De Amsterdamse Markt en 'Er'
Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Hello.
Goedenavond, ik ben heel goed, dank je wel en jij?
Fijn dat je er weer bent.
Ik zag je gisteren op de fiets, of was het een droom?
Hoe dan ook, vandaag wil ik het met je hebben over iets wat ik echt geweldig vind: de Albert Cuypmarkt.
Jij woont in Amsterdam, dus je kent hem vast wel.
Ik was er vanmorgen, en het was zo levendig.
De geur van verse stroopwafels, het lawaai van de verkopers die hun waren aanprijzen... het is een feest voor de zintuigen.
Ik liep er langs de kraam met haring, en ik dacht aan jou.
Jij houdt toch van vis?
Of was dat iemand anders?
Laten we het hebben over de markt en een klein maar krachtig woordje: 'er'.
'Er' is een beetje lastig, maar als je het eenmaal doorhebt, is het heel handig.
In het Nederlands gebruiken we 'er' vaak om een plaats aan te duiden, zonder die plaats nog een keer te noemen.
Bijvoorbeeld: 'Ik ben op de markt geweest.
Ik heb er leuke dingen gekocht.' 'Er' verwijst dan naar 'op de markt'.
Zie je?
Het is alsof je een klein woordje in je zin stopt dat zegt: 'daar, op die plek'.
Laten we wat markt-woorden leren.
Stel je voor: je loopt over de markt en je ziet een kraam met groenten.
De verkoper roept: 'Kijk, de tomaten zijn vandaag extra lekker!' Jij zegt: 'Zijn er nog biologische tomaten?' Hij antwoordt: 'Ja, er zijn er nog genoeg.' Hier gebruik je 'er' twee keer: 'er zijn' betekent 'there are', en 'er nog' verwijst naar de tomaten.
Moeilijk?
Een beetje, maar we oefenen.
Ik heb een paar woorden voor je die je op de markt kunt gebruiken.
Het eerste is 'de kraam' – de stand of stall.
Dan 'de verkoper' – the seller.
'Het product' – the product, maar dat ken je vast wel.
'De prijs' – the price.
En 'afdingen' – to bargain.
In Nederland is dat niet altijd gebruikelijk, maar op de markt kun je het proberen.
Zeg maar: 'Kan het iets goedkoper?' Of: 'Is dit de laatste prijs?' En dan 'het contant geld' – cash money.
Op de markt kun je vaak niet pinnen, dus neem wat contant geld mee.
Een andere zin met 'er': 'Er staan veel mensen bij de kaaskraam.' 'Er' geeft aan dat er een groep mensen is, en 'staan' is het werkwoord.
Of: 'Ik heb er een kaas gekocht.' 'Er' verwijst naar 'bij de kaaskraam'.
Probeer het maar eens: 'Ik ben op de markt geweest.
Ik heb er heerlijke olijven gekocht.' Klinkt dat goed?
Ja, het klinkt natuurlijk.
Nu een beetje cultuur.
De Albert Cuypmarkt is de grootste dagmarkt van Europa.
Hij is er al sinds 1905.
Je vindt er alles: van kleding tot gadgets, van verse vis tot bloemen.
Mijn favoriete kraam is die van de poffertjes.
Kleine, luchtige pannenkoekjes met poedersuiker.
Hemels!
Als je er nog niet bent geweest, moet je echt een keer gaan.
Zeg maar dat ik je stuurde.
De verkoper kent me wel, haha.
Weet je wat ik ook leuk vind?
De mix van culturen.
Op de Albert Cuypmarkt hoor je Nederlands, Engels, Turks, Marokkaans, Surinaams... het is een echte smeltkroes.
En dat past bij Amsterdam, vind je niet?
Jij woont hier nu, dus je bent onderdeel van die mix.
Geniet ervan.
Tot slot: oefen vandaag met 'er'.
Denk aan een plek die je hebt bezocht, en maak een zin.
Bijvoorbeeld: 'Ik was in het park.
Er waren veel honden.' Of: 'Ik heb boodschappen gedaan.
Er zaten appels in mijn tas.' Stuur me maar een berichtje als je het probeert.
Ik ben benieuwd.
Dag Hello, tot de volgende keer.
En vergeet niet: oefening baart kunst.