

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik heet Lena.
Ik woon in Delft.
Mijn huis is klein.
Mijn moeder heet Eva.
Mijn vader heet Pim.
Oma Els is bij ons.
De lucht is koud.
De straat is nat.
Ik hoor een bus.
De bus gaat weg.
Het is laat.
Vandaag speelt Nederland met Spanje.
De bal is op televisie.
Zij spelen voor een grote beker.
De bar van Eva is open.
Veel bars zijn open laat.
Veel mensen kijken naar voetbal.
Veel mensen slapen kort.
Eva zegt: 'Mijn lijf wil bed.' Ik zeg: 'Mijn lijf ook.' Eva lacht.
De bar is geel van licht.
De deur is open.
Ik ruik soep.
Ik ruik brood.
Ik zie melk.
Ik zie water.
Eva werkt.
Zij loopt veel.
Zij zegt: 'Welkom allemaal.' Ik mag mee.
Oma komt ook.
Pim komt op de fiets.
Mijn hond Bas blijft thuis.
Hij slaapt in huis.
Dat is slim.
Ik heb een jas.
De jas is rood.
Oma heeft een sjaal.
De sjaal is groen.
Pim heeft een pet.
De pet is oranje.
De pet zit op zijn oor.
Oma zegt: 'Pim, je oor speelt ook.' Pim zegt: 'Mijn oor is fan.' Ik lach.
In de bar zijn zes mensen.
Een man heeft een oranje jas.
Een vrouw heeft een blauwe tas.
Een kind heeft een rode bal.
De bal mag niet in de bar.
Het kind ziet mij.
Hij zegt: 'Wil jij spelen?' Ik zeg: 'Nu niet.' Ik kijk naar de bal op televisie.
De echte bal ligt in zijn hand.
Dat is gek.
Om twaalf uur gaat het spel door.
De bal gaat snel.
Iedereen kijkt.
Pim kijkt met grote ogen.
Mijn ogen zijn klein.
Mijn lijf wil slaap.
Mijn hoofd wil bed.
Ik zeg: 'Mijn klok is boos.' Oma zegt: 'Mijn klok ook.' Haar bril zit laag.
Zij ziet de bal niet goed.
Zij zegt: 'Is dat de bus?' Ik zeg: 'Nee, dat is Spanje.' Oma lacht hard.
Eva zet cola op tafel.
Pim pakt melk.
Hij denkt niet goed.
Hij doet zout in zijn melk.
Hij drinkt.
Zijn gezicht is raar.
Hij zegt: 'Deze melk is boos.' Oma lacht weer.
Ik lach ook.
Eva zegt: 'Pim, zout hoort bij soep.' Pim zegt: 'Mijn melk speelt ook.' Nederland heeft de bal.
Spanje heeft de bal.
Nederland heeft de bal weer.
Een man zegt: 'Kom, bal!' Een vrouw zegt: 'Kom, Nederland!' De bal gaat in het net.
Nederland heeft een punt.
Iedereen roept.
Ik hoor veel geluid.
De glazen doen ting ting.
Mijn melk doet ting ting.
Ik zeg: 'Melk, niet dansen.' Oma zegt: 'Melk wil ook spelen.' Het is heel laat.
Mijn ogen willen dicht.
Mijn klok in mijn lijf zegt slaap.
Ik zeg: 'Ja, klok.' Eva hoort mij.
Zij zegt: 'Nog even.' Ik eet brood.
Ik drink water.
Ik kijk nog.
Pim zet zijn pet goed.
De pet zit nu op zijn hoofd.
Oma zegt: 'Nu ziet je oor niets.' Pim lacht.
Na het spel gaan wij naar huis.
Eva doet de bar dicht.
De straat is nat en blauw.
Ik ruik regen.
Ik hoor mijn fiets.
Pim loopt met de fiets.
Oma loopt naast mij.
Ik ben moe.
Thuis drink ik water.
Ik lees twee woorden.
Dan slaap ik.
Ik ben blij.
Mijn bed is fijn.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze