
De Aanslag: oorlog, geheimen en wie je werkelijk bent

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
FEMKE: Oké, ik gooi het er meteen in: De Aanslag van Harry Mulisch is een van de belangrijkste Nederlandse romans van de twintigste eeuw, en ik snap niet waarom niet iedereen dit heeft gelezen.
DAAN: Dat is een flinke opening.
Ik ga maar vast een kussen pakken voor als het een lang betoog wordt.
FEMKE: Doe maar, want ik ben nog niet klaar.
Het boek begint in 1945, de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog, in Haarlem.
Een kind van twaalf, Anton Steenwijk, ziet hoe zijn hele gezin wordt meegenomen na een aanslag in de straat.
DAAN: Wacht, zijn hele gezin?
Dat is meteen raak.
Wat was die aanslag dan precies?
FEMKE: Een verzetsman schiet een collaborerende politieman neer, vlak voor het huis van de buren.
Die buren schuiven het lijk stiekem naar het huis van de Steenwijks, zodat de Duitsers hen zullen arresteren in plaats van de buren.
DAAN: Dat is ziek.
Dus de buren redden zichzelf door een gezin op te offeren?
Dat maakt me al kwaad en ik heb het boek niet eens gelezen.
FEMKE: Precies die reactie wil Mulisch bij je opwekken.
En dan volg je Anton door de decennia: de jaren vijftig, zestig, zeventig.
Elke keer duikt een stukje van die nacht weer op.
DAAN: Dus het is geen rechttoe rechtaan verhaal, maar meer een soort puzzel die zich langzaam ontvouwt?
FEMKE: Heel goed gezegd.
De structuur is in vijf episodes verdeeld, als hoofdstukken van een leven.
En elke episode voegt iets toe aan wat je dacht te begrijpen van die ene nacht.
DAAN: Dat klinkt eigenlijk wel slim.
Maar is het ook spannend, of is het meer van het literaire, trage soort?
FEMKE: Het is allebei, eerlijk gezegd.
Het begint heel direct en bijna filmisch.
Maar naarmate Anton ouder wordt, wordt het ook filosofischer.
Dat vind ik juist de kracht ervan.
DAAN: Filosofisch en oorlog, dat combineert Mulisch vaker toch?
Ik heb wel eens gehoord dat hij zichzelf zag als product van de oorlog.
FEMKE: Ja, dat klopt.
Zijn vader werkte voor de Duitsers, zijn moeder was joods.
Hij zei letterlijk dat hij het kind van de collaboratie en het slachtoffer tegelijk was.
Dat zie je terug in hoe hij over schuld schrijft.
DAAN: Oké, dat geeft wel extra laag aan het boek.
Maar vertel eens: is Anton een sympathiek personage, of is hij zo'n figuur waar je af en toe je handen bij omhoog gooit?
FEMKE: Hij is sympathiek, maar ook frustrerend.
Hij kiest ervoor om de herinneringen te verdringen, zijn hele leven lang.
En je snapt het, maar je wilt ook dat hij ermee geconfronteerd wordt.
DAAN: Dat is eigenlijk heel menselijk.
Wie wil er nou constant aan de ergste nacht van zijn leven terugdenken?
FEMKE: Niemand.
Maar het punt van Mulisch is dat het verleden je toch inhaalt, of je het nu wilt of niet.
Er is een scène, later in het boek, waarbij Anton iemand ontmoet die ook bij die nacht betrokken was.
Dat gesprek is zo raak dat ik het twee keer heb gelezen.
DAAN: Twee keer lezen, dat zegt iets.
Wat maakte dat gesprek zo bijzonder?
FEMKE: Dat iedereen die nacht anders heeft beleefd en dat niemand de volledige waarheid bezit.
Elke getuige heeft slechts een stukje van het geheel gezien.
Dat is ook de kern van het boek: de werkelijkheid is nooit één ding.
DAAN: Dat klinkt bijna als een serie die ik heb gekeken, waarbij je steeds een ander perspectief krijgt op hetzelfde moment.
Alleen dan met betere zinnen, neem ik aan.
FEMKE: Met veel betere zinnen.
Er is een passage aan het begin waarbij Mulisch beschrijft hoe de straat eruitziet in het donker, en je kunt het bijna ruiken.
Die man kon schrijven.
DAAN: Goed, maar laten we ook eerlijk zijn: zijn er dingen die minder goed werken?
Jij bent anders niet Femke.
FEMKE: Ha, terecht.
Sommige secundaire personages zijn wat vlak.
Ze dienen meer als symbool dan als echt mens.
En soms legt Mulisch de thematiek er iets te dik bovenop.
DAAN: Dus het is niet perfect.
Maar wel goed genoeg om twee keer te lezen, begrijp ik.
FEMKE: Zeker.
En het thema van identiteit vind ik echt bijzonder sterk.
Anton vraagt zich voortdurend af wie hij zou zijn geweest als die nacht nooit had plaatsgevonden.
Dat is een vraag die je niet loslaat.
DAAN: Dat is ook een vraag die je jezelf kunt stellen zonder oorlog, eigenlijk.
Welke momenten hebben jou gemaakt tot wie je bent?
FEMKE: Precies, en dat is waarom het boek zo universeel aanvoelt, ondanks de heel specifieke historische context.
Het gaat over iedereen die ooit iets heeft meegemaakt wat hij niet kon kiezen.
DAAN: Oké, je hebt me overtuigd dat het de moeite waard is.
Maar voor wie raad jij het specifiek aan?
Niet iedereen houdt van historische romans.
FEMKE: Ik raad het aan voor iedereen die houdt van verhalen over hoe het verleden doorwerkt in het heden.
Ook voor mensen die de Tweede Wereldoorlog willen begrijpen vanuit een persoonlijk, menselijk perspectief, niet alleen als geschiedenis.
DAAN: En voor mensen die van goed geschreven Nederlandse literatuur houden, lijkt me.
Het is toch een beetje een klassieker.
FEMKE: Absoluut.
Het is ook relatief kort, zo'n tweehonderd pagina's, dus je hebt geen excuus om het niet te lezen.
Je kunt het in een weekend uit hebben.
DAAN: Tweehonderd pagina's.
Dat is minder dan drie afleveringen van een serie die ik vorige week keek.
Ik overweeg het serieus.
FEMKE: Dat is de grootste aanbeveling die je van Daan kunt krijgen, geloof ik.
Lees De Aanslag: het is een boek dat je niet vergeet, ook al zou je dat soms willen.
DAAN: En als je het hebt gelezen, kom dan terug en vertel ons of je ook twee keer dezelfde passage hebt gelezen.
Dan ben je officieel een literair mens.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze