Alle podcasts

Een Dag in de Amsterdamse Technologie

Hallo en welkom bij My Dutch Adventures!

EN

Vandaag gaan we het hebben over een typische dag in de technologie in Amsterdam.

Als software developer is het belangrijk om niet alleen de juiste vaardigheden te hebben, maar ook om de cultuur en het dagelijks leven in Amsterdam te begrijpen.

Laten we beginnen met enkele nieuwe woorden die je kunt gebruiken in jouw dagelijkse leven.

Het eerste woord is 'de technologie'.

Dit betekent 'technology'.

In Amsterdam zijn er veel bedrijven die zich bezighouden met technologie, zoals softwareontwikkeling en innovatie.

Het tweede woord is 'de collega'.

Dit betekent 'colleague'.

Je zult veel met je collega’s samenwerken, dus het is goed om ze te leren kennen.

Probeer ook te vragen: “Hoe gaat het met jou?” Dit is een eenvoudige manier om een gesprek te beginnen.

Het derde woord is 'de vergadering'.

Dit betekent 'meeting'.

In de technologie is het heel normaal om regelmatig vergaderingen te hebben om ideeën te bespreken en samen te werken.

Het vierde woord is 'de presentatie'.

Dit betekent 'presentation'.

Soms moet je je ideeën presenteren aan je team of zelfs aan klanten.

Wees niet bang om te oefenen, en gebruik zinnen zoals: “Ik wil mijn idee presenteren.” Het vijfde woord is 'de deadline'.

Dit betekent 'deadline'.

In je werk moet je vaak werken aan projecten met deadlines.

Het is belangrijk om op tijd te zijn, dus zeg: “Ik moet de deadline halen.” Nu we enkele nieuwe woorden hebben geleerd, laten we het hebben over een belangrijke grammaticaconcept: de woordvolgorde.

In het Nederlands is de volgorde van woorden in een zin vaak anders dan in het Engels.

Bijvoorbeeld, als je zegt: “Ik heb een vergadering om 10 uur,” dan komt het werkwoord 'heb' voor het zelfstandig naamwoord 'vergadering'.

Dit is anders dan in het Engels, waar de volgorde meer rechttoe rechtaan is.

Laten we een paar zinnen oefenen.

Probeer deze: “Mijn collega en ik hebben een presentatie over technologie.” Hier zie je dat 'hebben' voor het onderwerp komt.

Een andere zin kan zijn: “De deadline is morgen.” Het werkwoord 'is' komt ook vroeg in de zin.

Om te oefenen, kun je ook vragen stellen zoals: “Wanneer is de vergadering?” of “Wie presenteert vandaag?” Dit helpt je om zelfverzekerder te worden in het spreken.

Laten we nu alles samenvatten.

EN

We hebben geleerd over de woorden 'de technologie', 'de collega', 'de vergadering', 'de presentatie', en 'de deadline'.

En we hebben de woordvolgorde in het Nederlands besproken.

Onthoud dat de volgorde vaak anders is dan in het Engels.

In de volgende aflevering gaan we het hebben over Nederlandse uitdrukkingen die je kunt gebruiken in gesprekken met je schoonmoeder.

Tot de volgende keer en veel succes met je Nederlandse avontuur!

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF