Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau A1 · Unregelmäßig

Vallen konjugieren

vallen = fallen

Infinitiv
vallen
Präteritum
viel · vielen
Perfekt
is gevallen

Kurze Antwort

Vallen bedeutet fallen. Präteritum: viel (Singular) und vielen (Plural). Partizip Perfekt: gevallen, mit zijn: ik ben gevallen.

vallen üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikval
jijvalt
hij/zij/hetvalt
wijvallen
jullievallen
zijvallen

Präteritum (verleden tijd)

ikviel
jijviel
hij/zij/hetviel
wijvielen
jullievielen
zijvielen

Perfekt (voltooide tijd)

ikben gevallen
jijbent gevallen
hij/zij/hetis gevallen
wijzijn gevallen
julliezijn gevallen
zijzijn gevallen

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikwas gevallen
jijwas gevallen
hij/zij/hetwas gevallen
wijwaren gevallen
julliewaren gevallen
zijwaren gevallen

Futur (toekomende tijd)

ikzal vallen
jijzult vallen
hij/zij/hetzal vallen
wijzullen vallen
julliezullen vallen
zijzullen vallen

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vallen
jijzou vallen
hij/zij/hetzou vallen
wijzouden vallen
julliezouden vallen
zijzouden vallen

vallen üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

So funktioniert dieses Verb

  • Unregelmäßiges Verb: Präteritum und Partizip folgen nicht dem regelmäßigen Muster mit -te/-de, also lerne die drei Formen zusammen: vallen, viel, gevallen.
  • Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij valt, aber val jij?
  • Perfekt mit zijn: ik ben gevallen, nicht ik heb gevallen.

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von vallen?

viel (ik, jij, hij/zij/het) und vielen (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von vallen?

gevallen, mit zijn: ik ben gevallen.

Wird vallen mit hebben oder zijn gebildet?

Mit zijn: ik ben gevallen, hij is gevallen.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.