Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Rick, zit je daar in Chiang Mai met je blauwe harige Luuk op schoot terwijl je een nieuwe feature voor één van je dertig apps aan het bouwen bent?
Je merkt dat je Nederlands soms verzandt in het Engels omdat je de hele dag in het Thai denkt aan tonen, maar toch wil je dat je moertaal weer als een zenuwstelsel gaat werken.
Als solo founder zit je constant tussen twee werelden: de technische logica van je code en de onderliggende culturele structuren die bepalen hoe mensen samenwerken, beslissen en zelfs falen.
Die Haagse nuchterheid die je meebracht vanuit Den Haag – geen poespas, gewoon doen wat nodig is – helpt je om gefocust te blijven wanneer je een functie uitrolt of een bug oplost.\nLaten we een paar woorden pakken die precies passen bij jouw situatie.
Eerste: **doelgericht**.
Je bent niet zomaar aan het programmeren; je bouwt met een doel, bijvoorbeeld om een bepaalde workflow voor je gebruikers te vereenvoudigen.
Tweede: **zelfstandig**.
Als ondernemer werk je zelfstandig, maar dat betekent niet dat je alles alleen hoeft te doen – je maakt gebruik van gratis tools en automatisering om jezelf te ontzien.\nDerde: **ondernemer**.
Dit woord zit vol met betekenis: je neemt risico’s, je stuurt je eigen koers en je laat je leiden door purpose boven method.
Vierde: **cultuur**.
Je bent geïnteresseerd in de onderliggende culturele structuren van samenlevingen; je ziet hoe die zich manifesteren in de manier waarop mensen feedback geven, conflicten vermijden of juist opzoeken.
Vijfde: **structuur**.
In je code zit structuur, in je dagelijkse routine zit structuur, en zelfs in het leren van een taal zit structuur – je zoekt naar patronen in spelling en werkwoordvormen zodat je minder energie verspilt aan raden.
Zesde: **spelling**.
Je noemde dat spelling een struikelblok is; let op dubbele medeklinkers en de ‘ij’/‘ei’-verschillen, bijvoorbeeld ‘schrijven’ vs ‘schrijven’ (zelfde spelling, andere uitspraak) – het helpt om woorden hardop te zeggen en te voelen waar de nadruk ligt.
Zevende: **lidwoord**.
Je worstelt nog wel eens met ‘de’ en ‘het’.
Een vuistregel: de meeste woorden krijgen ‘de’, vooral als ze betrekking hebben op mensen, bomen, fruit, en veel werkwoorden die tot zelfstandig naamwoord zijn gemaakt: de app, de feature, de fout. ‘Het’ komt vaak bij woorden die eindigen op –sel, –ment, –aat, of bij veel onbepaalde technische termen: het programma, het systeem, het resultaat.
Probeer de volgende keer dat je iets benoemt, eerst te denken: ‘Is dit iets wat je kunt tellen of voelen?’ – dan vaak ‘de’.
Achtste: **werkwoord**.
Je zei dat werkwoordconjugatie lastig is.
Focus op de regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd: stam + -t voor hij/zij/het, bijvoorbeeld ‘hij bouwt’, ‘zij werkt’, ‘het werkt’.
Onregelmatige werkwoorden zoals ‘gaan’ (ik ga, jij gaat, hij gaat) moet je gewoon uit je hoofd leren – maak een lijstje van de tien die je het vaakst gebruikt en herhaal ze elke ochtend terwijl je je koffie zet.
Tot slot een korte nuchtere nudge: morgen, wanneer je weer een regel code schrijft of een nieuwe functie test, zeg het hardop in het Nederlands – ‘ik bouw deze feature’, ‘ik test deze update’ – en voel hoe de taal weer deel wordt van je zenuwstelsel, net als de tonen in het Thai die je al onder de knie hebt.
Je bent geen student meer; je bent een ondernemer die zijn moertaal gebruikt als gereedschap, niet als examen.
Succes, Rick, en laat Luuk maar lekker mee snurken op je schoot.