Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Het schip van de koningin

Het is een mooie dag in Den Haag.

De zon schijnt.

De lucht is blauw.

In de haven ligt een groot schip.

Het schip is wit.

Het is van de koningin.

De koningin heet Beatrix.

Het schip is haar privé-schip.

Het water in de haven is rustig.

Het ruikt naar zout en naar vis.

Je hoort meeuwen.

De meeuwen vliegen boven het water.

Ze maken veel lawaai.

Op de kade staan mensen.

Ze kijken naar het schip.

Het schip is heel groot.

De mensen vinden het mooi.

Een man werkt aan het schip.

Hij heet Jan.

Jan is monteur.

Hij werkt al tien jaar aan het schip.

Vandaag is hij blij.

Het schip is klaar.

Jan kijkt naar het schip.

Het ziet er mooi uit.

Hij ruikt de verf.

De verf ruikt naar nieuw.

Hij hoort de golven.

De golven klotsen tegen de boot.

Het geluid is rustig.

Jan veegt zijn handen af aan een doek.

De doek is vies.

Hij heeft lang gewerkt.

Maar nu is het klaar.

Hij glimlacht.

Hij is trots.

Jan loopt naar zijn baas.

Zijn baas heet meneer De Groot.

Meneer De Groot zit in een kantoor.

Het kantoor is klein.

Er ligt een stapel papieren op tafel.

De papieren zijn wit.

Er staat veel tekst op.

Meneer De Groot leest een brief.

Hij kijkt serieus.

Jan klopt op de deur.

Meneer De Groot zegt: "Kom binnen." Jan gaat naar binnen.

Hij zegt: "Het schip is klaar.

Het kost vierhonderdvierendertigduizend negenhonderdnegenennegentig euro." Meneer De Groot kijkt op.

Hij zegt: "Wat?

Dat is veel geld." Jan knikt.

"Ja, maar het is klaar." Meneer De Groot zucht.

Hij pakt een pen.

De pen is blauw.

Hij schrijft het bedrag op.

Dan zegt hij: "Weet je, de koningin hoeft niet mee te betalen.

Want het bedrag is net geen vierhonderdvijfendertigduizend euro.

Dat scheelt één euro.

Daarom betaalt de overheid alles." Jan lacht.

"Eén euro?" Meneer De Groot lacht ook.

"Ja, één euro.

Grappig, hè?" Jan schudt zijn hoofd.

Hij denkt aan de koningin.

Zij heeft veel geld.

Maar toch hoeft ze niet te betalen.

Dat is raar.

Jan voelt zich een beetje boos.

Maar ook blij.

Het schip is mooi.

Hij is trots op zijn werk.

Buiten waait de wind.

De zeilen van het schip bewegen.

Jan hoort de vlaggen klapperen.

De vlaggen zijn rood, wit en blauw.

Hij kijkt nog eens naar het schip.

Het is een prachtig schip.

Morgen gaat de koningin varen.

Dan is alles goed.

Jan denkt aan zijn vader.

Zijn vader was ook monteur.

Hij werkte aan kleine boten.

Jan was toen een kind.

Hij keek naar zijn vader.

Hij wilde ook monteur worden.

Nu is hij monteur.

En hij werkt aan een schip van de koningin.

Dat is bijzonder.

Jan loopt naar huis.

Hij denkt aan de één euro.

Hij moet erom lachen.

Het is een klein bedrag.

Maar het is belangrijk.

Want daardoor betaalt de koningin niet mee.

Jan vindt het grappig en vreemd.

Hij zegt tegen zichzelf: "Soms is één euro heel veel." Thuis drinkt hij een kopje thee.

De thee is warm.

Hij zit op de bank.

Hij kijkt uit het raam.

De zon gaat onder.

De lucht is oranje.

Jan is moe.

Maar hij is tevreden.

Morgen gaat hij weer naar de haven.

Dan kijkt hij naar het schip.

En dan denkt hij weer aan die ene euro.

Tot de volgende.

Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.

Tik op een woord als je vastloopt.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze