

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Dames, de groene pannekoek.
Lisa staat in de keuken.
Lisa heeft melk.
Lisa heeft eieren.
Lisa heeft spinatie.
Spinatie is groen.
Heel groen.
Ik maak een pannekoek, zegt Lisa.
Maar dit is geen normale pannekoek.
Lisa pakt de blender.
De blender is groot.
Lisa doet de melk in de blender.
Lisa doet de spinatie in de blender.
De spinatie is groen.
De melk is wit.
Nu is de melk groen.
Interessant, zegt Lisa.
Lisa maakt het beslag.
Het beslag is groen.
Heel erg groen.
Lisa kijk naar het beslag.
Het beslag ziet er raar uit.
Lisa heeft ook eieren.
Twee eieren.
Lisa doet de eieren in het beslag.
Het beslag is nog steeds groen.
Oké, zegt Lisa.
Lisa pakt de pan.
De pan is heet.
Lisa doet boter in de pan.
De boter smelt.
Lisa doet het groene beslag in de pan.
De pannekoek is groen.
Groene pannekoek.
Lisa kijkt naar de pannekoek.
De pannekoek is heel groen.
Dit is normaal, zeg Lisa.
Maar het is niet normaal.
De pannekoek is klaar.
Lisa kijkt naar de pannekoek.
De pannekoek is groen en bruin.
Groen en bruin.
Samen.
Lisa's vriend Tom komt te keuken in.
Tom ziet de pannekoek.
Tom zegt niets.
Tom kijkt naar Lisa.
Tom kijkt naar de pannekoek.
Is dit eten?
Vraag Tom.
Ja, zeg Lisa.
Het is een pannekoek.
Een groene pannekoek, zeg Tom.
Ja, zeg Lisa.
Tom eten pannekoek.
Lisa eten pannekoek.
De pannekoek is oké.
Niet slecht, niet heel lekker, maar oké.
Ik proef spinatie, zeg Tom.
Ja, zeg Lisa.
In één pannekoek, zeg Tom.
Ja, zeg Lisa.
Tom denkt even naar.
Het is interessant, zeg Tom.
Lisa lacht.
Volgende week maak ik een rode pannekoek.
Tom kijkt bezorgd.
Nieuwe worden de spinatie, de spinnage.
De blender, de blender.
De beslag.
De batter.
Smelt.
Melts.
Raar.
Strange, weird.
Bezorgd.
Worried.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze