

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo allemaal.
Ik ben Rick, jullie leraar uit Den Haag.
Vandaag heb ik een verhaal over de winter.
Het is december en het is heel koud.
De wind waait hard.
Het sneeuwt een beetje.
We zijn in een warme bakkerij.
De bakkerij is in de stad Gouda.
Het ruikt hier naar vers brood.
Het ruikt naar zoete taart en warme koffie.
Buiten is alles grijs en wit.
Binnen is het licht en gezellig.
Lisa zit aan een klein tafeltje in de bakkerij.
Ze drinkt warme thee.
Ze eet een lekker stukje appelgebak.
Lisa heeft haar telefoon in haar hand.
Ze leest het nieuws op internet.
Ze leest een bericht over haar stad.
Het bericht gaat over het grote stadspark.
In de winter is het te koud om buiten te slapen.
Dat is heel gevaarlijk.
Daarom heeft de gemeente een plan.
De gemeente gaat kleine huisjes in het park plaatsen.
Het zijn woonunits.
Er komen huisjes voor vijfendertig dakloze mensen.
Dakloze mensen hebben geen huis.
Ze slapen normaal op straat.
Maar nu krijgen ze een warm bed.
Ze krijgen een dak boven hun hoofd voor de koude winter.
Lisa leest het bericht en ze lacht.
Ze is blij.
Wat een goed idee, denkt Lisa.
Niemand mag buiten slapen in de kou.
Vijfendertig mensen krijgen een warme plek.
Dat is fantastisch.
Lisa neemt nog een slokje van haar thee.
De thee is warm en zoet.
Maar dan kijkt Lisa naar beneden op haar scherm.
Ze scrolt naar de reacties onder het bericht.
Mensen schrijven reacties op Facebook.
Lisa leest de eerste reactie.
De reactie is van een man.
De man heet Cor.
Cor is heel erg boos.
Hij schrijft met veel uitroeptekens.
Cor schrijft.
Dit is belachelijk.
Schandalig.
Wat een slecht plan.
Lisa snapt het niet.
Waarom is deze man boos?
Het is toch goed nieuws?
Ze leest verder.
Cor schrijft.
Het park is voor mijn hond.
Mijn hond heet Fikkie.
Fikkie moet rennen in het park.
Fikkie heeft ruimte nodig.
Nu staan er stomme huisjes in het park.
Waar moet Fikkie nu spelen?
De gemeente denkt nooit aan ons.
Mijn arme hond.
Lisa kijkt met grote ogen naar haar telefoon.
Ze kan het niet geloven.
Het is ijskoud buiten.
Het vriest.
Vijfendertig mensen hebben geen huis.
Ze kunnen doodgaan van de kou.
En deze man Cor is alleen maar boos over zijn hond.
Hij is boos omdat zijn hond iets minder ruimte heeft om te rennen.
Lisa schudt haar hoofd.
Ze zucht diep.
De bakker komt naar haar tafel.
De bakker heet Bas.
Bas is een grote man met een witte schort.
Is alles goed, Lisa?
Vraagt Bas.
Je kijkt zo boos.
Lisa laat het bericht aan Bas zien.
Ze wijst naar de reactie van Cor.
Kijk hier Bas, zegt Lisa.
De stad maakt kleine huisjes voor daklozen in het park.
Dat is super.
Maar deze man is boos.
Hij wil geen huisjes voor daklozen.
Hij wil een leeg park voor zijn hond.
Bas leest de reactie.
Hij zucht ook.
Tja, zegt Bas.
Sommige mensen klagen altijd.
Ze denken alleen aan zichzelf.
Ze hebben zelf een warm huis.
Ze hebben een volle buik.
Ze vergeten hoe koud het buiten is.
Lisa knikt.
Precies, zegt ze.
Een hond kan ook aan de lijn lopen.
Of in een ander park spelen.
Een warm bed voor een mens is veel belangrijker.
Bas pakt de lege kopjes van de tafel.
Maak je geen zorgen, Lisa, zegt hij.
De huisjes komen er toch.
De gemeente luistert niet naar Cor.
Die vijfendertig mensen slapen deze winter lekker warm.
Dat is het belangrijkste.
Lisa lacht weer een beetje.
Bas heeft gelijk.
Ze kijkt uit het raam.
Ze ziet de koude wind.
Ze ziet de mensen buiten met dikke jassen en sjaals.
Ze is blij dat er mensen zijn die wel willen helpen.
De vijfendertig dakloze mensen krijgen een plekje.
En de hond van Cor, die vindt vast wel een andere boom.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com/transcripts.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze