

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Het is maandagochtend.
De lucht is grijs.
Het regent een beetje.
Ik zit in de bus.
De bus rijdt naar het centrum.
Ik kijk uit het raam.
De ramen zijn nat.
De regen maakt strepen op het glas.
Ik zie mensen met paraplu's.
Ze lopen snel.
De paraplu's zijn zwart, rood en blauw.
De bus is warm.
Het ruikt naar natte jassen.
Ik hoor de regen tikken op het dak.
Tik, tik, tik.
Naast mij zit een oude man.
Hij heeft een rode jas aan.
Hij kijkt boos.
Hij praat hard in zijn telefoon.
Zijn stem is luid.
De man zegt: 'De regering liegt!'
Alles is slecht.
We moeten vechten.
Ik kijk naar hem.
Hij ziet er moe uit.
Zijn handen trillen.
Ik ruik koffie uit zijn beker.
De koffie ruikt sterk.
De bus stopt.
Een vrouw stapt in.
Ze heeft een hond.
De hond is klein en bruin.
De hond blaft.
De man wordt bozer.
Hij roept.
Zie je wel?
Alles is chaos.
We willen een burgeroorlog.
Ik schrik.
Een burgeroorlog?
Dat is toch niet goed.
Ik denk aan mijn opa.
Hij vertelde over de oorlog.
Dat was niet fijn.
Er was geen eten.
Er was geen vrede.
Mensen waren bang.
Ik wil geen oorlog.
Ik wil vrede.
Ik denk aan mijn opa's stem.
Hij zei altijd:
Veel plezier verder met het verhaal.
'Praat met elkaar.'
Dat is beter.
De vrouw met de hond lacht.
Ze zegt.
Meneer,
Gaat het wel?
U bent erg boos.
De man kijkt verrast.
Hij stopt met praten.
Hij zucht diep.
Sorry.
Zegt hij zacht.
Ik ben gewoon bang.
Ik snap de wereld niet meer.
De vrouw knikt.
Dat snap ik.
Zegt ze.
Maar een oorlog lost niets op.
De man wordt stil.
Hij kijkt naar buiten.
De regen stopt.
De zon komt door de wolken.
De lucht wordt blauw.
De bus rijdt verder.
Ik voel me rustiger.
De man glimlacht een beetje.
Hij aait de hond.
De hond kwispelt.
Ik denk, praten is beter dan schreeuwen.
Samen zijn is beter dan vechten.
De bus stopt bij mijn halte.
Ik stap uit.
Ik kijk nog even naar de man.
Hij zwaait naar de hond.
De vrouw lacht.
Ik loop naar huis.
De lucht is nu blauw.
Ik voel me warm van binnen.
Misschien komt het goed als we maar blijven praten.
Ik denk aan de man.
Hij was boos, maar ook verdrietig.
Ik denk aan de vrouw.
Ze was lief.
Een klein gesprek kan veel doen.
Ik leer vandaag.
Boosheid is soms verdriet.
En een klein gesprek kan veel veranderen.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op Dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause