Alle podcasts

fluisteren mag ook · Slow Dutch morning

Een ochtend aflevering, niet luisteren tijdens autorijden.

Welkom bij Hypno-Dutch.

Het is 11 uur, 11, 11, 11.

Een mooi moment om stil te staan bij wat de dag brengt.

Vandaag is het 19e juli.

De zon staat al laag boven de grachten en de klinkers glimmen nog van de ochtenddauw.

Dit is een ochtend voor zachte stemmen, voor vluisteren.

Voor het ontdekken dat je niet hard hoeft te zijn om gehoord te worden.

Ga lekker zitten of liggen, voel de stoel of het bed onder je.

Voel hoe de stof je draagt.

Sluit je ogen als dat fijn voelt.

Of laat je blik zacht rusten op een punt voor je.

Adam nu drie keer rustig in en uit.

Een, aadem in door je neus en aadem uit door je mond.

Twee, aadem in en aadem uit.

Dree, aadem in en aadem uit.

Merk hoe je schouders zakken, hoe je kaak ontspant, hoe je buik rustig beweegt.

Dit is het ritme van de ochtend.

Een ritme dat je mag volgen.

Het thema van vandaag is eenvoudig, vluisteren mag ook.

Je hoeft niet te schreeuwen om Nederlands te spreken.

Je hoeft niet perfect te zijn om begrepen te worden.

Vandaar mag je vluisteren, zachtjes.

In de rij bij de kassa van de bakker.

Of tegen de fietser die je groet op de dik, vluisteren is geen zwakten.

Het is een keuze, een keuze om dichtbij te komen.

Om te horen wat er echt klinkt.

In de polder, waar de wind vluister door het gras.

Of in de stad, waar het verkeer zachtjes bromt.

Jouw stem mag ook zacht zijn. Vandaar.

Vandaar.

Elke dag.

Ik mag zoeken naar woorden.

Ik mag zoeken naar woorden.

Ik mag zoeken naar woorden.

Ik mag zoeken naar woorden.

Zelfs als ik ze niet meteen vind, het zoeken is al genoeg.

Ik mag zoeken naar woorden.

Ik ben iemand die elke dag Nederlandse oefend.

Ik ben iemand die elke dag Nederlandse oefend.

Ik ben iemand die elke dag Nederlandse oefend.

Mijn Nederland klinkt elke week duidelijker.

Stel je nu voor.

Het is vanochtend.

Je staat bij de kassa van de kaaswinkel.

De geur van oude kaas en kruiden hangt in de lucht.

De winkelier kijkt je vriendelijk aan.

Je opent je mond.

En in plaats van een harde stem vluister je zachtjes. Maar ik een stukje boeren kaas.

Maar ik wil een stukje boeren kaas.

Jong belegen als je hebt.

De winkelier buigt zich voorover.

Hij hoort je.

Hij knikt.

Zijn ogen glimmen.

Natuurlijk.

Zegt hij.

Een mooie keuze.

Je voelt de warmte van de winkel.

Het ritme van de woorden.

Het is niet de snelheid die telt.

Het is de aanwezigheid.

Het vluisteren dat zegt.

Ik ben hier.

Ik probeer.

Ik mag zoeken naar woorden.

En dat is genoeg.

Nu een tweede moment.

Het is later op de dag.

Je loopt over de klinkers van een oude straat.

De zon staat laag.

De scheme lampen in de huizen gluien zacht.

Je hoort een fietsbel in de verte.

Een kind lacht.

Je stopt bij een bankje naast de gracht.

Je gaat zitten.

Je kijkt naar het water.

Het kabbelen is als een vluistering.

Je haalt diep aadem.

En je zegt.

Zachtjes tegen jezelf.

Ik ben iemand die elke dag nederlands oefend.

Het klinkt.

Het blijft hangen.

Het is niet luid.

Maar het is er.

Je voelt de baksteen warmte van de muur achter je.

De geur van koffie uit een open raam.

Het is een moment van rust.

Van vluisteren.

Van zijn.

Je nederlands mag zacht zijn.

Het mag groeien instilten.

Elke dag een klein beetje duidelijker.

Dit anchor van Elf Elf.

Dit moment van de dag.

Het herinnert je eraan.

Vluisteren mag ook.

Je hoeft niet hard te zijn.

Je hoeft niet perfect te zijn.

Je mag zoeken naar woorden.

Je bent iemand die elke dag oefend.

Mijn Nederlands klinkt elke week duidelijker.

Zachtjes.

Stap voor stap.

Beweeg nu zachtjes je vingers.

Je tenen voelen de grond onder je voeten.

Of het bed onder je.

Beweeg je handen.

Open langzaam je ogen.

Kijk om je heen.

Je bent hier.

Klaar voor de dag.

Met een zachte stem.

Met een open hart.

In de kaaswinkel voel je de coole toonbank onder je vingertoppen.

Het gewicht van de portemonnee in je zak.

Het zachte tikken van de weegschaal als de winkelier het kaasbloksnijdt.

Je hoort het knerpen van het kaasmes door de korst.

De winkelier wikkelt het in papier.

Het ritselen van het vetvrijde papier.

Hij schuift het over de toonbank naar je toe.

Je vluistert.

Dank u wel.

Hij glimlacht.

Je voelt de warmte van zijn ogen.

Het is een klein moment, maar het is van jou.

Een moment waarin je Nederlands zachtjes klinkt.

Duidelijk genoeg.

Aanwezig genoeg.

Je stapt de winkel uit.

De deur sluit met een zacht geklik.

De geur van kaas blijft in je kleren hangen.

Je loopt verder.

De klinkers onder je voeten voelen vertrouwd.

Je ademt de ochtendlucht in.

Fris.

Stil.

Vol mogelijkheden.

Stel je nu voor, het is de middag.

Je staat bij de groente kraam op de markt.

De kraam is roodwit gestreept.

De kratten met appels en peren staan opgestapeld.

De verkoper roept iets naar een klant, maar jij wacht rustig.

Je kijkt naar de tomaten.

Rond en rood.

Je raakt erin aan.

Voel de gladde schil.

De verkoper draait zich naar je om.

Je opent je mond.

Je vluistert.

Mag ik een pont tomaten als je blieft?

Hij knikt.

Hij schept ze in een papieren zak, het gewicht van de tomaten in de zak.

Hij overhandigt ze.

Je vluistert.

Dank u.

Hij zegt.

Gaeden.

Je voelt de zon op je gezicht.

De wind speelt met je haar.

Je loopt verder.

De papieren zak in je hand.

Het gewicht ervan herinnert je aan het moment, aan het vluisteren, aan het Nederlands, dat zachtjes klinkt.

En nu een derde moment.

Het is avond.

Je zit op een bankje bij de gracht.

De lantaarnpalen geven een zacht oranje licht.

Het water weerkaatst.

Dansend.

Je hoort een boot voorbijvaren.

Het zachte zoemen van de motor.

Een eend zwemt voorbij.

Je kijkt naar de huizen aan de overkant.

De ramen gloeien.

Je voelt de koele avondlucht op je huid.

Je ademt diep in.

Je zegt zachtjes tegen jezelf.

Mijn Nederlands klinkt elke week duidelijker.

Het klinkt in de stilte.

Het blijft hangen tussen de huizen.

Je voelt het in je borst.

Een zachte warmte.

Een vertrouwen.

Je bent hier.

Je oefend.

Je vluister.

En dat is genoeg.

Dit anker van Elf Elf.

Het herinnert je eraan dat je mag zoeken naar woorden.

Dat je iemand bent die elke dag oefend.

Dat je Nederlands elke week duidelijker klinkt. Het is genoeg.

Zachtj

Stap voor stap.

Het anker is er.

Het wacht op je.

Elke dag om 11-11.

Een moment van stilte, van vluisteren, van zijn.

Je draagt het met je mee de hele dag tot de avond valt en dan weer morgen om 11-11.

Dit was hypnodutch.

Spreek Nederlands.

Zelfs als je stottert.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze