De Markt bij de Zuidas en het Woord 'Toch'
Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Hello, goedenavond, ik ben heel goed, dank je wel en jij?
Jij woont nu in Amsterdam, en ik weet dat je elke dag probeert Nederlands te spreken.
Vandaag wil ik het hebben over iets wat je misschien al hebt gezien tijdens je lunchpauze: de markt bij de Zuidas.
Je weet wel, die kraampjes die daar elke donderdag staan, vlak bij al die hoge kantoren.
Ik liep daar laatst zelf even langs, en ik zag een man die een doos aardbeien stond te wegen.
Hij zei tegen de verkoper: "Mag ik die proeven?" En de verkoper knikte en gaf hem een klein bakje.
Die man was zo blij, hij zei: "Toch lekker, hoor!" En dat woord, 'toch', dat is echt iets Nederlands.
Even over de woorden van vandaag.
We hebben 'de kraam' – dat is een marktkraam, zoals een tafel met een dakje.
'De weegschaal' – dat ding waarop je groente of fruit weegt.
'De tas' – je boodschappentas, om je spullen in te doen.
'De aanbieding' – als iets in de aanbieding is, is het goedkoper dan normaal.
'De munt' – een muntstuk, zoals een euro.
'Proeven' – dat is proeven van eten, even een hapje nemen.
'Meenemen' – als je iets meeneemt, neem je het met je mee naar huis.
En 'de verkoper' – dat is de persoon die achter de kraam staat.
Nu over 'toch'.
Dit woord is zo handig, en je hoort het overal.
Het heeft een paar betekenissen.
Eén: je gebruikt het om iets te bevestigen, vooral als je een beetje twijfelt.
Bijvoorbeeld: "Het is toch koud vandaag?" – je weet dat het koud is, maar je wilt dat de ander het bevestigt.
Twee: je gebruikt het om een tegenwerping te maken.
"Ik ben moe, maar ik ga toch naar de markt." – je gaat ondanks je vermoeidheid.
Drie: je gebruikt het in een zin als "Dat was toch leuk?" – om een herinnering te bevestigen.
In het Engels zou je 'right?' of 'after all' zeggen, maar het is niet precies hetzelfde.
Het is een beetje zoals 'toch' in het Nederlands: het geeft een gevoel van verbinding met de ander.
Stel je voor: je staat bij de markt, en je ziet een kraam met kaas.
Je wilt een stukje proeven.
Je zegt tegen de verkoper: "Mag ik dat proeven?" Hij geeft je een stukje.
Je proeft het, en je zegt: "Toch lekker!" Dat is perfect.
Of je zegt: "Ik neem dit mee, toch?" – en dan weet je zeker dat je het koopt.
Ik wil je een kleine uitdaging geven.
Deze week, als je in Amsterdam bent, probeer eens 'toch' te gebruiken in een gesprek.
Het maakt niet uit of het perfect is.
Zeg gewoon: "Het is toch mooi weer?" of "Die fiets staat toch daar?" Mensen zullen je begrijpen, en ze zullen blij zijn dat je het probeert.
En als je twijfelt, denk dan aan die man met de aardbeien.
Hij zei het met een glimlach, en jij kan dat ook.
Welterusten, en tot morgen.
Ik hoop dat je een goede dag hebt gehad, en dat je morgen iets leuks tegenkomt op de markt.
Slaap lekker.