De Regenton en het Woord 'Zullen'
Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Hallo, goedenavond!
Ik ben heel goed, dank je wel en jij?
Fijn dat je er bent.
Ik zag je vanmiddag nog op de fiets, met die nieuwe regenjas.
Het was echt een plensbui, hè?
Maar jij fietste gewoon door, alsof het niets was.
Dat vind ik nou typisch Amsterdam.
Weet je, als ik aan jou denk, denk ik aan hoe je steeds meer thuis bent in deze stad.
Je kent de buurttuin, de markt, de koffiebarretjes.
En nu wil je natuurlijk ook de taal beter spreken.
Dat begrijp ik helemaal.
Vandaag wil ik het hebben over het woord 'zullen'.
Misschien ken je het al, maar het is zo handig voor de toekomst.
Je gebruikt het als je iets van plan bent, of als je iets belooft.
Bijvoorbeeld: 'Ik zal morgen vroeg opstaan.' Of: 'Zullen we vanavond naar de film gaan?'
En dan hebben we ook nog wat nieuwe woorden voor je.
Luister maar:
- de bui (de bui) – een korte regenbui.
'Er komt zo een bui aan.'
- de paraplu (de paraplu) – een paraplu.
'Neem je paraplu mee, het gaat regenen.'
- omslaan (omslaan) – veranderen, bijvoorbeeld het weer.
'Het weer kan hier snel omslaan.'
- de overkapping (de overkapping) – een afdak.
'We staan onder de overkapping, dan worden we niet nat.'
- het pak (het pak) – een regenpak.
'Ik heb mijn regenpak aan, dan blijf ik droog.'
- de windkracht (de windkracht) – de sterkte van de wind.
'De windkracht is vandaag 5, dus het waait behoorlijk.'
Zie je, al die woorden passen bij het weer in Amsterdam.
En dat is precies waar we het over hebben.
Nu, over 'zullen'.
Het is een hulpwerkwoord.
Je gebruikt het met een infinitief.
Bijvoorbeeld: 'Ik zal vanavond koken.' Of: 'Zal ik de ramen sluiten?' Het is ook beleefd: 'Zal ik je even helpen?'
In de toekomende tijd gebruik je 'zullen' vaak.
Kijk maar:
- Ik zal – ik zal
- Jij zult / je zal – jij zult
- Hij/zij/het zal – hij zal
- Wij zullen – wij zullen
- Jullie zullen – jullie zullen
- Zij zullen – zij zullen
Zo, en nu een paar zinnen in jouw leven.
Stel je voor: je hebt morgen een afspraak met een vriend.
Je zegt: 'Ik zal om drie uur bij het café zijn.' Of je vraagt: 'Zullen we samen gaan hardlopen in het Vondelpark?'
En dan, over het weer: 'Het zal vanavond gaan regenen, dus ik neem mijn paraplu mee.' Of: 'Zullen we binnen afspreken, want het ziet er naar uit dat het gaat onweren?'
Zie je hoe handig dat is?
Je kunt er plannen mee maken, en het klinkt ook nog eens heel natuurlijk.
Ik hoop dat je dit kunt gebruiken.
Oefen maar eens hardop, bijvoorbeeld als je onder de overkapping wacht op de tram.
Zeg dan: 'Zal ik de tram nemen of zal ik lopen?'
En onthoud: elke dag een beetje, dan wordt het steeds makkelijker.
Ik geloof in jou, Hello.
Tot morgen!