Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Amsterdamse Supermarkt en 'Er' met Telwoorden

Hallo, jij.

Goedenavond, ik ben heel goed, dank je wel.

En jij?

Jij bent al een tijdje in Amsterdam, dus je hebt vast gemerkt dat de supermarkt hier een eigen wereld is.

Vandaag gaan we het hebben over iets heel praktisch: boodschappen doen en hoe je 'er' gebruikt met aantallen.

Dit is perfect voor jouw dagelijkse leven hier, want je bent vast wel eens in de Albert Heijn of de Jumbo geweest.

Stel je voor: je staat bij de kassa en je hebt drie appels, twee bananen en een zak pasta.

De caissière vraagt: 'Heeft u verder nog iets?' Jij wilt zeggen dat je ook nog een fles olijfolie nodig hebt.

In het Nederlands zeg je dan: 'Ik heb er ook nog een nodig.' Let op dat woordje 'er'.

Het verwijst naar de olijfolie die je al in gedachten hebt.

'Er' vervangt het zelfstandig naamwoord als je een getal gebruikt.

Dus: 'Ik heb er drie' betekent 'ik heb drie (appels)'.

Zonder 'er' klinkt het vreemd.

Laten we een paar voorbeelden doen.

Stel, je koopt kaas.

Je zegt: 'Ik wil er twee plakken van.' Of bij de groenteafdeling: 'Ik neem er vijf tomaten.' Zie je?

'Er' staat voor het ding dat je al noemde, en dan komt het getal.

Dit heet 'er' met telwoorden.

Het is een beetje zoals 'there' in het Engels, maar dan specifiek voor aantallen.

In het Engels zeg je 'I have three', maar in het Nederlands is 'Ik heb er drie' de juiste vorm.

Nu wat nieuwe woorden voor jouw supermarktavonturen.

De eerste is 'de aanbieding' – dat is een speciale deal, zoals '2+1 gratis'.

Dan 'het schap' – de plank waar producten staan.

Bijvoorbeeld: 'De pasta staat in het derde schap.' Ook handig is 'de kassabon' – dat bonnetje dat je krijgt.

En 'het statiegeld' – het geld dat je terugkrijgt voor lege flessen.

In Nederland betaal je statiegeld op plastic flessen en blikjes.

Vergeet niet 'de boodschappentas' – je eigen tas voor boodschappen, want plastic zakjes zijn niet gratis.

En 'het schap' hebben we al gehad.

Oh, en 'de bonuskaart' – die kleine kaart waarmee je korting krijgt bij Albert Heijn.

Zonder bonuskaart betaal je meer, dus vraag er een aan de kassa.

Laten we oefenen.

Stel, je bent in de winkel en je ziet een bord met 'aanbieding: 2 halen, 1 betalen'.

Je pakt een pak koffie.

Je vriend vraagt: 'Hoeveel pakken neem je mee?' Jij antwoordt: 'Ik neem er twee, want het is in de aanbieding.' Perfect.

Of je staat bij de kassa en de caissière zegt: 'Dat is €12,50.' Jij controleert de kassabon en zegt: 'Klopt het?

Ik zie hier dat ik er drie heb betaald, maar ik heb er maar twee gekocht.' Dan kun je het verschil vragen.

Een laatste tip: als je in de rij staat, kun je een praatje maken met iemand.

Zeg bijvoorbeeld: 'Wat een drukte, hè?

Maar de aanbiedingen zijn goed vandaag.' Zo oefen je direct je Nederlands.

En onthoud: 'er' met getallen is een beetje wennen, maar als je het vaak gebruikt, wordt het automatisch.

Voor morgen: ga naar de supermarkt en koop iets kleins.

Probeer tijdens het betalen te zeggen: 'Ik wil er graag een tas bij.' Of als je iets vergeet: 'Ik heb er nog een nodig.' Succes, en tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid