
Waarom schenkt men in de horeca één slok drinken in bij uit...

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben op een terras. Ik heb een drankje.
Jij hebt ook een drankje. Wij drinken samen.
De man komt. Hij werkt hier. Hij heeft een flas.
Het is een flasdrank. Hij schenkt in.
Hij schenkt één slok in.
Waarom één slok? Dat is de vraag.
Wij praten. Wij praten over de slok.
Ik kom uit de stad. Jij komt uit de dorp.
Wij hebben andere gewoontes.
In de stad schenkt de man één slok in.
In het dorp schenkt de man twee slokken in.
Waarom is dat?
Wij weten het niet. Wij vragen het aan de man.
De man lacht. Hij vindt onze vraag grappig.
Waarom één slok vraagt hij?
Dat is de regel, zegt hij.
Een slok is genoeg, zegt hij.
Wij zijn verbast. Wij zijn te leurgesteld.
Wij zijn verdrietig. Wij willen meer slokken.
Maar de man gaat weg. Hij gaat naar andere mensen.
Hij schenkt ook één slok in.
Iedereen krijgt één slok.
Dat is de manier. Dat is de regel.
Wij begrijpen het nu. Wij drinken onze slok.
Het is goed. Het is genoeg.
Later gaan we naar huis. Wij praten nog steeds.
Wij praten over de man. Wij praten over de slok.
Wij praten over de regel.
Het is een goed gesprek.
Het is een grappig gesprek. Wij lachen veel. Wij zijn blij.
Dus, zegt hij.
Een slok is genoeg.
Ja, zeg ik.
Een slok is genoeg. Wij lachen weer.
Het is een goed einde. Het is een goed verhaal.
En het is waar.
Een slok is genoeg.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze