Alle podcasts

Sara en de Grote Pan Soep

Het is dinsdag in Zwolle.

Sara opent haar kleine soepzaak.

Buiten is de lucht grijs.

Binnen is het warm en licht.

De grote pan staat op het vuur.

De pan bromt zacht, plop, plop, plop.

Het ruikt naar ui, wortel en tomaat.

Sara roert met een houten lepel.

Zij luistert naar de radio.

Een man praat over de Tweede Kamer.

Daar stellen mensen weer lange vragen.

Het gaat over de coronatijd.

Ministers vertellen wat zij toen deden.

Er waren bijna te weinig bedden.

Veel zieke mensen hadden snel hulp nodig.

Sara zet de radio iets zachter.

Zij denkt aan haar moeder Anja.

Anja is dokter in het ziekenhuis.

In die tijd kwam Anja vaak laat thuis.

Haar jas rook dan naar zeep.

Haar ogen waren moe.

Toch zei ze vaak: “Ik eet eerst soep.” Dan komt Milan binnen.

Hij werkt bij de kapper naast Sara.

Zijn haar zit altijd goed.

Zelfs als het hard waait. “Wat hoor ik op de radio?” vraagt Milan.

Sara wijst naar de radio. “Ze praten over oude keuzes.” “Over soepkeuzes?” vraagt Milan.

Sara lacht. “Nee, over bedden in ziekenhuizen.” Milan kijkt naar de grote pan. “Bedden willen toch vooral slapen?” Sara lacht weer. “Jij maakt van alles een grap.” Milan gaat zitten bij het raam.

Hij bestelt tomatensoep met brood.

Sara vult een kom.

De soep is rood en dik.

Milan blaast erop.

De lepel blijft bijna recht staan. “Deze soep kan bijna lopen,” zegt hij.

Sara denkt weer aan de radio. “Mijn moeder was toen heel moe.” Milan knikt. “Mijn tante werkte ook in de zorg.” “Ze moesten veel kiezen,” zegt Sara. “Dat lijkt mij zwaar.” Op dat moment gaat de deur open.

Anja komt binnen.

Ze draagt een blauwe jas.

Haar wangen zijn koud van de wind. “Dag mam,” zegt Sara. “Wil je soep?” “Altijd,” zegt Anja. “Soep begrijpt mij.” Milan schuift zijn stoel opzij.

Anja gaat zitten.

Sara vult een kom voor haar moeder.

Anja warmt haar handen aan de kom.

Sara vraagt: “Waarom praten ze nu weer over toen?” Anja neemt een hap. “Omdat mensen willen leren.” “Was het echt bijna te vol?” vraagt Sara.

Anja kijkt naar de tafel. “Ja.

Soms was elke plek nodig.

We telden bedden.

We zochten extra handen.

We vroegen mensen thuis te blijven.” “Dat was niet leuk,” zegt Milan zacht. “Nee,” zegt Anja. “Mensen misten familie en vrienden.

Kinderen misten sport.

Winkels waren soms dicht.

Maar er was grote nood.” Sara roert in de pan. “En die zwarte dag?” Anja knikt langzaam. “We waren bang voor zo’n dag.

Een dag zonder plek voor iedereen.

Een dag met heel harde keuzes.” Sara voelt een knoop in haar buik.

Buiten rijdt een bus voorbij.

De remmen piepen kort.

In de zaak is het even stil.

Dan zegt Milan: “Ik kan haar knippen op zo’n dag.” Anja kijkt verbaasd. “Wie?” “De zwarte dag,” zegt Milan. “Dan maak ik hem korter.” Sara en Anja lachen.

De knoop in Sara’s buik wordt kleiner.

Anja zegt: “Humor helpt soms.

Maar luisteren helpt ook.” Sara knikt. “Dus die vragen zijn nodig?” “Ja,” zegt Anja. “Niet om boos te blijven.

Wel om beter te doen.” Later die middag maakt Sara tien bekers soep klaar.

Ze doet er brood bij in een stoffen tas.

Milan schrijft met krijt op het raam: Vandaag soep voor sterke handen. “Sterke handen?” vraagt Sara. “Ja,” zegt Milan. “Handen die helpen.

En handen die lepels vasthouden.” Sara brengt de tas naar het ziekenhuis.

Bij de ingang zoemen de deuren.

De vloer is licht blauw.

Een kar rammelt voorbij.

Sara ziet mensen snel lopen.

Ze ziet ook iemand rustig thee drinken.

Anja komt naar haar toe. “Wat lief,” zegt ze. “Het is maar soep,” zegt Sara. “Maar soep kan warm zijn,” zegt Anja. “En warmte telt.” Sara loopt terug naar haar zaak.

De lucht is nog grijs.

Toch voelt de dag lichter.

Ze denkt aan de vragen in de Tweede Kamer.

Ze denkt aan bedden, handen en keuzes.

Ze hoopt dat mensen goed luisteren.

En ze hoopt dat niemand soep vergeet.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze