

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Mijn naam is Rick.
Ik woon in Den Haag, maar ik ben in Oirschot.
Ik loop over een pad.
Het is een mooie dag.
De zon schijnt.
De lucht is blauw.
Ik kijk naar het veld naast mij.
Twee maanden geleden was hier een groot probleem.
Er was een grote hitte.
Het gras en de planten werden zwart.
Alles was donker en leeg.
Het was een moeilijke tijd voor de mensen hier.
Vandaag zie ik iets anders.
Het veld is weer groen.
Kleine plantjes komen uit de grond.
Ze zijn lichtgroen en zacht.
Ik zie ook gele bloemen.
Ze bewegen in de wind.
Het ziet er vredig uit.
Ik loop verder en denk na.
Mijn vriendin Sanne woont hier.
Ze vertelde mij over de hitte.
Ze zei: 'Het was heel erg.
Alles was weg.
We waren bang.' Nu lopen we samen.
Sanne wijst naar een boom.
De boom heeft nieuwe takken.
De schors is nog donker, maar de takken zijn groen.
'Kijk,' zegt Sanne.
'Het leven komt terug.' Ik knik.
'Ja, het is mooi om te zien.' We lopen naar een bankje.
We gaan zitten.
Het bankje is van hout en voelt warm aan door de zon.
Ik hoor vogels.
Ze maken geluid.
Het klinkt blij.
Er is ook een zacht gezoem van bijen.
Sanne zegt: 'Ik ben blij dat het weer groen is.
Het voelt goed.' Ik antwoord: 'Het is bijna niet te geloven.
Twee maanden geleden was alles zwart.
Nu is het groen.' Sanne lacht.
'Ja, de tijd helpt.' We kijken naar het veld.
De wind waait zacht.
De plantjes bewegen.
Het is stil en kalm.
Ik voel me rustig.
Sanne staat op.
Ze loopt naar een plek met veel groen.
Ze bukt en raakt een plant aan.
'Deze plant is sterk,' zegt ze.
'Hij groeit snel.' Ik loop naar haar toe.
Ik zie kleine witte bloemetjes.
Ze zijn klein, maar mooi.
De bloemetjes ruiken een beetje zoet.
Sanne zegt: 'Volgende week komen er nog meer planten.
Het wordt een mooi veld.' Ik glimlach.
'Dat denk ik ook.' We lopen verder.
Het pad is lang.
We zien een konijn.
Het konijn rent weg.
Sanne lacht.
'Het konijn is ook terug.' Ik lach ook.
'Ja, alles komt terug.' We lopen naar het einde van het pad.
Daar is een klein huis.
Sanne woont daar.
We drinken koffie op het terras.
De koffie is warm en ruikt goed.
De zon is warm.
Ik kijk naar het veld.
Het is groen en vol leven.
Sanne zegt: 'Het is goed om hier te zijn.' Ik antwoord: 'Ja, het is een mooie plek.' We praten nog wat.
Sanne vertelt over de vogels die ze elke ochtend hoort.
Ze zegt: 'De vogels zingen hard.
Het klinkt fijn.' Ik luister en denk aan de stilte van twee maanden geleden.
Toen hoorde ik geen vogels.
Alles was stil en donker.
Nu hoor ik ze weer.
Het is een mooi geluid.
Dan is het tijd om te gaan.
Ik sta op.
Sanne geeft me een knuffel.
'Bedankt voor de wandeling,' zegt ze.
'Graag gedaan,' antwoord ik.
Ik loop terug naar de auto.
Ik kijk nog een keer naar het veld.
Het is groen en mooi.
Ik denk aan de zwarte tijd twee maanden geleden.
Nu is alles anders.
De natuur is sterk.
Het leven komt altijd terug.
Ik voel me blij.
Het was een goede dag.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze