Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Regel van de Tolerantie: Ruimte in de Fout

Rick, je zit in Chiang Mai, draait dertig productie-apps in je eentje, en je leert Thai – een taal met tonen die je zenuwstelsel uitdagen.

Je kent de Haagse nuchterheid, dus ik ga je geen zweverig verhaal verkopen over 'fouten omarmen'.

Nee, we gaan het hebben over tolerantie – niet als soft concept, maar als strategie.

Je kent het wel: je zegt iets in het Thai, de toon is net verkeerd, en de ander kijkt je aan alsof je een raar dier bent.

Jouw eerste reactie?

Verdomme, weer fout.

Dat moment – dat moment is de kern.

Niet de fout zelf, maar wat je ermee doet.

Tolerantie, in het Nederlands, betekent dat je ruimte geeft aan iets wat er mag zijn, ook al is het niet perfect.

Het is geen goedkeuring, geen 'alles is oké'.

Het is: dit gebeurt, en ik blijf ermee werken.

In het Thai heb je het woord 'tolerantie' misschien niet letterlijk, maar de houding zit er wel in – de glimlach die zegt: 'het is niet erg, ga door.'

Voor jou is dit relevant op twee niveaus.

Ten eerste: je eigen fouten in het Thai.

Je bent een perfectionist, dat zie ik aan hoe je je apps bouwt.

Maar taal is geen app.

Je kunt geen bugfix uitrollen voor een verkeerde toon.

Je moet het laten bestaan – even, in ieder geval – en dan verder.

Ten tweede: je Nederlands.

Je bent moedertaalspreker, maar je worstelt met spelling, de/het, werkwoorden.

Je kent de regels, maar je breekt ze.

Tolerantie betekent hier: niet elke fout hoeft een ramp te zijn.

Soms is de fout een signaal, geen falen.

Laat me je een paar woorden geven die hierbij passen.

'De tolerantie' – de ruimte die je geeft.

'De fout' – het moment dat iets niet klopt.

'De ruimte' – niet fysiek, maar mentaal.

'De glimlach' – je beste wapen in het Thai.

'De houding' – hoe je iets benadert.

'De grens' – want tolerantie heeft grenzen; je hoeft niet alles te pikken.

'De beweging' – want taal is beweging, geen statisch plaatje.

En 'de gewoonte' – want tolerantie wordt een gewoonte, net als paniek.

Grammatica: we gaan kijken naar het werkwoord 'tolereren' – een regelmatig werkwoord op -eren.

In de tegenwoordige tijd: ik tolereer, jij tolereert, hij/zij tolereert, wij tolereren.

In de verleden tijd: ik tolereerde, wij tolereerden.

Let op: bij 'jij' in de inversie – 'tolerantie, die tolereer je' – vervalt de -t.

Dus: 'Tolerantie, die heb je nodig', niet 'hebt je'.

Dat is een klassieke struikelblok, ook voor native speakers.

Oefen dat eens.

Nu, terug naar jou.

Je hebt een blauwe harige mascotte, Luuk, met een eigen biografie.

Zou Luuk tolerant zijn, denk je?

Of zou hij elke fout afstraffen?

Ik denk dat Luuk een beetje laconiek zou zijn – hij zou zeggen: 'Ach, die toon, die komt wel.' Neem dat van Luuk over.

Je doel is vloeiendheid, niet perfectie.

Vloeiendheid is een zenuwstelsel-staat, geen niveau in een tabel.

Die staat bereik je door tolerantie voor het onaffe, het scheve, het net-niet-goede.

Dus de volgende keer dat je een toon verprutst of een 'de' mist, zeg niet 'verdomme' – of zeg het wel, maar lach erbij.

En ga verder.

Dit is geen oproep tot slordigheid.

Het is een oproep tot beweging.

Blijf in beweging, Rick.

Dat is de kern.

Tot morgen.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF