Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Kurt, je weet dat je over een paar maanden naar Den Haag verhuist, en gisteren zei je dat je al aan het oefenen was met sollicitatiegesprekken.
Vandaag gaan we een stap verder: onderhandelen.
Niet omdat je een lastige klant bent, maar omdat je straks in Nederland wilt werken, en dat betekent dat je soms voor jezelf moet opkomen.
En geloof me, dat is net zo belangrijk als die marathon in oktober.
We beginnen met een woord dat je vaak gaat horen: 'de arbeidsvoorwaarden'.
Dat zijn alle afspraken over je baan, zoals salaris, vakantiedagen, en werktijden.
Als je straks bij een praktijk in Den Haag solliciteert, dan wil je weten wat de arbeidsvoorwaarden zijn.
Maar let op: je moet niet alleen luisteren, je moet ook vragen stellen.
En dat brengt me bij de grammatica van vandaag: de woordvolgorde in bijzinnen met 'omdat' en 'hoewel'.
Je kent het al: in een bijzin gaat de persoonsvorm naar het einde.
Bijvoorbeeld: 'Ik wil deze baan, omdat ik graag met mensen werk.' Zie je?
'werk' staat aan het einde.
Of: 'Hoewel het salaris lager is, neem ik de baan aan.' De persoonsvorm 'is' staat in de bijzin, en 'neem' in de hoofdzin.
Dat is de basis.
Maar nu de uitdaging: als je een bijzin hebt met twee werkwoorden, zoals 'zou kunnen' of 'heb gedaan', dan gaat het hele werkwoord naar het einde.
Bijvoorbeeld: 'Ik denk dat ik deze baan zou kunnen krijgen.' Of: 'Ik hoop dat ik mijn B2-examen heb gehaald.'
Nu, Kurt, laten we dit toepassen op jouw situatie.
Stel je voor dat je een aanbod krijgt van een praktijk in Den Haag.
Ze bieden je een salaris, maar je wilt meer vakantiedagen.
Hoe zeg je dat in het Nederlands?
Je kunt zeggen: 'Ik vind het salaris goed, maar ik zou graag meer vakantiedagen willen, omdat ik tijd nodig heb om te herstellen van mijn marathon.' Let op: 'omdat ik tijd nodig heb' – de persoonsvorm 'heb' staat aan het einde.
En dan: 'zou willen' – beide werkwoorden staan aan het einde.
Perfect.
Nog een voorbeeld: 'Hoewel ik graag bij jullie werk, moet ik ook tijd hebben voor mijn gezin.' Zie je hoe 'moet' in de hoofdzin staat, en 'heb' in de bijzin?
Dat is de woordvolgorde die je moet oefenen.
En dat is precies wat je nodig hebt voor het B2-examen, want daar wordt dit vaak getest.
Nu, een paar woorden die je helpen bij onderhandelen: 'het salaris' (salary), 'de vakantiedagen' (holiday days), 'de werkgever' (employer), 'de werknemer' (employee), 'het contract' (contract), 'onderhandelen' (to negotiate), 'het aanbod' (the offer), en 'de arbeidsvoorwaarden' (terms of employment).
Schrijf ze op, Kurt, en gebruik ze in je volgende gesprek met je baas in Londen.
Oefen hardop, want luisteren en spreken zijn jouw struikelblokken.
En onthoud: onderhandelen is niet agressief zijn.
Het is gewoon duidelijk zeggen wat je wilt, en dat kun jij al in het Nederlands.
Je bent al ver, Kurt.
Je hebt de woordvolgorde in je hoofd, je hebt de woordenschat, en je hebt de motivatie.
Dus de volgende keer dat je met je vrouw praat over de verhuizing, probeer dan eens een zin met 'omdat' en een zin met 'hoewel'.
Bijvoorbeeld: 'Hoewel we nog veel moeten regelen, ben ik blij dat we naar Den Haag gaan.' Zeg dat hardop, en voel hoe het klinkt.
Tot morgen, Kurt.
Ik weet dat je dit kunt.
En als je twijfelt, denk dan aan die marathon: je hebt al 42 kilometer gelopen, dus een gesprek over arbeidsvoorwaarden is een eitje.