Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Rick, je zit in Chiang Mai, je draait 30 apps in je eentje, en je leert Thai.
Maar vandaag gaat het over iets anders: de drievoudige spiegel.
Je bent Nederlander, je spreekt Engels, en je leert Thai.
Dat is niet één leerproces, dat zijn er drie.
En ze beïnvloeden elkaar.
Dat is de kern van deze aflevering.
Je bent opgegroeid met Nederlands.
Dat zit in je zenuwstelsel, zoals je zelf zegt: fluency is een staat, geen niveau.
Maar dan komt Engels.
De Engelse val.
Je gebruikt het elke dag voor je werk, voor je apps, voor je communicatie met de buitenwereld.
En langzaam maar zeker sluipt het in je Nederlands.
Je zegt "eventueel" in plaats van "misschien", je zegt "ik ben excited" in plaats van "ik heb er zin in".
Dat is niet erg, maar het is een verschuiving.
En nu Thai.
Een taal die niets met de andere twee te maken heeft.
Geen gedeelde wortels, geen leenwoorden die je herkent.
Alleen tonen, klanken, structuren die je helemaal opnieuw moet leren.
Wat gebeurt er als je die drie talen naast elkaar zet?
Je gaat zien hoe ze elkaar beïnvloeden.
Je Nederlands wordt beïnvloed door Engels.
Je Thai wordt beïnvloed door beide.
En soms, als je moe bent, komt er een woord in het Thai naar boven dat eigenlijk Engels is.
Of je zegt iets in het Nederlands met een Thaise intonatie.
Dat is de drievoudige spiegel.
Je kijkt naar jezelf in drie talen, en je ziet hoe ze met elkaar worstelen.
Vandaag leer je een paar woorden die je helpen om die dynamiek te benoemen.
Het eerste is de wisselwerking.
Dat betekent: als twee dingen elkaar beïnvloeden.
De wisselwerking tussen je Nederlands en je Engels.
Het tweede is de vervuiling.
Dat klinkt negatief, maar het is neutraal: als iets anders doordringt in iets anders.
De vervuiling van je Nederlands door Engels.
Het derde is de laag.
Je kunt talen zien als lagen over elkaar heen.
De bovenste laag is Thai, daaronder Engels, daaronder Nederlands.
En soms zak je door een laag heen.
Het vierde is de schakelaar.
Je kunt schakelen tussen talen.
Maar soms gaat die schakelaar vanzelf, en dan zeg je iets in de verkeerde taal.
Het vijfde is de wortel.
Nederlands heeft Germaanse wortels, Engels ook, maar Thai niet.
Dat verschil voel je.
Het zesde is de klank.
Elke taal heeft zijn eigen klank.
Nederlands is vrij vlak, Engels heeft meer variatie, Thai is tonig.
En het zevende is de gewaarwording.
Hoe voelt het als je schakelt tussen talen?
Dat is de gewaarwording van meertaligheid.
Nu de grammatica.
Vandaag: de vergrotende trap.
In het Nederlands: mooi, mooier, mooist.
Groot, groter, grootst.
Maar let op: bij woorden met één lettergreep vaak -er en -st, bij langere woorden gebruik je meer en meest.
Dus: interessant, interessanter, interessantst.
Of: meer interessant, meest interessant.
Beide zijn goed, maar de eerste is formeler.
En bij onregelmatige woorden: goed, beter, best.
Veel, meer, meest.
Graag, liever, liefst.
Dat laatste is belangrijk: ik leer graag Thai, maar ik leer liever Nederlands, want dat is mijn wortel.
Rick, je bent een bouwer.
Je bouwt apps, je bouwt systemen.
Zie je talen ook als systemen.
Elk systeem heeft zijn eigen logica.
Nederlands is een systeem met regels die je kent.
Engels is een systeem dat je hebt geadopteerd.
Thai is een systeem dat je nog aan het reverse-engineeren bent.
En die systemen beïnvloeden elkaar.
Dat is geen zwakte, dat is een realiteit.
De kunst is om je bewust te zijn van die wisselwerking.
Als je een fout maakt in het Nederlands omdat je Engels denkt, lach erom.
Het is een teken dat je meerdere talen beheerst.
Dat is een superkracht, geen bug.
Dus, voor vandaag: let eens op wanneer je schakelt.
Wanneer gebruik je een Engels woord in een Nederlandse zin?
Wanneer zeg je iets in het Thai met een Nederlandse intonatie?
Dat is de drievoudige spiegel.
En wees niet te hard voor jezelf.
Je bent een native speaker die leert.
Dat is een unieke positie.
Gebruik die.
Tot de volgende keer, Rick.
Blijf bouwen, blijf leren, en blijf nuchter.
De groeten aan Luuk.