

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Sara werkt in Amsterdam.
Zij werkt bij het AMC.
Het AMC is een groot medisch centrum.
Sara is verpleegkundige.
Zij houdt van haar werk.
Het is maandag.
Sara staat vroeg op.
Het is nog donker buiten.
Zij drinkt thee.
De thee is warm.
De thee ruikt lekker.
Zij eet een boterham.
De boterham is lekker.
De boterham heeft kaas.
Dan pakt zij haar jas.
De jas is rood.
De jas is zacht.
Sara loopt naar de trein.
De trein is geel.
De trein is groot.
Zij zit in de trein.
Zij kijkt naar buiten.
Zij ziet de straat.
Zij ziet de huizen.
Amsterdam is mooi.
De zon komt op.
Het licht is oranje.
Sara komt aan bij het AMC.
Het AMC is groot.
Het is een mooi centrum.
De deuren zijn van glas.
Sara loopt naar binnen.
Zij ziet haar collega Tom.
Tom is ook verpleegkundige.
Tom draagt een blauw uniform.
Tom zegt: "Goedemorgen, Sara!" Sara zegt: "Goedemorgen, Tom!" Tom zegt iets bijzonders.
Tom zegt: "Er komt een grote verandering." Sara kijkt naar Tom.
Zij vraagt: "Wat bedoel je?" Tom zegt: "Het VUmc stopt." Sara vraagt: "Wanneer stopt het VUmc?" Tom zegt: "In het jaar 2040." Sara denkt na.
Zij zegt: "Dat is ver weg." Tom knikt.
Tom zegt: "Ja, maar het is wel groot." Sara zegt: "Waar gaan de mensen dan naartoe?" Tom zegt: "Naar hier.
Naar het AMC." Sara kijkt om zich heen.
Het AMC is groot.
Er zijn veel kamers.
Er zijn veel mensen.
De gangen zijn wit.
Er hangt een geur van schoonmaakmiddel.
Sara denkt: "Hier is ruimte voor iedereen." Sara en Tom drinken koffie.
De koffie is warm.
De koffie ruikt sterk.
Zij zitten aan een tafel.
De tafel is wit.
De tafel is rond.
Sara zegt: "Ik vind het AMC fijn." Tom zegt: "Ik ook." Een mevrouw loopt langs.
De mevrouw heet Els.
Els is ook verpleegkundige.
Els heeft lang haar.
Els zegt: "Hebben jullie het gehoord?" Sara zegt: "Ja, over het VUmc." Els knikt.
Els zegt: "Het AMC groeit." Sara zegt: "Dat is goed." Het is nu middag.
Sara eet een appel.
De appel is groen.
De appel is knapperig.
Zij zit bij het raam.
Zij ziet de tuin.
De tuin is groen.
Er zijn bloemen.
De bloemen zijn geel en rood.
De bloemen ruiken zoet.
Sara denkt aan het VUmc.
Zij denkt: "Veel mensen werken daar." Zij denkt: "Die mensen komen hier." Sara is blij.
Zij zegt zacht: "Het AMC is klaar." Tom komt terug.
Hij heeft twee kopjes thee.
Hij geeft een kopje aan Sara.
Sara zegt: "Dank je wel, Tom." Tom zegt: "Graag gedaan." Zij drinken de thee.
De thee is lekker.
De thee is heet.
Het is rustig.
Sara kijkt naar de tuin.
Zij is tevreden.
Zij houdt van haar werk bij het AMC.
Het is nu avond.
Sara pakt haar jas.
De jas is rood.
De jas is warm.
Zij loopt naar de trein.
De trein is geel.
De trein rijdt zacht.
Zij zit in de trein.
Zij is moe.
Maar zij is ook blij.
Thuis drinkt Sara water.
Het water is koud.
Het water is helder.
Zij zit op de bank.
De bank is bruin.
De bank is zacht.
Zij denkt aan de dag.
Het was een goede dag.
Zij denkt: "Morgen zie ik Tom weer." Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze