

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
# Weekrecap Reddit Stories in Dutch - A1 — 2026-W24 Hieronder volgen de afleveringen van deze week.
Vat ze samen in één natuurlijke Nederlandse Deep Dive aflevering: geef per aflevering de kerngedachte, link de verhalen aan elkaar waar dat kan, en sluit af met wat luisteraars deze week kunnen meenemen. ## Taalniveau Dit is een A1 aflevering.
Spreek heel rustig en in heel korte zinnen.
Gebruik alleen woorden die een A1-leerder kent.
Vermijd lange bijzinnen, beeldspraak en moeilijke werkwoordstijden.
Herhaal kernideeën in eenvoudige bewoordingen. ## The School Advice Hallo, ik ben Rick, je leraar Nederlands.
Vandaag hebben we een verhaal over een school in Amsterdam.
Meester Frans zit in de docentenkamer.
Het is een kleine kamer met een grote, bruine tafel.
Het ruikt hier altijd naar koffie en naar papier.
Frans drinkt een kopje koffie.
De koffie is warm en zwart.
Buiten hoort hij de leerlingen.
Ze lachen en praten.
Het is pauze.
Straks begint zijn les weer.
Zijn collega, juf Anja, komt binnen.
Ze pakt ook een kopje koffie.
Ze gaat naast Frans zitten.
"Frans," zegt ze, "heb je de nieuwe lijst gezien?
Er komen twee nieuwe leerlingen in jouw klas." Frans knikt.
Hij kijkt naar zijn koffie.
"Ja, ik heb het gezien.
Ze komen van de havo, denk ik?" "Ja, natuurlijk," zegt Anja.
"Het is weer hetzelfde verhaal.
Elk jaar weer." Ze zucht.
"Ze krijgen een te goed advies van de basisschool.
De ouders willen dat hun kind naar de havo of het vwo gaat.
De school zegt dan 'oké'.
Maar het is vaak te moeilijk voor de leerling." Frans denkt aan vorig jaar.
Hij denkt aan Bas.
Bas was een jongen die in november in zijn klas kwam.
Hij kwam ook van de havo.
In het begin was Bas heel stil en verdrietig.
Hij dacht: ik ben niet slim.
Hij voelde zich een mislukking.
De eerste weken zei hij bijna niks.
Hij zat alleen aan zijn tafel en keek naar buiten.
Frans praatte elke dag even met hem.
"Hoe gaat het, Bas?" vroeg hij dan.
Bas zei dan alleen: "Goed." Maar deze school is een praktijkschool.
Hier leer je met je handen werken.
Dat is anders dan op de havo.
Op de havo moet je veel uit boeken leren.
Hier leer je een vak.
Koken, hout bewerken, metaal bewerken.
Frans geeft les in houtbewerking.
Hij zag dat Bas goed was met zijn handen.
Heel precies.
Frans gaf Bas een klein project.
"Bas, kan jij een vogelhuisje maken?
Hier is het hout en hier is het plan." Bas keek naar het plan.
Hij keek naar het hout.
Langzaam begon hij te werken.
Hij was heel geconcentreerd.
Na een week was het vogelhuisje klaar.
Het was perfect.
Alle andere leerlingen zeiden: "Wow, Bas, dat is mooi!" Frans zag Bas voor het eerst lachen.
Het was een kleine lach, maar het was een begin.
Nu is Bas een van de beste leerlingen.
Hij is blij.
Hij maakt prachtige meubels van hout.
Hij heeft vrienden.
Hij weet nu: ik ben niet dom.
Ik ben gewoon goed in andere dingen.
Leren met mijn handen is mijn talent.
Juf Anja kijkt Frans aan.
"Waar denk je aan?" "Aan Bas," zegt Frans.
"Het komt wel goed met die nieuwe leerlingen.
Ze hebben gewoon even tijd nodig.
Ze moeten zien dat ze hier ook heel veel kunnen leren.
Dat ze hier wél succes kunnen hebben." De bel gaat.
De pauze is voorbij.
Frans staat op.
Hij voelt zich niet meer zwaar.
Hij voelt zich energiek.
Hij loopt naar zijn klas.
Hij ziet de twee nieuwe gezichten.
Ze kijken een beetje bang en verdrietig.
Net als Bas, vorig jaar.
Frans lacht vriendelijk naar ze.
Hij denkt: welkom.
Het komt goed.
Hier vind je je plek.
Tot de volgende.
Alle transcripten vind je op dutchfluency.com slash transcripts. The Lazy Dog. Hallo allemaal.
Ik ben Rick, jullie leraar uit Den Haag.
Vandaag heb ik een grappig verhaal.
Het komt van het internet.
Het gaat over een hond.
Luister maar goed.
Dit is het verhaal van Daan.
Hij woont in Haarlem.
Daan woont niet alleen.
Hij heeft een hond.
De hond heet Bello.
Bello is een heel grote hond.
Hij heeft een bruine vacht en grote oren.
Bello is heel lief, maar hij heeft één probleem.
Hij is heel erg lui.
Hij slaapt het liefst de hele dag op de bank.
En hij eet heel graag.
Het is zaterdagochtend.
Daan kijkt uit het raam.
De zon schijnt en de lucht is blauw.
Daan pakt zijn jas en de rode hondenriem.
"Kom Bello, we gaan wandelen," zegt Daan.
Bello ligt op zijn rug.
Hij kwispelt met zijn staart.
Hij wil wel naar buiten.
Samen gaan ze op pad.
Ze lopen in een lange straat.
Het is best druk.
Er zijn veel mensen met tassen.
Ze gaan naar de markt om boodschappen te doen.
Daan en Bello lopen rustig.
Bello snuffelt aan een boom.
Hij snuffelt aan een prullenbak.
Alles gaat goed.
Het is een normale wandeling.
Maar dan gebeurt er iets.
Bello stopt met lopen.
Hij staat stil.
Daan trekt een beetje aan de riem.
"Kom Bello, we gaan verder," zegt Daan.
Maar Bello doet niets.
Hij gaat zitten, midden op de stoep.
De stoep is niet breed.
Mensen moeten om hem heen lopen.
Een oude vrouw lacht.
Een man kijkt boos.
Daan voelt zich warm.
Zijn wangen worden rood.
"Bello, kom op nou," zegt Daan zacht.
"We moeten naar huis." Bello kijkt onschuldig met zijn grote bruine ogen.
Maar hij staat niet op.
Sterker nog, hij gaat helemaal plat liggen.
Hij sluit zijn ogen.
Hij gaat gewoon slapen, midden op de drukke straat!
Daan weet niet wat hij moet doen.
Daan zucht diep.
Hij kan de grote hond niet dragen.
Bello is te zwaar.
Dan heeft Daan een idee.
Hij zoekt in zijn jas.
Gelukkig!
Hij heeft een hondenkoekje.
Het ruikt naar vlees.
Daan houdt het koekje voor de neus van Bello.
"Kijk Bello, een lekker koekje," zegt hij.
Bello opent één oog.
Hij ruikt, en sluit zijn oog weer.
Zelfs het koekje helpt niet!
Daan staat daar met een slapende hond.
Het is heel gênant.
Dan hoort Daan een geluid.
Klik, klak, klik, klak.
Het is een ander hondje.
Een heel klein, wit hondje.
Het loopt met een meisje.
Het witte hondje ziet Bello en blaft zacht.
"Waf, waf." Bello opent zijn ogen.
Hij ziet het hondje.
En wat doet Bello?
Hij staat heel snel op!
Hij schudt zijn vacht.
Hij staat mooi rechtop.
Hij loopt direct naast Daan.
Hij loopt als een perfecte, brave hond.
Daan kan zijn ogen niet geloven.
Het meisje stopt en lacht.
"Wat een brave hond heeft u," zegt ze vriendelijk.
"Hij luistert echt goed!" Daan lacht een beetje ongemakkelijk.
"Ja, heel braaf," zegt hij.
Daan en Bello lopen naar huis.
Bello loopt nu heel snel en trekt niet aan de riem.
Daan schudt zijn hoofd en glimlacht.
Honden zijn soms net mensen, denkt hij.
Ze doen precies wat ze zelf willen.
En ze willen altijd stoer doen voor anderen.
Tot de volgende.
Alle transcripten vind je op dutchfluency.com/transcripts. Hallo allemaal.
Ik ben Rick, jullie leraar uit Den Haag.
Vandaag heb ik een interessant verhaal voor jullie.
Het verhaal gaat over werk en over belangrijke keuzes maken.
Het is maandagmorgen, acht uur.
We zijn in de mooie stad Delft.
We zijn in een grote supermarkt.
De supermarkt is licht en heel schoon.
Als je binnenkomt, ruik je direct vers brood.
Het brood is warm en ruikt fantastisch.
Je hoort de geluiden van de winkel.
Je hoort de kassa.
Beep, beep, beep.
Er zijn al veel mensen in de winkel.
Ze kopen appels, bananen, melk en kaas.
Bas werkt in deze supermarkt.
Bas is de baas van de winkel.
Hij is de manager.
Bas houdt heel erg van zijn werk.
Hij houdt van lekker eten en praat graag met mensen.
Bas draagt vandaag een net, blauw overhemd.
Normaal lacht hij altijd.
Maar deze ochtend lacht Bas niet.
Bas zit in zijn kleine kantoor.
Het kantoor is helemaal achter in de winkel.
Het is stil in het kantoor.
Je hoort de kassa hier niet.
Bas drinkt een kopje koffie.
De koffie is heet en sterk.
Bas kijkt serieus naar zijn computer.
Hij leest belangrijk nieuws.
Het nieuws gaat over een grote organisatie.
Een grote club voor bedrijven.
De club heet VNO-NCW.
Het is een club voor alle grote bedrijven in Nederland.
De supermarkt van Bas is ook lid van deze club.
Bas zucht diep.
Hij is helemaal niet blij met deze club.
De club wil andere dingen dan de supermarkten.
De club praat veel over grote fabrieken en over de overheid.
Maar Bas denkt alleen aan zijn mooie winkel.
Hij denkt aan vers fruit en blije klanten.
Een supermarkt is anders dan een fabriek.
Emma komt het kantoor binnen.
Emma is de assistent van Bas.
Ze heeft kort rood haar en draagt een groene trui.
"Goedemorgen Bas," zegt Emma vrolijk.
"Waarom kijk je zo serieus?
Is er een probleem?" Bas kijkt naar Emma en neemt een slokje koffie.
"Ik ben niet boos, Emma," zegt Bas.
"Ik denk heel goed na.
Ik denk na over onze grote club voor bedrijven." "Oh," zegt Emma verbaasd.
"Wat is er met de club aan de hand?" "Wij passen niet meer bij de club," legt Bas uit.
"Wij zijn een supermarkt.
Wij werken met eten en normale mensen.
Wij willen onze eigen keuzes maken.
Daarom stappen wij uit de club.
Alle supermarkten gaan weg bij de organisatie." Emma knikt langzaam.
Ze begrijpt het verhaal.
"Dat is een groot besluit," zegt ze.
"Maar ik denk dat het een heel goed besluit is.
Wij moeten doen wat het beste is voor onze eigen klanten." Bas typt een e-mail op zijn computer.
Hij schrijft: "Beste organisatie, wij stoppen.
Wij gaan onze eigen weg.
Wij kiezen voor onszelf.
Vriendelijke groet, de supermarkten." Bas klikt op de knop.
Klik.
De e-mail is verzonden.
Hij voelt zich heel erg vrij.
Het was een moeilijke keuze, maar het is zeker de goede keuze.
"Kom," zegt Bas blij tegen Emma.
"We gaan snel terug naar de winkel." Bas helpt een oude vrouw met een pak suiker in de winkel.
Bas is gelukkig.
Hij heeft geen grote club nodig.
Hij heeft zijn prachtige winkel.
Dat is voor hem meer dan genoeg.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts. ## Paper Tea Hallo allemaal.
Ik ben Rick, jullie leraar uit Den Haag.
Vandaag heb ik een grappig verhaal voor jullie.
Het is een verhaal over thee.
Nederlanders drinken heel veel thee.
Bij het ontbijt, in de middag, of in de avond.
Wij houden van thee.
We drinken groene thee, zwarte thee en thee met fruit.
Soms met suiker, soms met honing.
Thee is altijd lekker.
Het is zaterdagochtend.
We zijn in een klein huis in Breda.
Breda is een mooie stad in het zuiden van Nederland.
Emma woont in dit huis.
Ze ligt in haar bed.
Het bed is heel warm en zacht.
Emma heeft een grote, witte deken.
Ze wil onder de deken blijven.
Maar ze moet opstaan.
Het regent buiten.
Tik, tik, tik.
De regen valt zacht op het raam.
Het geluid van de regen is mooi, maar de lucht is grijs.
Er is geen zon vandaag.
Emma is nog heel erg moe.
Ze heeft gisteren lang gewerkt.
Ze werkt in een kledingwinkel.
Het was gisteren heel druk in de winkel.
Ze heeft veel mensen geholpen.
Ze heeft veel gepraat.
Nu is ze moe.
Ze wil vandaag niet werken.
Ze wil vandaag uitrusten.
Ze rekt zich uit en stapt uit bed.
Haar voeten raken de vloer.
De vloer is koud.
Ze zoekt haar sokken.
Ze doet dikke, rode sokken aan.
Nu heeft ze warme voeten.
Maar haar handen zijn nog koud.
Ze heeft het koud.
Ze wil iets warms drinken.
Ze wil een lekkere, warme kop thee.
Emma loopt langzaam naar de keuken.
Ze loopt de trap af.
De keuken is klein en wit.
Er staat een kleine tafel met twee stoelen.
Ze pakt de waterkoker.
Ze doet koud water in de waterkoker.
Ze drukt op de knop.
Nu moet ze wachten.
Ze kijkt door het raam van de keuken.
Ze ziet de straat.
De straat is nat.
Er zijn geen mensen op straat.
Iedereen slaapt nog.
Het water kookt.
Het maakt een hard geluid.
Sssss.
Het water is nu heel heet.
Emma pakt een grote, gele mok uit de kast.
Het is haar favoriete mok.
Er staat een kleine, zwarte kat op de mok.
Ze drinkt altijd uit deze mok.
De grote, gele mok maakt haar blij.
Dan opent ze een andere kast.
Ze zoekt de thee.
Ze kijkt op de plank.
Ze ziet koffie.
Ze ziet suiker.
Ze ziet een pak koekjes.
Maar waar is de thee?
Ze zoekt in een andere kast.
Niets.
De doos met thee is leeg.
Oh nee, denkt Emma.
Geen thee op zaterdagochtend?
Dat is een groot probleem.
Emma denkt na.
Wat nu?
Dan heeft ze een goed idee.
Ze loopt naar de gang.
Daar hangt haar jas.
Ook staat haar tas op de grond.
Haar tas van het werk.
Ze opent de tas.
Ze zoekt in de tas.
Ja!
Ze voelt iets.
Het is een klein zakje.
Het is een theezakje.
Groene thee met citroen.
Ze heeft dit theezakje gisteren van een collega gekregen.
Emma is heel blij.
Ze loopt snel terug naar de witte keuken.
Ze doet het theezakje in de grote, gele mok.
Ze giet het hete water in de mok.
Het water wordt langzaam groen.
Ze ruikt de citroen.
Het ruikt heel fris en zoet.
Ze pakt de warme mok met twee handen vast.
Haar handen zijn nu ook warm.
Ze loopt naar de woonkamer en gaat op de bank zitten.
Ze neemt een klein slokje.
De thee is heet en lekker.
Emma kijkt naar de regen buiten.
Ze lacht.
Het is een goede zaterdag.
Ze hoeft vandaag niets te doen.
Alleen maar warme thee drinken en boeken lezen.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts. The Torn Pants. Hallo allemaal.
Ik ben Rick, jullie leraar uit Den Haag.
Vandaag heb ik een heel grappig verhaal voor jullie.
Het is een verhaal van het internet.
Het heet 'ik perzik in het echt'.
De perzik staat voor billen.
Ja, je billen!
Het is een heel normaal, maar heel grappig probleem.
Luister maar.
Het is zaterdag.
Het weer is mooi in Rotterdam.
De zon schijnt en de lucht is blauw.
Mijn vriend Daan loopt in de stad.
Daan is een lange man.
Hij is vrolijk, want hij heeft weekend.
Daan heeft nieuwe kleren nodig.
Hij zoekt een nieuwe broek.
Zijn oude broek is kapot.
Daan loopt naar een grote kledingwinkel in het centrum.
De winkel is heel druk.
Er zijn veel mensen.
Er is muziek in de winkel.
Het is gezellige muziek.
Daan kijkt naar de broeken.
Hij ziet rode broeken, blauwe broeken en zwarte broeken.
Daan houdt van blauw.
Hij pakt een mooie, blauwe broek.
'Deze broek is mooi,' denkt Daan.
'Ik ga de broek passen.' Daan loopt naar het pashokje.
Het pashokje is een kleine kamer in de winkel.
Daar kan je kleren proberen.
Daan doet zijn oude broek uit.
Hij doet de nieuwe, blauwe broek aan.
Maar er is een probleem.
De broek is een beetje klein.
Daan trekt en trekt.
Pff, het is moeilijk.
Uiteindelijk is de broek aan.
Daan kijkt in de spiegel.
De broek zit heel strak.
Heel erg strak.
'Misschien is dit de mode,' denkt Daan.
'Strakke broeken zijn modern.' Dan gebeurt er iets.
De telefoon van Daan valt op de grond.
Boem.
De telefoon ligt op de vloer van het pashokje.
Daan moet zijn telefoon pakken.
Hij buigt naar voren.
Hij buigt diep naar de grond.
En dan hoort hij een geluid.
Rrrrrrrt.
Daan schrikt.
Hij weet direct wat het is.
Het is de broek.
De nieuwe, blauwe broek is kapot.
En waar is de broek kapot?
Precies op zijn billen.
Een groot gat op zijn achterwerk.
De perzik, zeg maar.
Daan kijkt in de spiegel.
Hij ziet zijn eigen onderbroek.
Zijn onderbroek is felrood met witte stippen.
Iedereen kan het zien!
Daan krijgt een rood gezicht.
Hij schaamt zich heel erg.
Wat moet hij nu doen?
Hij kan niet naar buiten lopen.
Hij heeft een kapotte broek aan.
En zijn oude broek ligt op de stoel.
Maar de nieuwe broek is van de winkel.
Hij moet de winkel betalen voor de kapotte broek.
Daan doet de kapotte broek snel uit.
Hij doet zijn oude broek weer aan.
Hij neemt de kapotte, blauwe broek in zijn handen.
Hij loopt heel langzaam naar de kassa.
Bij de kassa staat een vrouw.
Ze heet Anna.
Anna lacht vriendelijk.
'Hallo,' zegt Anna.
'Heb je een mooie broek gevonden?' Daan kijkt naar de grond.
'Nou, ja en nee,' zegt Daan zacht.
Hij legt de broek op de balie.
Anna ziet het grote gat.
'Oh,' zegt Anna.
Ze probeert niet te lachen.
Maar haar ogen lachen wel.
'Ik bukte,' zegt Daan.
'En toen ging de broek kapot.
Ik wil hem graag betalen.
Sorry.' Anna begint hard te lachen.
Ze vindt het heel grappig.
'Dat geeft niet, meneer,' zegt Anna.
'Dit gebeurt heel vaak.
De broek was gewoon te klein.
Je hoeft niet te betalen.' Daan is heel blij.
Hij is ook opgelucht.
Hij lacht nu ook.
Daan koopt een andere broek.
Een broek die wel groot genoeg is.
Hij loopt vrolijk de winkel uit.
Zijn rode onderbroek is weer veilig.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts. Hallo allemaal.
Ik ben Rick, jullie leraar uit Den Haag.
Vandaag heb ik een rustig verhaal voor jullie over de natuur en de stad.
Luister mee.
Het is zondagmorgen.
De zon schijnt en de lucht is blauw.
Johan en Emma zijn vrij vandaag.
Ze wonen in het centrum.
Hun straat is altijd druk met auto's en mensen.
Er zijn altijd veel auto's op de weg.
Ze horen altijd bussen en trams.
Dat geluid is niet fijn.
Johan en Emma zijn moe van de drukte.
Ze willen rust en natuur.
"Zullen we gaan wandelen?" vraagt Johan.
"Ja, goed idee," zegt Emma blij.
"Ik wil graag naar het weiland." Een weiland is een groot groen veld met veel gras.
Johan pakt een rode rugzak.
Hij doet er flessen water in.
Het water is koud.
Hij maakt ook verse koffie en doet dit in een thermoskan.
De koffie ruikt heel lekker.
Hij pakt ook twee rode appels en zoete koekjes met chocolade.
Emma zoekt warme jassen.
Het is lente, maar de ochtend is een beetje koud.
Ze zijn klaar voor de wandeling.
Ze pakken de fietsen en rijden naar Schiedam.
Dat is een plaats naast Rotterdam.
Het is een mooie route om te fietsen.
Ze fietsen langs het water en zien kleine boten.
Na een half uur zijn ze er.
Ze zetten de fietsen tegen een hek en lopen op een smal pad.
Het is hier prachtig.
Het gras is heel groen en zacht.
Er staan gele en witte bloemen in het gras.
De witte bloemen zijn klein.
Emma ruikt eraan.
Ze ruiken zoet en fris.
Ze houdt erg van bloemen.
Het is hier heel rustig.
Ze horen geen auto's of trams.
Ze horen geen bussen.
Ze horen alleen vogels in de lucht.
De kleine vogels zingen een vrolijk lied.
"Wat is het hier stil," fluistert Johan.
"Ja, fantastisch," antwoordt Emma.
"Ik voel me direct rustig.
Dit is veel beter dan de drukke straat." Ze lopen verder.
De wind is koud, maar de zon is warm.
Ze zien drie bruine eenden in het water.
De eenden zwemmen langzaam.
Ze maken een grappig geluid.
Dan stopt Emma.
Ze wijst naar de horizon.
"Kijk daar eens, Johan," zegt ze verrast.
Johan kijkt.
Hij ziet het groene weiland en drie grote koeien.
De koeien zijn zwart en wit.
De koeien eten gras.
Maar achter het gras ziet hij iets anders.
Hij ziet de skyline van Rotterdam.
Het is een bijzonder beeld.
Op de voorgrond is de stille natuur.
Op de achtergrond is de drukke stad.
Ze zien de hoge gebouwen van glas en steen.
De gebouwen zijn grijs en blauw.
Ze lijken dichtbij, maar zijn ver weg.
"Dat is grappig," lacht Johan.
"We staan in de natuur, maar we kijken naar de grote stad." "Ja, een prachtig contrast," zegt Emma.
"De rust van Schiedam en de hoge gebouwen van Rotterdam in één plaatje." Ze gaan in het zachte gras zitten.
Johan opent de rode rugzak.
Hij geeft Emma een beker koffie.
De koffie is lekker warm en ruikt zoet.
Ze drinken koffie en eten een koekje met chocolade.
Ze eten ook een rode appel.
Ze kijken naar het mooie uitzicht.
De koeien, het gras, en de stad.
"Ik hou van de stad," zegt Johan.
"Maar ik hou ook van deze rust.
Dit is een perfecte zondag." Emma zegt ja.
Ze denkt aan de drukke straat in het centrum.
Ze is blij dat ze nu in het rustige weiland is.
De natuur is goed voor mensen.
Ze willen volgende week weer naar het weiland gaan.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts. De prijs van een brood. Hallo, ik ben Rick, jouw leraar uit Den Haag.
Vandaag heb ik een interessant verhaal voor je.
Het gaat over geld en werk.
Het is zaterdagochtend.
Het regent hard.
De lucht is grijs.
Maar binnen in het café in Leiden is het warm.
Het café heet De Rode Tulp.
Het ruikt er naar verse koffie en zoete taart.
Johan zit aan een kleine, ronde tafel.
Hij drinkt een grote kop zwarte koffie.
Hij leest de krant.
Johan is vijftig jaar oud.
Hij draagt een warme, blauwe trui.
Tegenover hem zit Emma.
Emma is achttien jaar oud.
Zij is de nicht van Johan.
Emma drinkt warme chocolademelk met veel slagroom.
Ze eten samen een groot stuk appeltaart.
De appeltaart is erg lekker.
Emma kijkt heel blij.
Ze lacht naar Johan.
"Ik heb goed nieuws, oom Johan," zegt Emma.
"Oh, vertel," zegt Johan.
Hij legt zijn krant op de tafel.
"Ik krijg meer loon," zegt Emma.
"Het minimumjeugdloon gaat omhoog.
Dat is het geld voor jonge mensen.
Ik werk in de supermarkt.
Nu krijg ik meer geld voor mijn werk." Johan knikt.
"Dat is heel goed nieuws, Emma.
Gefeliciteerd." Maar dan kijkt Johan een beetje bezorgd.
Hij kijkt naar zijn koffie.
Hij denkt na over geld.
Alles is al zo duur.
"Maar Emma," zegt Johan.
"Als jij meer geld krijgt, worden de boodschappen dan niet heel duur?
Moet ik straks veel meer betalen voor mijn brood en kaas?" Emma neemt een slok van haar chocolademelk.
Ze denkt even na.
"Dat is een goede vraag," zegt ze.
"Veel mensen denken dat.
Ze denken: jonge mensen krijgen meer geld, dus de supermarkt wordt heel duur." "Ja, precies," zegt Johan.
"De baas van de supermarkt wil geen geld verliezen.
Dus hij maakt de appels en het brood duurder." Emma pakt een wit servet.
Ze pakt ook een pen uit haar tas.
"Kijk," zegt ze.
Ze tekent een cirkel op het servet.
"Dit is de prijs van een brood.
Het brood kost drie euro." Johan kijkt naar de tekening.
"Ja, drie euro.
Dat is al best veel." "Mijn loon is maar een heel klein stukje van die drie euro," zegt Emma.
Ze kleurt een heel klein stukje van de cirkel zwart.
"De rest van het geld is voor de boer, de fabriek, en de huur van de winkel." "Dus als jouw loon omhoog gaat, verandert er niet veel?" vraagt Johan.
"Nee," zegt Emma.
"Misschien kost het brood straks drie euro en twee cent.
Niet vier euro.
De prijzen stijgen een heel klein beetje.
Maar ik kan nu wel mijn boeken voor school betalen." Johan kijkt naar het servet.
Hij begrijpt het nu.
Hij lacht.
"Twee cent extra voor een brood," zegt Johan.
"Dat vind ik niet erg.
Ik betaal graag twee cent extra.
Dan hebben jonge mensen zoals jij een goed loon." Emma lacht ook.
"Dank je wel, oom Johan." Ze eten de rest van de appeltaart op.
De muziek in het café is rustig.
Buiten regent het nog steeds, maar binnen is het gezellig.
Johan is blij.
Hij is niet meer bang voor dure boodschappen.
Hij is blij dat Emma een goed loon heeft.
Jonge mensen werken hard.
Ze verdienen eerlijk geld.
Johan roept de ober.
Hij betaalt de rekening voor de koffie en de taart.
En hij geeft de ober een extra fooi.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze