Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular

Conjugación de Rijden

rijden = conducir, ir

Infinitivo
rijden
Pasado
reed · reden
Perfecto
heeft / is gereden

Respuesta rápida

Rijden significa conducir, ir. Pasado: reed (singular) y reden (plural). Participio: gereden, con hebben / zijn: ik heb / ben gereden.

Practica rijden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikrijd
jijrijdt
hij/zij/hetrijdt
wijrijden
jullierijden
zijrijden

Pasado (verleden tijd)

ikreed
jijreed
hij/zij/hetreed
wijreden
julliereden
zijreden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben gereden
jijhebt / bent gereden
hij/zij/hetheeft / is gereden
wijhebben / zijn gereden
julliehebben / zijn gereden
zijhebben / zijn gereden

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gereden
jijhad / was gereden
hij/zij/hethad / was gereden
wijhadden / waren gereden
julliehadden / waren gereden
zijhadden / waren gereden

Futuro (toekomende tijd)

ikzal rijden
jijzult rijden
hij/zij/hetzal rijden
wijzullen rijden
julliezullen rijden
zijzullen rijden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou rijden
jijzou rijden
hij/zij/hetzou rijden
wijzouden rijden
julliezouden rijden
zijzouden rijden

Practica rijden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: rijden, reed, gereden.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij rijdt, pero rijd jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. Ik heb drie uur gereden. Ik ben naar Utrecht gereden.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de rijden?

reed (ik, jij, hij/zij/het) y reden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de rijden?

gereden, con hebben o zijn según el significado: Ik heb drie uur gereden. Ik ben naar Utrecht gereden.

¿El verbo rijden va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: Ik heb drie uur gereden. Ik ben naar Utrecht gereden.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.