
De Amsterdamse Bieb en 'Er' met Hoeveelheid

Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Goedenavond, ik ben heel goed, dank je wel en jij?
Ik zag je gisteren bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam, bij het Centraal Station.
Je zat daar met een stapel boeken en een grote cappuccino.
Ik dacht meteen: dit is perfect voor een gesprek.
Want de bieb is hier echt een tweede thuis voor veel Amsterdammers, en jij bent er vast vaker.
Vandaag gaan we het hebben over 'er' met hoeveelheden.
Dat is iets wat je vaak hoort, maar wat lastig kan zijn.
Stel je voor: je loopt de bieb binnen en je ziet drie etages vol boeken.
Je zegt tegen een vriend: 'Er zijn hier veel boeken.' Maar hoe zeg je dat er precies drie zijn?
'Er zijn drie etages.' Of: 'Ik heb er twee geleend.'
'Er' met een hoeveelheid gebruik je zo: 'er' + werkwoord + hoeveelheid + zelfstandig naamwoord.
Bijvoorbeeld: 'Er liggen vijf tijdschriften op tafel.' Of: 'Er staan tien computers in de hoek.' Makkelijk, toch?
Maar let op: als je het aantal niet noemt, maar 'veel' of 'weinig' gebruikt, blijft de regel hetzelfde.
'Er zijn veel studieruimtes.' 'Er is weinig stilte op de begane grond.'
Nu een paar woorden die je in de bieb kunt gebruiken.
Het eerste is 'de bieb' – dat is de korte, informele versie van 'de bibliotheek'.
Iedereen zegt 'bieb' in Amsterdam.
Dan: 'het lidmaatschap' – het abonnement.
'Ik heb een lidmaatschap voor een jaar.' 'De uitleentermijn' – hoe lang je een boek mag houden.
'De uitleentermijn is drie weken.' 'Verlengen' – langer houden.
'Ik wil dit boek verlengen.' 'Reserveren' – als een boek al uitgeleend is.
'Ik heb het gereserveerd.' 'De stille studiezaal' – de plek waar je stil moet zijn.
En 'de begane grond' – de eerste verdieping, in Nederland tellen we anders: de begane grond is 0, de eerste verdieping is 1.
Oefen eens met mij.
Stel, je staat bij de balie en je vraagt: 'Hoeveel boeken mag ik lenen?' Het antwoord: 'Je mag er tien lenen.' Zie je 'er'?
Dat verwijst naar 'boeken'.
Of: 'Zijn er nog vrije computers?' 'Ja, er zijn er drie vrij.'
Je kunt dit ook gebruiken in andere situaties.
Bij de markt: 'Hoeveel appels wil je?' 'Ik wil er zes.' In de koffiebar: 'Zijn er nog plekken?' 'Ja, er zijn er twee.'
Dus de volgende keer dat je in de bieb bent, probeer dan hardop te zeggen: 'Er zijn hier veel studieruimtes, maar ik heb er een gevonden.' Of: 'Er liggen drie tijdschriften, maar ik lees er maar een.'
En nu een kleine uitdaging voor morgen.
Ga naar de bieb, of denk aan een andere plek in Amsterdam.
Kijk om je heen en maak drie zinnen met 'er' en een hoeveelheid.
Bijvoorbeeld over het aantal mensen in de rij, het aantal boeken op een plank, of het aantal fietsen voor de deur.
Stuur ze me dan – nou ja, je weet wat ik bedoel.
Oefen ze in je hoofd of schrijf ze op.
Het helpt echt.
Tot morgen, en vergeet niet: de bieb is gratis, maar de kennis is oneindig.