijn het bootje is er nog het water is er nog de sterren zijn er nog maar ze zijn ver weg ze zijn zacht ze zijn stil Jij bent ver weg.
Jij bent zacht.
Jij bent stil.
Jij rust.
Jij slaapt.
Slapen is dichtbij.
ENSlapen komt eraan.
Slapen is welkom.
ENDe wereld is zacht.
De wereld is stil.
De wereld is rustig.
De wereld slaapt.
Jij slaapt met de wereld.
Alles slaapt.
Alles rust.
Alles is goed.
ENAlles is veilig.
ENAlles is zacht.
ENAlles is stil.
ENJe adem is heel zacht.
Je adem is bijna niet te horen.
Je adem gaat in.
Je adem gaat uit.
Rustig.
Zacht.
Langzaam.
De adem brengt slaap.
De adem brengt rust.
De adem brengt vrede.
Het bootje drijft in de nacht.
Het water draagt het bootje.
De nacht draagt jou.
Alles draagt je.
Alles zorgt voor je.
Je bent veilig.
Je bent rustig.
Je mag loslaten.
Loslaten betekent dat je niets hoeft vast te houden.
Je mag slapen.
Slapen is goed.
ENDe sterren worden zachter.
Het water wordt zachter.
Alles wordt stiller.
De wereld lost op.
Oplossen betekent verdwijnen.
De wereld wordt zacht, de wereld wordt stil Er is alleen rust, er is alleen vrede Er is alleen slaap Je drijft weg, je drijft zacht weg Je gaat naar de slaap De slaap wacht op je De slaap is er De slaap is zacht De slaap is warm De slaap is goed Je gaat slapen Je slaapt Je rust Het bootje is er Het water is er De nacht is er Maar jij slaapt Jij rust Jij droomt De dromen zijn zacht de dromen zijn mooi de dromen zijn rustig alles is goed alles is rustig is zacht slaap lekker rust goed droom het bootje vaart verder het water zingt zacht de sterren waken alles is goed alles is veilig.
Alles is rustig.
ENDe nacht draagt je.
Het water draagt je.
De slaap draagt je.
Je bent veilig.
Je bent rustig.
Je slaapt.
Slaap zacht.
Slaap diep.
Slaap goed.
Tot morgen.
De nacht is Het water is diep.
De nacht is zacht.
Het bootje vaart nog steeds.
Het bootje vaart langzaam over het water.
Het water is kalm.
Het water is glad.
Het water draagt het bootje.
Het bootje draagt jou.
Je ligt in het bootje.
Je ligt rustig.
Je ogen zijn dicht.
Je ademhaling is langzaam.
Je ademhaling is diep.
In en uit.
In.
Het is gemakkelijk.
Het is natuurlijk.
Je hoeft niets te doen.
De lucht is warm.
De lucht is zacht.
De lucht raakt je gezicht.
De lucht raakt je handen.
Het voelt goed.
Het voelt rustig.
Alles is rustig.
ENAlles is zacht.
ENHet water maakt geluid.
Het geluid is zacht.
Het geluid is langzaam.
Het water zingt een lied Het lied is rustig Het lied is mooi Je hoort het lied Het lied maakt je rustig Het lied maakt je slaperig De sterren zijn er nog De sterren schijnen De sterren geven licht Het licht is zacht.
Het licht is geel.
Het licht is warm.
De sterren kijken naar je.
De sterren waken over je.
Je bent veilig.
Je bent rustig.
De maan is er ook De maan is groot De maan is rond De maan geeft licht Het licht van de maan is zilver Het licht van de maan is zacht Het licht ligt op het water Het water glanst Het water schittert Het is mooi.
Het bootje vaart verder.
Het bootje vaart langzaam.
Het bootje vaart zacht.
Je voelt het bootje bewegen.
De beweging is zacht.
De beweging is rustig.
De beweging is als een wieg.
Een wieg die heen en weer gaat.
Heen en weer.
Heen en weer.
Het is rustgevend.
Je lichaam is zwaar.
Je lichaam is warm.
Je lichaam rust.
Je armen liggen stil.
Je benen liggen stil.
Je hoofd ligt stil.
Alles ligt stil Alles rust Je rust De nacht omringt je De nacht houdt je vast De nacht is zacht De nacht is warm De nacht is goed Je bent deel van de nacht Je bent deel van het water.
Je bent deel van de rust.
Het bootje vaart langs een eiland.
Het eiland is klein.
Het eiland is groen.
Op het eiland staan bomen.
De bomen zijn hoog.
De bomen zijn stil.
De bomen slapen ook.
Alles slaapt.
Alles rust.
Het water stroomt zacht.
Het water stroomt rustig.
Het water stroomt langzaam.
Het bootje volgt het water.
Het bootje gaat waar het water gaat.
Je hoeft niets te doen.
Je hoeft niets te denken.
Je rust alleen maar.
De geluiden van de nacht zijn er.
De geluiden zijn zacht.
Ergens zingt een vogel.
De vogel zingt een nachtlied.
Het lied is zacht.
Het lied is mooi.
Het lied is ver weg.
Het lied maakt je rustiger.
Het water raakt de kant van het bootje.
Het maakt een zacht geluid.
Plons, plons, plons.
Het geluid is regelmatig.
Het geluid is rustig.
Het geluid is als een klok.
Een zachte klok.
Een trage klok.
Het geluid helpt je slapen.
Je adem gaat langzaam Je adem gaat diep In door je neus Uit door je mond In en uit In, het is gemakkelijk Het is rustig Je hoeft er niet over na te denken Het gebeurt vanzelf De lucht ruikt goed De lucht ruikt naar water De lucht ruikt naar nacht.
De lucht ruikt naar bloemen.
Ergens zijn bloemen.
De bloemen slapen.
De bloemen ruiken zacht.
De geur is mooi.
De geur is rustgevend.
Het bootje vaart verder.
Het bootje kent de weg.
Het bootje weet waar het naartoe gaat.
Jij hoeft niets te weten.
Jij hoeft alleen maar te rusten.
Jij hoeft alleen maar te slapen.
Het bootje zorgt voor alles.
De nacht wordt dieper.
De nacht wordt stiller.
Alles wordt rustiger.
Alles wordt zachter.
Het is het midden van de nacht.
Het is het diepste punt van de nacht.
Het is het rustigste moment.
Je slaapt bijna.
Je slaapt al half Je dromen beginnen De dromen zijn zacht De dromen zijn mooi De dromen zijn rustig Je droomt over het water Je droomt over de sterren Je droomt over rust Het bootje vaart langs bloemen De bloemen groeien in het water De bloemen zijn wit de bloemen zijn mooi de bloemen slapen de bloemen ruiken zacht alles is zacht alles is rustig alles slaapt het water is diep onder het bootje het water is donker het water is rustig het water beweegt niet.
Het water ligt stil.
Het bootje ligt op het water.
Het bootje rust op het water.
Jij rust in het bootje.
De sterren bewegen langzaam.
De sterren bewegen over de hemel.
De sterren gaan van oost naar west.
Het gaat heel langzaam.
Het gaat heel rustig.
Je ziet het bijna niet, maar het gebeurt.
De nacht beweegt De nacht ademt De nacht leeft Je voelt de warmte De warmte van de nacht De warmte van de lucht De warmte van het bootje De warmte is goed De warmte is prettig De warmte houdt je vast De warmte laat je slapen Het bootje vaart langs een brug De brug is oud.
De brug is van steen.
De brug is mooi.
Onder de brug is schaduw.
De schaduw is donker.
De schaduw is koel.
Het bootje vaart door de schaduw.
Het bootje vaart verder.
Verder.
Het bootje komt weer in het licht van de maan.
Het water glanst weer.
Het water schittert weer.
Het licht danst op het water.
De dans is langzaam.
De dans is zacht.
De dans is mooi.
Het is mooi om te zien.
Maar je ogen zijn dicht.
Je rust.
Je slaapt bijna.
De nacht zingt.
De nacht zingt een lied.
Het lied heeft geen woorden.
Het lied is gemaakt van geluiden.
Het geluid van water.
Het geluid van wind.
Het geluid van de nacht.
Het lied is mooi.
Het lied is rustgevend.
Het lied helpt je slapen.
Je lichaam voelt licht.
Je lichaam voelt zwaar.
Beide dingen tegelijk.
Het is een vreemd gevoel.
Het is een goed gevoel.
Het is het gevoel van slapen.
Het is het gevoel van rusten.
Het is het gevoel van loslaten.
Het bootje vaart verder.
Het bootje vaart altijd verder.
Het bootje stopt niet.
Het bootje hoeft niet te stoppen.
Er is geen haast.
Er is geen doel.
Er is alleen de reis.
De reis is rustig.
De reis is mooi.
De reis duurt de hele nacht.
De lucht wordt misschien lichter.
Of misschien niet.
Het maakt niet uit.
De nacht duurt nog lang.
De nacht houdt je vast.
De nacht laat je slapen.
De nacht laat je rusten.
De nacht is goed voor je.
Je gedachten worden langzamer, je gedachten worden zachter, je gedachten worden minder, steeds minder gedachten, steeds meer rust, steeds meer slaap.
Het is goed, het is zoals het hoort, je laat alles los.
Het bootje vaart langs riet.
Het riet groeit bij de kant.
Het riet is hoog.
Het riet is groen.
Het riet beweegt zacht.
De wind beweegt het riet.
De wind is zacht.
De wind is warm.
De wind zingt. Het geluid is zacht.
Het geluid is als fluisteren.
Het water draagt het bootje.
Het bootje draagt jou.
Jij doet niets.
Jij hoeft niets te doen.
alles gebeurt vanzelf alles gaat goed alles is rustig alles is veilig de nacht beschermt je de nacht houdt je warm de nacht laat je slapen de nacht geeft je rust de nacht is je vriend de nacht is goed voor je.
Je bent veilig in de nacht.
Het bootje vaart verder.
Het water stroomt verder.
De nacht gaat verder.
Alles gaat verder.
Maar jij rust.
Jij slaapt.
Jij droomt.
De wereld beweegt om je heen.
Maar jij bent stil.
Jij bent rustig.
Jij bent veilig.
Je adem is heel langzaam nu.
Je adem is heel zacht nu.
Je adem is bijna niet te horen.
In, uit, zo langzaam, zo rustig, zo goed.
Het is perfect.
Het is zoals het hoort.
De sterren kijken naar je.
De sterren waken over je.
De sterren houden je veilig.
De maan kijkt naar je.
De maan waakt over je en houdt je veilig.
Het water houdt je veilig.
Het bootje houdt je veilig.
Alles houdt je veilig.
Je slaapt nu.
Je slaapt diep.
Je slaapt rustig.
Je slaapt goed.
De dromen komen.
De dromen zijn mooi.
De dromen zijn zacht de dromen zijn als het water de dromen stromen de dromen dragen je het bootje vaart verder door de nacht het bootje vaart zacht het bootje vaart rustig het water zinkt de nacht zinkt alles Alles zingt een slaaplied, een slaaplied voor jou, een slaaplied dat de hele nacht duurt.
Je bent deel van de nacht, je bent deel van het water, je bent deel van de rust, je bent deel van de slaap.
Alles is één.
ENAlles is samen.
ENAlles is goed.
ENAlles is rustig.
ENAlles is perfect.
ENSlaap nu.
Slaap diep.
Slaap rustig.
Slaap goed, het bootje vaart, het water stroomt, de nacht waakt, is goed Alles is veilig, alles is rustig De nacht draagt je, het water draagt je, de slaap draagt je Je zweeft.
Je rust.
Je slaapt.
Alles is zacht.
ENAlles is warm.
ENAlles is goed.
ENWelterusten.
Slaap zacht.
Droom mooi.
Tot morgen.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze