Kurt's B2-examen: de kracht van het werkwoord aan het einde
Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Kurt, je hebt al een paar afleveringen geoefend met 'omdat' en 'zodat', maar vandaag gaan we een stapje verder.
Je weet dat in een bijzin de persoonsvorm naar het einde gaat, maar wat gebeurt er als er een modaal werkwoord of een voltooid deelwoord in zit?
Laten we dat even helder maken.
Stel je voor: je bent in Den Haag, je fietst naar je werk.
Je denkt: 'Ik fiets naar mijn praktijk, omdat ik mijn patiënten wil helpen.' Zie je het?
'Omdat' start de bijzin, en dan komt 'ik' (het onderwerp), dan 'mijn patiënten' (de rest), en dan 'wil helpen' – het modale werkwoord 'wil' en de infinitief 'helpen' gaan samen naar het einde.
In het Nederlands is dat normaal: in een bijzin met een modaal werkwoord staat het modale werkwoord vóór de infinitief, allebei achteraan.
Nog een voorbeeld: 'Ik studeer elke dag, zodat ik het B2-examen kan halen.' 'Zodat' + 'ik' + 'het B2-examen' + 'kan halen'.
'Kan' is het modale werkwoord, 'halen' is de infinitief.
Ze staan samen aan het einde.
Maar wat als je een voltooid deelwoord hebt?
Bijvoorbeeld: 'Ik ben blij, omdat ik mijn marathon heb gelopen.' 'Omdat' + 'ik' + 'mijn marathon' + 'heb gelopen'.
'Heb' is de hulpwerkwoord, 'gelopen' is het voltooid deelwoord.
Die staan ook samen aan het einde.
Nu, Kurt, jij bent een fysiotherapeut die naar Nederland verhuist.
Denk aan een zinnetje voor je werk: 'Ik geef advies aan mijn patiënten, zodat zij hun oefeningen goed kunnen uitvoeren.' 'Zodat' + 'zij' + 'hun oefeningen goed' + 'kunnen uitvoeren'.
Perfect.
Of voor je marathon: 'Ik train drie keer per week, omdat ik mijn uithoudingsvermogen wil verbeteren.' 'Omdat' + 'ik' + 'mijn uithoudingsvermogen' + 'wil verbeteren'.
De truc is: onthoud dat in een bijzin alle werkwoorden naar het einde gaan, en de persoonsvorm (het werkwoord dat vervoegd is) staat meestal het verst naar achteren.
Maar bij modale werkwoorden en voltooide tijden is het een beetje anders: de persoonsvorm (zoals 'kan', 'wil', 'heb') staat voor de infinitief of het voltooid deelwoord.
Laten we oefenen met een paar woorden die je kunt gebruiken in je dagelijkse leven.
Ik geef je er zes:
- 'de fysiotherapeut' – dat ben jij, de persoon die helpt.
- 'de behandeling' – wat je doet met je patiënten.
- 'de vooruitgang' – die zie je bij je patiënten en bij jezelf.
- 'de ademhaling' – belangrijk voor hardlopen en voor ontspanning.
- 'de concentratie' – nodig voor het examen en voor het klimmen.
- 'het uithoudingsvermogen' – voor de marathon en voor het leren.
Probeer nu zelf een zin met 'omdat' en 'zodat' met deze woorden.
Bijvoorbeeld: 'Ik let op mijn ademhaling, omdat ik mijn concentratie wil verbeteren.' Of: 'Ik doe krachtoefeningen, zodat mijn uithoudingsvermogen groeit.'
Kurt, je doet het geweldig.
Je bent al op B2-niveau, en elke dag wordt het beter.
Blijf oefenen met die bijzinnen, en gebruik ze in je gesprekken met collega's of in je hardloopgroep.
En vergeet niet: je gaat die marathon in oktober lopen, en je gaat dat B2-examen halen.
Ik geloof in je.
Tot morgen, Kurt.