
stiller worden naar de slaap toe · Slow Dutch evening

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Een avondaflevering.
Niet luisteren tijdens auto rijden.
Vanavond versterken we wat je vanmorgen hebt gehoord.
Welkom bij deze 22-22 aflevering.
De klok staat stil, op dit zachte moment.
De dag is voorbij.
Je bent hier.
Je mag nu stil worden.
Voel hoe je lichaam de stoel of het bed vindt.
De zwaarte van je armen.
De warmte van je handen op je schoot of naast je.
Je voelt de ondergrond onder je.
Het is stevig.
Het is veilig.
Je adem stroomt vanzelf.
In en uit.
Zonder dat je iets hoeft te doen.
Elke uitademming voelt als een klein loslaten.
Een zucht van de dag.
Begin bij je voeten.
De spieren in je voeten mogen zich ontspannen.
De tenen worden zwaar.
De voetzolen worden breed.
En zacht.
Laat de spanning in je enkels wegleiden.
Het is als of de vloer je draagt.
Als of het bed je omsluit.
Je omsluit.
Je kuiten worden los.
De spieren in je bovenbenen worden zwaar.
Je heupen zakken dieper in de ondergrond.
Elk gewricht.
Geef mee.
Breng je aandacht naar je buik.
Voel hoe je buik zachtjes op en neer beweegt.
De adem komt.
En gaat.
Het is een ritme dat er altijd is.
Altijd aanwezig.
Je rug wordt breed.
De spieren langs je wervelkolom mogen loslaten.
Je schouders zakken.
Ze worden zwaarder.
Ze worden breder.
De spanning in je nek smelt weg.
Als warme boter.
Je kaak wordt los.
Je kaken zijn ontspannen.
Je tanden raken elkaar ook niet.
Je tong ligt still in je mond.
Je oogleden zijn zwaar.
Ze willen sluiten.
Je voorhoofd wordt glad.
Helemaal glad.
En nu van je kruin naar je voeten. Een golf van ontspanning.
Een golf van ontspanning.
Een zachte warme golf.
Hij begint bovenop je hoofd.
Hij stromt door je gezicht.
Door je nek.
Over je schouders.
Langs je armen tot in je vingertoppen.
Hij stromt door je borst.
Door je buik.
Langs je rug.
Door je hupen.
Langs je benen tot in je voeten.
Je hele lichaam is nu still.
Je hele lichaam is nu zwaar.
Je bent hier.
Helemaal hier.
De dag van vanmorgen. Zeventien van jullie, 26.
Zeventien van jullie, 26.
Een dag die voorbij is.
Een dag die je hebt geleefd.
Denk aan vanmorgen.
Het moment dat je wakker werd.
Het eerste licht.
Het eerste geluid.
De eerste adem.
En toen begon de dag.
Je stond op.
Je dronk koffie.
Of thee.
Je keek naar buiten.
Misschien zag je de gracht.
De klinkers die nat waren van de regen.
Misschien hoorde je een fietsbel.
Een ver weg geluid.
De dag begon.
En nu vanavond mag je terugkijken.
Niet om te oordelen.
Niet om te verbeteren.
Alleen om te zien wat er was.
Er was een moment van stilte.
Vanmorgen.
Om 11.
Elf.
Een moment waarop je even pauze nam.
Je hoorde de woorden.
Je hoorde het Nederlands.
Het klonk zachtjes in je oren.
Het klonk duidelijker dan gisteren.
Of misschien niet.
Het maakt niet uit.
Het was er.
Het was een moment.
Een moment van oefenen.
Van zoeken naar woorden.
Van luisteren.
In jezelf.
Denk aan een ander moment vandaag.
Een moment waarop je iets nieuws hoorde.
Of iets bekends.
Misschien in de supermarkt.
Bij de kassa.
Het geluid van de scanner.
De stem van de kassière.
Een simpel zinnetje.
Heeft u een bonuskaart?
En jij antwoordde.
Of je knikte.
Je was erbij.
Je was aanwezig.
Het Nederlands was om je heen.
Het klonk zachtjes.
Het klonk vertrouwd.
Het wordt elke dag duidelijker.
Niet perfect.
Niet rustig.
Maar duidelijker.
Stap voor stap.
Word.
Voor word.
En misschien was er een derde moment.
Een moment van stilte.
Een moment waarop je alleen was.
Je keek naar de schemerlamp in de hoek.
Het zachte licht.
De warme gloed.
Je dacht aan niets.
Of aan alles.
Je ademde.
Je was stil.
Dat moment mag er zijn.
Het is een geschenk.
Een geschenk van de dag.
Moment van rust.
Een moment van zijn.
De dag is voorbij.
Alle momenten zijn nu voorbij.
Ze liggen achter je.
Als een pad van klinkers.
Elk moment een steen.
Sommige stenen zijn glad.
Sommige zijn ruw.
Maar ze liggen er allemaal.
Het pad is compleet.
Je hoeft er niet meer op te lopen.
Je mag nu rusten.
Je mag loslaten.
Alles wat je vandaag hebt gedaan.
Alles wat je vandaag hebt gezegd.
Alles wat je vandaag hebt gehoord.
Het mag wegzakken.
Het mag worden opgenomen door de stilte.
En nu een oefening van recht.
Een oefening van binnenkomst.
Eerst naar buiten.
Naar de wereld.
Jij hebt het recht om stil te worden.
Jij hebt het recht om te rusten.
Jij hebt het recht om de dag los te laten.
Jij hebt het recht om te zijn wie je bent.
Zonder oordeel.
Zonder haast.
Zonder verwachting.
En nu van buiten naar binnen.
Na jezelf.
Ik heb het recht om stil te worden.
Ik heb het recht om te rusten.
Ik heb het recht om de dag los te laten.
Ik heb het recht om te zijn wie ik ben.
Zonder oordeel.
Zonder haast.
Zonder verwachting.
Deze woorden zijn voor jou.
Ze zijn zacht.
Ze zijn waar.
Ze zijn een anchor.
Een anchor in de stilte.
Je mag ze horen.
Je mag ze voelen.
Ze worden onderdeel van de avond.
Ze worden onderdeel van jou.
En nu een landschap.
Een landschap van stilte.
Stel je voor dat je langs een gracht loopt.
Het is avond.
De zon is onder.
De lucht is diepblauw.
Bijna zwaar.
De lantaarns branden.
Ze geven een zacht oranje licht.
Er valt dan licht op het water. Het water is stil. Bijna roerloos.
Het water is stil. Bijna roerloos.
Bijna roerloos.
Er is een brug,
Een oude brug van baksteen.
De baksteen is warm van de dag.
Je voelt de warmte met je hand.
Het is een zachte warmte.
Een warmte die blijft.
Je loopt verder.
Je hoort het geluid van je eigen voetstappen.
Ze klinken zachtjes op de klinkers.
Tik, tak, tak, tak.
Het is een ritme.
Een ritme van de avond.
Er is een fiets.
Een fiets die tegen een lantaarnpaal staat.
De ketting glimt.
Het zadel is nat van de regen.
De regen van eerder vandaag.
De druppels hangen nog aan het stuur.
Ze vangen het licht.
Ze glinsteren.
Als kleine sterren.
Je loopt verder.
De gracht wordt breder.
Er is een woonboot.
Een kleine woonboot.
Er brandt licht achter de ramen.
Een schemerlamp.
Een warm, geel licht.
Je ziet een silhouette.
Iemand zit aan een tafel.
Iemand leest.
Of denkt.
Het is een stille zin.
Een zin of een rust.
Je loopt verder.
De gracht wordt smaller.
De huizen worden hoger.
Ze zijn oud.
Ze zijn van baksteen.
De baksteen is donker van de avond.
Maar warm.
Altijd warm.
Je stopt.
Je leunt over de reling.
Je kijkt naar het water.
Het water is zwart.
Maar het reflecteert het licht.
De lantaarns.
De ramen.
De maan.
De maan is dun.
Een sikkel.
Hij hangt laag.
Hij is stil.
Je ademt.
Je ademt de avondlucht.
De lucht is koel.
Hij ruikt naar water.
Naar baksteen.
Naar regen.
Naar stilte.
En nu.
Ver weg hoor je een geluid.
Het is een fietsbel.
Een enkel geluid.
Het klinkt zachtjes.
Het klinkt ver weg.
Het is als een fluistering.
Een fluistering van de stad.
Dan is het weer stil.
Helemaal stil.
Je staat daar.
Je bent stil.
Je bent aanwezig.
Je bent in dit landschap.
Dit landschap van de avond.
Dit landschap van rust.
Je draait je om.
Je loopt terug.
Dezelfde weg.
Dezelfde klinkers.
Hetzelfde ritme.
Tick.
Tak.
Tick.
Tak.
De lantaarn werpt een lange schaduw.
Je schaduw is lang.
Hij is dun.
Hij beweegt met je mee.
Je komt bij de brug.
De warme baksteen.
Je raakt hem aan.
Hij is nog steeds warm.
De warmte van de dag.
Een herinnering aan de zon.
Een herinnering aan het licht.
Je loopt verder.
De gracht is nu achter je.
Je bent weer in de straat.
De straat is leeg.
De huizen zijn stil.
Achter de ramen zie je schemerlampen.
Warme lichten.
Gelere lichten.
Oranje lichten.
Elk licht is een thuis.
Elk licht is een rust.
Je loopt verder.
Je voelt de klinkers onder je voeten.
Ze zijn vast.
Ze zijn veilig.
Ze dragen je.
En nu.
Langzaam wordt het landschap zachter.
De contouren vervagen.
De kleuren worden donkerder.
Het geluid wordt stiller.
De gracht is er nog.
De lucht wordt wazig.
De lantaarns worden vlekken.
De baksteen wordt een warme schaduw.
Het water wordt een zwarte spiegel.
Een spiegel van de nacht.
Je voelt de warmte van het bed.
De zachtheid van het kussen.
De zwaarten van je oogleden.
Ze zijn zwaar.
Ze zijn moe.
Ze willen sluiten.
Je laat ze toe.
Je laat de slaap toe.
De slaap komt langzaam.
Als een zacht getij.
Het stijgt.
Het vult je.
Het neemt je mee.
De woorden van morgen.
De woorden van vandaag.
Ze zijn bij je.
Ze zijn licht.
Ze worden zachter.
Ze worden stiller.
Ze worden een fluistering.
Een fluistering in de nacht.
Het Nederlands dat je hoorde.
Het klonk zachtjes.
Het klonk duidelijker.
Het wordt elke dag duidelijker.
Niet perfect.
Niet rustig.
Maar duidelijker.
Stap voor stap.
Woord voor woord.
Je oefent elke dag.
Je zoekt naar woorden.
Je vindt ze.
Ze zijn er.
Ze zijn van jou.
De avond is nu diep.
De stilte is volledig.
Je bent stil.
Je bent zwaar.
Je bent rustig.
Je adem is zacht.
Je hart klopt rustig.
Je lichaam is ontspannen.
Je geest is kalm.
Je bent klaar voor de nacht.
Je bent klaar voor de slaap.
De slaap die alles herstelt.
De slaap die alles versterkt.
Wat je vandaag hebt gehoord.
Wat je vandaag hebt geoefend.
Het wordt versterkt.
Het wordt dieper.
Het wordt onderdeel van jou.
En nu de laatste woorden.
Tot morgen.
Tot morgen om 11:11.
Een nieuw moment.
Een nieuwe ochtend.
Een nieuwe kans.
Om te oefenen.
Om te zoeken.
Om te luisteren.
Om te groeien.
Maar nu eerst de nacht.
Eerst de stilte.
Eerst de slaap.
Laat de dag los.
Laat alles los.
Je bent veilig.
Je bent hier.
Je bent stil.
Je mag nu stiller worden.
Voel hoe je lichaam de stoel of het bed vindt. De zwaarte van je armen. De warmte van je handen op je schoot of naast je.
Het is stevig. Het is veilig.
Het is stevig. Het is veilig.
De spieren in je bovenbenen.
De spieren in je bovenbenen.
De spieren in je bovenbenen zijn zo lang bezig geweest vandaag.
Ze hebben je rechtop gehouden.
Ze hebben je gedragen.
Nu mogen ze los.
Ze worden zwaar.
Ze worden warm.
Ze zakken weg in de ondergrond.
Breng je aandacht naar je buik.
Voel hoe je buik zachtjes op en neer beweegt.
De adem stroomt van zelf. In en uit. Sonder dat je iets hoeft te doen. Elke uitademming voelt als een klein loslaten. Een zucht van de dag.
Je rug wordt breed. De spieren langs je wervelkolom mogen loslaten.
Je schouders zakken. Ze worden zwaarder. Ze worden breder.
Je heupen zakken dieper in de ondergrond. Elk gewricht. Geef mee. Je heupen worden breder.
Ze worden zwaar.
Ze worden stil.
En dan je benen.
Je bovenbenen.
De grote spieren.
Ze hebben je vandaag gedragen.
Ze hebben je vandaag gedragen. Nu mogen ze loslaten.
Nu mogen ze rusten.
Ze worden zwaar.
Ze worden warm.
Ze worden stil.
Je knieën.
De gewrichten.
Ze geven mee.
Ze worden zacht.
Ze worden los.
Je kuiten.
De spieren die je hebben gesteund.
Ze laten de spanning loslaten.
Ze worden zwaar.
Ze worden breed.
Ze worden stil.
Je enkels.
De gewrichten die je hebben gestabiliseerd.
Ze worden zacht.
Ze worden los.
Ze geven mee.
En je voeten.
Je voeten die de hele dag de grond hebben gevoelt.
De klinkers die nat waren van de regen.
De grond.
De grond.
Ze mogen nu helemaal ontspannen.
De tenen worden zwaar.
De voetzolen worden breed.
De hielen worden zwaar.
Ze zakken weg.
Ze worden stil.
En nu van je kruin naar je voeten.
Een golf van warmte.
Een golf van ontspanning.
Hij stijgt langzaam.
Hij vult je.
Hij draagt je.
Hij neemt je mee.
Je bent stil.
Je bent zwaar.
Je bent kalm.
De dag is voorbij.
De dag is voorbij.
En er was nog een moment vandaag.
Een moment dat je misschien was vergeten.
Een klein moment.
Een moment van verbinding.
Misschien was het in de middag.
Je stond bij het raam.
Je keek naar buiten.
De lucht was grijs.
Of blauw.
Er was een vogel.
Een merel.
Hij zat op een dak.
Hij zong.
Zijn lied was helder.
Het klonk in de stilte.
Je hoorde het.
Je stond stil.
Je luisterde.
Je was even weg van alles.
Even alleen met het geluid.
Even alleen met de stilte.
Dat moment.
Het is er nog.
Het is in je.
Het is een herinnering aan de rust.
Een herinnering aan aanwezigheid.
En nu laat je dat moment ook los.
Laat het wegzakken.
Laat het worden opgenomen door de stilte.
De dag is voorbij.
Alle momenten zijn voorbij.
Ze liggen achter je.
Als een pad van klinkers.
Elk moment een steen.
Sommige stenen zijn glad.
Sommige zijn ruw.
Sommige zijn warm.
Sommige zijn koel.
Ze liggen er allemaal.
Het pad is compleet.
Je hoeft er niet meer op te lopen.
Je mag nu rusten.
Je mag loslaten.
En nu een landschap.
Het landschap wordt dieper.
De gracht wordt breder.
Het water wordt stiller.
Je staat nog steeds op de brug.
De baksteen is warm onder je hand.
Je voelt de korreligheid van de steen.
De kleine oneffenheden.
De warmte die erin is getrokken.
De warmte van de zon van eerder vandaag.
De zon die nu weg is.
Maar de warmte blijft.
Als een herinnering.
Je kijkt naar het water.
Het water is zwart.
Maar er zijn lichten.
De lantaarns werpen oranje strepen.
De strepen dansen zachtjes.
Ze bewegen met de adem van het water.
Een kleine rimpel.
Een vis die springt.
Of een blad dat valt.
Je hoort het geluid.
Een zacht plonsje.
Het is stil.
Het is ver weg.
Het is een geluid van de nacht.
Je kijkt omhoog.
De lucht is diep blauw.
Bijna zwart.
Er zijn sterren.
Kleine lichtjes.
Ze zijn ver weg.
Ze zijn stil.
Ze zijn er altijd.
Je ademt.
De lucht is koel.
Hij ruikt naar water.
Naar mos.
Naar baksteen.
Naar de avond.
Je voelt de koelte op je huid.
Op je wangen.
Op je handen.
Het is een zachte koelte.
Een koelte die je wakker houdt.
Maar ook kalmerend,
Je loopt verder.
De gracht wordt smaller.
De huizen worden hoger.
Ze zijn oud.
Ze zijn van baksteen.
De baksteen is donker van de avond.
Maar warm.
Altijd warm.
Je ziet een raam.
Een raam op de eerste verdieping.
Het gordijn staat open.
Je ziet een kamer.
Een schemerlamp brandt.
Een warm licht.
Je ziet een stoel.
Een lege stoel.
Een boek op de tafel.
Een kopje.
Het is een stille scène.
Een scène van rust.
Je loopt verder.
De straat wordt breder.
Er is een klein plein.
Een klein plein met een boom.
De boom is oud.
Zijn takken zijn kaal.
Of vol met bladeren.
Het maakt niet uit.
De boom is er.
Hij is stil.
Hij heeft er jaren gestaan.
Morgen is hij er nog steeds.
Je loopt naar hem.
Je raakt hem aan.
Zijn schors is ruw.
Hij is koel,
hij is stevig.
Je voelt de kracht van de boom.
De stilte van de boom.
Je leunt even.
Je ademt.
Je bent stil.
En nu.
Langzaam wordt het landschap zachter.
De contouren vervagen.
De kleuren worden donkerder.
De kamer wordt stiller.
De kracht is er nog.
Maar hij wordt wazig.
De herkenningspunten worden vlekken.
De baksteen wordt een warme tint.
Het water wordt een zwarte spiegel.
Een spiegel van de nacht.
Je voelt de warmte van het bed.
De zachtheid van het kussen.
De zwaarte van je oogleden.
Ze zijn zwaar.
Ze zijn moe.
Ze willen sluiten.
Je laat ze toe.
Je laat de slaap toe.
De slaap komt langzaam.
Als een zacht getij.
Het stijgt.
Het vult je.
Het neemt je mee.
De woorden van vanmorgen.
De woorden van vandaag.
Ze zijn bij je.
Ze zijn in je.
Ze worden zachter.
Ze worden stiller.
Ze worden een fluistering.
Een fluistering in de nacht.
Het Nederlands dat je hoorde.
Het klonk zachtjes.
Het klonk.
Duidelijker.
Het wordt elke dag duidelijker.
Niet perfect.
Niet rustig.
Maar duidelijker.
Stap voor stap.
Word voor word.
Word voor word.
Van oefening, elke dag.
Elke dag.
Van zoeken naar woorden.
Van luisteren in jezelf. Je dacht aan niets. Of aan alles. Ze zijn er. Ze zijn van jou. Het is een geschenk. Een geschenk van de dag.
Ze zijn er. Ze zijn van jou. Het is een geschenk. Een geschenk van de dag.
Ze zijn van jou.
De avond is nu diep.
De stilte is volledig.
Je bent stil.
Je bent zwaar.
Je bent rustig.
Je adem is zacht.
Je hart klopt rustig.
Je lichaam is ontspannen.
Je geest is kalmer, helemaal glad. Je bent klaar voor de nacht.
Je bent klaar voor de nacht.
Je bent klaar voor de slaap.
De slaap die alles herstelt.
De slaap die alles versterkt.
Alles wat je vandaag hebt gehoord.
Wat je vandaag hebt geoefend.
Het wordt versterkt.
Het wordt dieper.
Het mag wegzaken. Het mag worden opgenomen door de stilte.
En nu.
En nu, het laatste woord.
Tot morgen.
Tot morgen.
Om 11.
Elf.
Een nieuw moment.
Een nieuwe ochtend.
Een nieuwe kans.
Om te oefenen.
Om te zoeken.
Om te luisteren.
Om te groeien.
Eerst de nacht.
Eerst de stilte.
Eerst de slaap.
Laat de dag los.
Laat alles wegzaken.
Je bent veilig.
Je bent hier.
Je bent zwaar.
Dit was hypnodutch, level A1-B1. Spreek Nederlands. Zelfs als je stem still is, spreek je Nederlands. Spreek Nederlands. Zelfs als je stem still is, spreek je Nederlands.
Spreek Nederlands. Zelfs als je stem stil is, spreek je Nederlands.
Zelfs als je stem stil is, spreek je Nederlands.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze