

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
De bezoorger.
Zie je de man?
De man heeft een auto.
De auto is groot.
De auto is wit.
De man rijd.
Hij rijd naar een winkel.
De winkel heet dirgigant.
Diergigant is een grote winkel.
De winkel verkoopt eten voor dieren.
Er is ook een bezorger.
De bezorger heeft een bruine auto.
De bruine auto is van UPS.
Ken jij UPS?
UPS brengt paketjes.
De bezorger brengt veel paketjes.
De bezorger staat voor het huis.
Hij heeft veel dozen.
De dozen zijn groot.
De dozen zijn zwaar.
Hij wil de dozen brengen.
Maar wacht.
De witte auto staat in de weg.
De witte auto blokkeert de inrit.
De inrit is de weg naar het huis.
De bezorger kan niet rijden.
Hij is niet blij.
De man met de witte auto komt buiten.
Hij is boos.
De bezorger is ook boos.
Zij praten.
Het is geen goed gesprek.
Het is een Russie.
De man zegt dingen.
De dingen zijn niet goed.
De dingen zijn niet aardig.
De bezorger is verdrietig.
De bezorger is ook boos.
Nu is de Russie klaar.
Maar de bezorger heeft een idee.
Hij pakt de dozen.
Hij zet de dozen op de parkerplaats.
Midden op de parkerplaats.
Niet bij het huis.
Niet bij de deur.
Op de parkerplaats.
De dozen staan op de parkerplaats.
Iedereen ziet de dozen.
De dozen zijn groot.
De dozen zijn in de weg.
De man kijk naar de dozen.
Hij is niet blij.
Dit is zijn probleem nu.
Veel mensen zien dit.
Zij maken een foto.
De foto gaat op internet.
Veel mensen lachen.
Het is een beetje grappig.
Maar ook niet goed.
De bezorger rijd weg.
Hij heeft nog meer pakketjes.
Hij brengt de pakketjes naar andere huizen.
Hij is blij weg te zijn.
De man staat bij zijn dozen.
Op de parkerplaats.
Hij denkt na.
Misschien is hij nu een beetje beter?
Wees aardig voor de bezorger.
De bezorger werkt hart.
Elke dag.
Dat is goed om te weten.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze