
De Amsterdamse Buurtborrel en 'Er' met Personen

Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Hello.
Goedenavond, ik ben heel goed, dank je wel en jij?
Goed om te horen.
Vandaag wil ik het met je hebben over een typisch Amsterdams fenomeen: de buurtborrel.
Je weet wel, die informele bijeenkomst in de buurt waar buren elkaar ontmoeten, een drankje drinken en bijpraten.
Vorige week was ik op zo'n borrel in mijn wijk, en ik merkte dat ik vaak het woord 'er' gebruikte, maar dan op een speciale manier.
Niet zoals bij 'er is' of 'er zijn', maar met personen.
Bijvoorbeeld: 'Er waren veel mensen' – dat ken je al.
Maar ik hoorde mezelf zeggen: 'Ik ken er een paar van de straat.' Zie je het?
'Er' verwijst naar mensen, niet naar dingen.
In het Nederlands kun je 'er' gebruiken om naar personen te verwijzen, vooral met een telwoord of een onbepaald voornaamwoord.
Laten we oefenen.
Stel, je bent op de borrel en je ziet een oude collega.
Je zegt tegen een vriend: 'Ik zie er iemand die ik ken.' Of: 'Er is er eentje die altijd te laat komt.' De eerste 'er' is het standaard 'er' van plaats of bestaan, de tweede 'er' verwijst naar een persoon.
Klinkt dat logisch?
In het Engels zou je zeggen: 'There is one who is always late.' Maar in het Nederlands gebruik je 'er' twee keer: 'Er is er eentje die...' Het is een beetje vreemd, maar heel gebruikelijk.
Laten we vijf woorden leren die je op een buurtborrel kunt gebruiken.
Ten eerste: 'de buurtborrel' – dat is het feestje zelf.
Ten tweede: 'de buurman' of 'de buurvrouw' – je buren.
Ten derde: 'het gesprek' – het gesprek dat je voert.
Ten vierde: 'de drank' – wat je drinkt, zoals wijn of bier.
En ten vijfde: 'de hapjes' – kleine snacks, zoals nootjes of kaas.
Een voorbeeldzin: 'Op de buurtborrel had ik een leuk gesprek met mijn buurvrouw, en er waren er twee die ik nog niet kende.' Zie je?
'Er waren er twee' – twee personen.
Probeer het zelf: stel dat je op een borrel bent en je ziet drie buren.
Hoe zeg je: 'I know three of them'?
Juist: 'Ik ken er drie.' Makkelijk, toch?
Een kleine tip: als je twijfelt, denk dan aan 'er' als een soort van 'there' in het Engels, maar dan voor personen.
Oefen met zinnen zoals: 'Er is er een die Nederlands studeert' of 'Er zijn er vier uit mijn straat.' Het klinkt misschien raar in het begin, maar het is heel natuurlijk in het Nederlands.
Oké, voor vandaag: probeer deze week op een terras of bij een bijeenkomst te letten op hoe andere mensen 'er' gebruiken met personen.
En als je het zelf zegt, gefeliciteerd – je klinkt dan als een echte Amsterdammer.
Tot de volgende keer, en geniet van de stad.