Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Een Luid Spel in Stadskanaal

Dit is Lisa.

Lisa is een vrouw.

Zij woont in Stadskanaal.

Stadskanaal is een stad.

Het is een mooie stad.

Lisa heeft een huis.

Het huis is groot.

Het huis heeft een tuin.

Lisa heeft een kind.

Het kind heet Daan.

Daan is een jongen.

Hij is acht jaar.

Daan speelt in huis.

Hij speelt met blokken.

De blokken zijn rood.

De blokken zijn blauw.

Daan maakt veel geluid.

Het geluid is hard.

Lisa is in de keuken.

Zij drinkt thee.

De thee is warm.

Lisa hoort het geluid.

Zij kijkt naar Daan.

Daan gooit de blokken.

Bam, bam, bam.

Lisa is niet blij.

Zij houdt van rust.

Rust is heel fijn.

Lisa loopt naar Daan.

Daan.

Stop.

Zegt Lisa.

Het geluid is te hard.

Maar Daan stopt niet.

Hij lacht heel hard.

Hij gooit nog een blok.

Bam.

Het blok valt.

Het valt op de vloer.

Lisa zucht een keer.

Zij is een beetje boos.

Niet doen Daan.

Zegt Zij.

Daan kijkt naar Lisa.

Hij pakt een auto.

De auto is geel.

Hij rijdt met de auto.

Vroem, vroem, vroem.

De auto maakt ook geluid.

Lisa pakt haar thee.

Zij drinkt de thee.

Zij kijkt uit het raam.

Het weer is mooi.

De zon schijnt buiten.

De lucht is blauw.

Maar binnen is het druk.

Daan rent door de kamer.

Hij rent heel snel.

Hij valt op de grond.

Daan huilt heel hard.

Hij huilt en huilt.

Lisa loopt naar hem toe.

Zij pakt hem vast.

Ssst.

Stil maar.

Zegt Zij.

Het is al goed.

De buurman hoort Daan.

De buurman heet Wim.

Wim is een oude man.

Wim hoort het huilen.

Hij hoort de blokken.

Bam.

Bam.

Bam.

Wim denkt na.

Hij belt de agent.

De agent heet Bas.

Bas komt naar het huis.

Hij loopt naar de deur.

Hij klopt op de deur.

Klop klop klop.

Lisa hoort de deur.

Zij loopt naar de deur.

Zij doet de deur open.

Bas staat voor de deur.

Hij heeft een blauw pak.

Hij kijkt naar Lisa.

Hallo.

Zegt Bas.

Is alles goed hier?

Lisa kijkt naar Bas.

Zij lacht een beetje.

Ja.

Alles is goed.

Zegt Zij.

Daan speelt met blokken.

Hij heeft pijn.

Hij huilt een beetje.

Bas kijkt in de kamer.

Hij ziet Daan.

Daan huilt niet meer.

Daan lacht naar Bas.

Daan heeft de gele auto.

Bas lacht ook.

Dat is een mooie auto.

Zegt Bas.

Daan knikt heel blij.

Ja, zegt Daan.

Bas kijkt naar Lisa.

Geen probleem, zegt Bas.

Kinderen maken soms geluid.

Dat is heel normaal.

Lisa knikt en lacht.

Dank je wel, zegt Zij.

Bas loopt naar buiten.

Hij gaat naar zijn auto.

Lisa doet de deur dicht.

Zij loopt naar Daan.

Ga je weer spelen, vraagt Zij.

Daan knikt en pakt blokken.

Hij bouwt een toren.

De toren is heel hoog.

Lisa gaat naar de keuken.

Zij maakt nieuw eten.

Zij maakt rijst met kip.

Daan ruikt het eten.

Lekker roept Daan.

Lisa lacht heel blij.

Het huis is weer rustig.

De toren valt niet.

Daan speelt heel lief.

Lisa eet de rijst.

Daan eet ook rijst.

Het is een goede dag.

De zon schijnt nog steeds.

Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze