

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Lena woont in warschau, een grote stad in Polen.
Ze leert Nederlandse op een kleine school.
Vandaag draagt ze een gele trui.
Buiten valt regen, maar binnen is het warm.
In de klas ruikt het naar koffie en nattejassen.
Een raam staat een klein stukje open.
Lena hoort een bus en een hond.
De hond klinkt harder dan de bus.
Oleg zit al aan een tafel.
Hij heeft een boek en een rode pen.
Naast zijn boek ligt een appel.
Lena gaat naast hem zitten.
Is die appel ook voor de les?
Ja, zegt Oleg.
Hij spreekt alleen nog geen Nederland.
Lena lagt en haalt haar boek uit haar tas.
De les begint over 10 minuten.
Ze heeft nog tijd om iets te lezen.
Op haar telefoon ziet ze nieuws uit Polen.
Ze leest de naam van Donald Tusk.
Tusk werkt voor het land.
Hij is de leider van de regering.
Lena leest verder en wordt still.
Iemand heeft een slecht plan voor Tusk.
Die persoon wil hem pijn doen.
De man zit nu vast.
Wat leest je?
Fracht Oleg.
Lena laat hem het scherm zien.
Oleg leest langzaam en zegt even niets.
In de klas klinkt alleen de regen tegen het raam.
Ik vind dit geen fijn nieuws, zegt Lena.
Nee, zegt Oleg.
Maar de man zit nu vast.
Lena ligt haar telefoon op tafel.
Ze kijkt naar haar rode schoenen.
Ze denkt aan haar moeder.
haar moeder kijkt elke avond naar het nieuws.
Dan komt Eva hun leraar de klas binnen.
Ze zet haar tas op een stoel.
Ze ziet de gezichten van Lena en Oleg.
Wat is er?
Vraagt ze.
Lena vertelt over het nieuws.
Eva luistert en gaat bij hen zitten.
Ze spreekt langzaam met een zachte stem.
Jullie mogen hierover praten, zegt ze.
Welke woorden begrijp je jullie niet?
Lena wijst.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode
voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Snare een woord op haar scherm.
Eva ligt het uit met korte zinnen.
Oleg schrijft een paar woorden in zijn boek.
We weten niet alles, zegt Eva.
We lezen alleen wat hier staat.
Lena leest het bericht nog een keer.
Nu begrijp ze het beter.
Toch voelt haar buik een beetje vreemd.
Eva vraagt of ze even willen stoppen.
Lena en Oleg zeggen ja.
Ze doen hun boeken dicht en gaan naar het raam.
Buiten lopen kinderen met grote tassen.
Een kind raakt een blauwe jas.
Een ander kind springt in een plas.
Het water komt tot op zijn broek.
Die broek heeft nu ook doorst, zegt Oleg.
Lena moet lachen.
Her buik voelt alweer iets beter.
Na een paar minuten begint de les.
Eva schrijft drie woorden op het bord.
Vandaag praten ze over eten, drinken en school.
Oleg houdt zijn appel onhoog.
Mijn appel is klaar voor de les.
Heel goed, zegt Eva.
Dan mag hij naast je blijven.
Ze oefenen samen korte vragen.
Lena vraagt om brood.
Oleg vraagt om melk.
Daarna vraagt hij om tien grote taarten.
Heb je zoveel trek?
Vraagt Lena?
Nee, maar het wordt taart, klinkt heel lekker.
In de pauze eten ze bij het raam.
Lena heeft brood met kas.
Oleg eten eindelijk zijn appel.
Eva drinkt water uit een groenglas.
Lena vertelt dat ze vandaag haar moeder wil bellen.
Ze wil vragen hoe haar dag is.
Ze wil ook over de les vertellen.
Het nieuws blijft in haar hoofd.
Maar er is ook plaats voor andere dingen.
Voor de gele trui en de regen.
Voor brood met kas en een grap over taart.
Na de les stop Lena haar boek in haar tas.
Buiten is de regen bijna voorbij.
Ze loopt rustig naar de halte.
Tuis delt ze haar moeder.
Tot de volgende keer.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands.
Zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause