De Marktkoopman en het Woord 'Toch'
Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Hello, je vertelde me laatst dat je zo enthousiast bent over het woord 'toch' – en ik snap helemaal waarom.
Het is zo'n klein woordje, maar het kan zoveel betekenen.
Gisteren hoorde ik het drie keer op de Albert Cuypmarkt, en ik moest meteen aan jou denken.
Je zei dat je daar graag komt, toch?
Nou, laten we eens kijken hoe 'toch' werkt in jouw dagelijkse leven.
Stel je voor: je staat bij de kaasstand, en de koopman zegt: "Deze Gouda is echt lekker, hoor." Jij twijfelt nog, maar hij zegt: "Proeven mag altijd, hoor." En dan, als je een stukje hebt geproefd, zeg jij: "Toch lekker, ja." Daar gebruik je 'toch' om te zeggen dat je verrast bent – je had het niet verwacht, maar het is wél lekker.
Dat is de eerste betekenis: een tegenvaller die meevallert.
De tweede betekenis is bevestiging vragen.
Je bent op de markt en je ziet een vriendin.
Je zegt: "Jij komt hier ook vaak, toch?" Je weet het eigenlijk wel, maar je wilt het even checken.
Of je zegt tegen de kaasboer: "U heeft nog wel die oude kaas, toch?" – je hoopt dat hij het heeft.
En de derde betekenis is een tegenstelling.
Je zegt: "Het is druk op de markt, maar toch gezellig." Of: "Het regent, maar toch ga ik naar buiten." In die zin betekent 'toch' zoiets als 'desondanks' – in het Engels zeg je 'still' of 'anyway'.
Nu, een paar woorden die je op de markt echt nodig hebt.
Ik heb ze voor je op een rij gezet – en ze horen allemaal bij jouw marktbezoeken.
- De kraam – de stand waar de koopman zijn spullen verkoopt.
"Die kraam heeft de beste tomaten."
- De koopman – de verkoper, vaak een man, maar het kan ook een vrouw zijn.
"De koopman gaf me een korting."
- Afdingen – onderhandelen over de prijs.
"Op de markt kun je afdingen, maar in de supermarkt niet."
- Het wisselgeld – het geld dat je terugkrijgt als je te veel betaalt.
"Hier is uw wisselgeld, mevrouw."
- Proeven – even proeven, een klein stukje eten.
"Mag ik even proeven van die kaas?"
- Inpakken – in een zak of papier doen.
"Wilt u dat ik het voor u inpak?"
- De weegschaal – het apparaat om te wegen.
"De weegschaal staat daar."
En dan nog een klein dingetje: 'toch' kun je ook aan het eind van een zin zetten om je eigen mening te versterken.
Als iemand zegt: "Die markt is te duur," dan zeg jij: "Nee, het is juist goedkoop, toch!" – met nadruk.
Dat gebruik je als je zeker bent van je zaak.
Ik weet dat je graag beter Nederlands wilt spreken, en je bent al zo ver gekomen.
Je woont nu in Amsterdam, je gaat naar de markt, je oefent met de buren – dat is precies hoe je het leert.
Dus vandaag wil ik je één ding meegeven: probeer 'toch' vandaag nog één keer te gebruiken, op de markt of in een gesprek.
En als je het vergeet, geen probleem – je kunt het morgen altijd nog doen, toch?