Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Amsterdamse Bieb en 'Moeten'

Hé, jij daar.

Goedenavond, ik ben heel goed, dank je wel – en jij?

Fijn dat ik dit even tegen jou kan zeggen.

Ik zat net te denken: jij woont in Amsterdam en fietst elke dag door de stad.

Misschien fiets je wel langs de OBA op het Oosterdokseiland, die grote moderne bibliotheek bij het Centraal Station.

Het is een van mijn favoriete plekken, en ik denk dat het perfect voor jou kan zijn.

Weet je, de bibliotheek is niet alleen voor boeken lenen.

Jij kunt er ook studeren, werken, of gewoon even zitten en ontspannen.

Er is een café, er zijn tentoonstellingen, en vaak zijn er gratis activiteiten.

Voor jou, omdat je Nederlands wilt verbeteren, is het een goudmijn.

Jij kunt er Nederlandse boeken, tijdschriften en films vinden.

En het mooiste?

Het is bijna altijd gratis of heel goedkoop.

Laten we wat handige woorden leren die jij kunt gebruiken.

Het eerste woord is 'de bibliotheek' – de library.

Jij kunt zeggen: 'Ik ga naar de bibliotheek om te studeren.' Of: 'De bibliotheek is vandaag open tot acht uur.' Dan hebben we 'het lidmaatschap' – membership.

Om boeken te lenen, heb jij een lidmaatschap nodig.

Het kost ongeveer 50 euro per jaar, maar voor studenten is het vaak goedkoper.

Een zin: 'Ik heb een lidmaatschap van de bibliotheek.' Een ander woord is 'lenen' – to borrow.

'Ik leen een boek voor drie weken.' Of: 'Mag ik deze DVD lenen?' En 'terugbrengen' – to return.

'Jij moet het boek op tijd terugbrengen.' Anders krijg je een boete.

'De boete' – the fine.

'Ik kreeg een boete omdat ik het boek te laat terugbracht.' 'De uitleentermijn' – the loan period.

'De uitleentermijn is drie weken, maar jij kunt het verlengen.' En 'verlengen' – to extend.

'Ik ga de uitleentermijn verlengen via de website.' Nu een beetje grammatica, speciaal voor jou.

Vandaag kijken we naar 'moeten'.

Dit is een modaal werkwoord dat 'must' of 'have to' betekent.

Het wordt gebruikt voor verplichtingen of sterke aanbevelingen.

In het Engels zeg jij 'I must' of 'I have to'.

In het Nederlands: 'Ik moet'.

Let op de vervoeging: ik moet, jij moet, hij/zij/het moet, wij moeten, jullie moeten, zij moeten.

Voorbeeld: 'Ik moet het boek terugbrengen.' (I have to return the book.) 'Jij moet het lidmaatschap vernieuwen.' (You have to renew the membership.) 'Hij moet de boete betalen.' (He has to pay the fine.) Maar 'moeten' kan ook een suggestie zijn, zoals 'you should'.

Bijvoorbeeld: 'Jij moet naar de bibliotheek gaan, het is heel leuk.' (You should go to the library, it's very nice.) In de bibliotheek kun jij ook vragen: 'Moet ik een pasje hebben?' (Do I need a card?) 'Moet ik betalen voor de computer?' (Do I have to pay for the computer?) En het antwoord: 'Nee, dat hoeft niet.' (No, that's not necessary.) 'Hoeven' is het negatieve van 'moeten', maar dat is voor een andere keer.

Dus, probeer deze week eens naar de OBA te gaan.

Leen een Nederlands boek of tijdschrift, of ga gewoon zitten en lees.

Het is een rustige plek midden in de stad.

En denk aan 'moeten' als jij iets moet doen: 'Ik moet mijn Nederlands oefenen, dus ik lees een boek.' Tot de volgende keer, hè?

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid