Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Kurt's marathon en B2: de kracht van de- en het-woorden

Kurt, jij bent die man uit Australië die in Londen woont, elke dag fietst naar werk, drie keer per week hardloopt, en straks naar Den Haag verhuist.

En alsof dat nog niet genoeg is, ga je in oktober een marathon lopen in Amsterdam.

Dat is niet niks, hè.

Maar jij bent iemand die doelen stelt en ze haalt.

En vandaag gaan we het hebben over een ding dat jou helpt met je B2-examen: de- en het-woorden.

Want ja, die zijn lastig, maar ik heb een trucje voor je.

Weet je, veel mensen denken dat de/het willekeurig is.

Maar er zijn patronen.

Bijvoorbeeld: woorden die eindigen op -ing, -heid, -teit, -ie, -ij, -nis, -st, -de, -te zijn vaak de-woorden.

Denk aan: de voorbereiding, de mogelijkheid, de activiteit, de marathon.

Ja, de marathon is een de-woord.

En woorden die eindigen op -isme, -ment, -sel, -um zijn vaak het-woorden.

Denk aan: het optimisme, het moment, het resultaat, het centrum.

Maar pas op, er zijn uitzonderingen.

Bijvoorbeeld: het einde, de einde?

Nee, het einde.

En de maand, het jaar?

Ja, de maand en het jaar.

Nu voor jou, Kurt.

Jij bent bezig met je B2-examen en je marathon.

Laten we een paar woorden oefenen die jij vaak gebruikt.

De hardloopschoen?

Dat is de-woord.

Het hardlopen?

Dat is het-woord, omdat het een werkwoord als zelfstandig naamwoord is.

De fysiotherapie?

De-woord.

Het examen?

Het-woord.

De verhuizing?

De-woord.

Het plan?

Het-woord.

Zie je het patroon?

Niet altijd, maar vaak.

En nu een grammaticaregel die je helpt met je woordvolgorde.

Je weet al dat in bijzinnen de persoonsvorm naar achteren gaat.

Maar wat als je een modaal werkwoord hebt?

Bijvoorbeeld: 'Ik hoop dat ik mijn B2-examen kan halen.' Hier staat 'kan' achteraan, na 'halen'.

Maar in de hoofdzin: 'Ik kan mijn B2-examen halen.' In de bijzin komt het modale werkwoord na de infinitief.

Dus: 'Ik hoop dat ik mijn B2-examen halen kan.' Maar dat klinkt formeel.

In spreektaal zeggen we vaak: 'Ik hoop dat ik mijn B2-examen kan halen.' Maar voor het examen is de formele volgorde beter: 'Ik hoop dat ik mijn B2-examen halen kan.' Of met 'zodat': 'Ik train elke dag, zodat ik de marathon uitlopen kan.' Probeer dat eens.

Nu wat nieuwe woorden voor jou.

De wedstrijd: de marathon is een wedstrijd.

De ademhaling: tijdens het hardlopen is je ademhaling belangrijk.

De motivatie: jij hebt veel motivatie.

De vooruitgang: elke dag zie je vooruitgang.

De doorzettingsvermogen?

Nee, het doorzettingsvermogen.

Dat is een het-woord.

De ontspanning: na het sporten is ontspanning fijn.

Het schema: je hebt een schema voor je marathon en je B2-examen.

Kurt, ik wil je een tip geven.

Maak een lijst van 20 woorden die jij elke dag gebruikt, en noteer of het de of het is.

Bijvoorbeeld: de fysio, het beroep, de praktijk, het team, de patiënt, het gesprek.

Oefen ze elke dag.

En als je twijfelt, gebruik dan 'de' – dat is vaker goed dan 'het'.

Maar wees niet bang om fouten te maken.

Fouten zijn stapstenen naar succes.

Je bent op de goede weg.

Je verhuist over een paar jaar naar Den Haag, je gaat een marathon lopen, en je haalt je B2-examen.

Ik geloof in jou.

En vergeet niet: elke dag een beetje beter.

Tot de volgende keer, Kurt.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid