

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
En de groene pannenkoek Jan is in de keuken. Jan maakt pannenkoeken. Maar deze pannenkoeken zijn anders.
Deze pannenkoeken zijn groen. Jan heeft melk. Jan heeft iron. Jan heeft ook spinatie.
Spinatie is groen. Heel erg groen. Jan doet de melk in de blender. Jan doet de spinatie in de blender.
De blender maakt een groot geluid. Nu is de melk groen. De melk is heel erg groen. Jan kijkt naar de groene melk.
Dit is goed, zegt Jan. Jan maakt het beslag. Het beslag is groen. Heel erg groen. Jan heeft een pan. Jan doet boter in de pan.
De pan is warm. Jan doet het groene beslag in de pan. De pannenkoek is groen. De pannenkoek wordt ook een beetje zwaart.
Dat is normaal, zegt Jan. De pannekoek is klaar. Jan kijkt naar de pannekoek. De pannekoek is groen en zwaart.
Mooi, zegt Jan. Lisa komt in de keuken. Lisa ziet de pannekoek. Lisa kijkt naar Jan. Lisa kijkt weer naar de pannekoek.
Wat is dat? Zegt Lisa. Een pannekoek. Zegt Jan. Een groene pannekoek. Ja, zegt Jan. Een groene pannekoek.
Lisa eet de pannekoek. Lisa denkt even naar. Het is anders, zegt Lisa. Ja, zegt Jan. Het is even wennen, zegt Lisa. Ja, zegt Jan.
Maar het is niet slecht, zegt Lisa. Jan is blij. Jan maakt meer pannekoeken. Een pannekoek. Twee pannekoeken. Drie pannekoeken.
Allemaal groen. Allemaal een beetje zwaart. Wil jij een groene pannekoek? Vraagt Jan. Jij kijkt naar de pannekoek.
De pannekoek is groen. De pannekoek is een beetje zwaart. Jij denkt even naar. Ja, zegt Jij. Goed, zegt Jan. Jij eet de groene pannekoek. Het is even wennen.
Maar het is lekker nieuwe worden, Nederlands, Engels, de spinatie, de spinnets, de blender, de blender, het beslag, de bedder,
whenen, to get used to, anders, different.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze