Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Onderhandelen

onderhandelen = negociar

Infinitivo
onderhandelen
Pasado
onderhandelde · onderhandelden
Perfecto
heeft onderhandeld

Respuesta rápida

Onderhandelen significa negociar. Pasado: onderhandelde (singular) y onderhandelden (plural). Participio: onderhandeld, con hebben: ik heb onderhandeld.

Practica onderhandelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikonderhandel
jijonderhandelt
hij/zij/hetonderhandelt
wijonderhandelen
jullieonderhandelen
zijonderhandelen

Pasado (verleden tijd)

ikonderhandelde
jijonderhandelde
hij/zij/hetonderhandelde
wijonderhandelden
jullieonderhandelden
zijonderhandelden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb onderhandeld
jijhebt onderhandeld
hij/zij/hetheeft onderhandeld
wijhebben onderhandeld
julliehebben onderhandeld
zijhebben onderhandeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad onderhandeld
jijhad onderhandeld
hij/zij/hethad onderhandeld
wijhadden onderhandeld
julliehadden onderhandeld
zijhadden onderhandeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal onderhandelen
jijzult onderhandelen
hij/zij/hetzal onderhandelen
wijzullen onderhandelen
julliezullen onderhandelen
zijzullen onderhandelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou onderhandelen
jijzou onderhandelen
hij/zij/hetzou onderhandelen
wijzouden onderhandelen
julliezouden onderhandelen
zijzouden onderhandelen

Practica onderhandelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es onderhandel. En el infinitivo onderhandelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (onderhandelde, onderhandelden) y el participio termina en -d (onderhandeld).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij onderhandelt, pero onderhandel jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de onderhandelen?

onderhandelde (ik, jij, hij/zij/het) y onderhandelden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de onderhandelen?

onderhandeld, con hebben: ik heb onderhandeld.

¿El verbo onderhandelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb onderhandeld, hij heeft onderhandeld.

Más verbos

Todos los verbosComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.