Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De Avonden: Tien Dagen Saaiheid in Amsterdam

Hallo en welkom bij Bookie-Sodus, de dagelijksen podcast van Dutch Fluency, waar we beroemde

boeken samenvatten in helder Nederlands.

Ik ben Rick, jouw gids door de wereld van de literatuur.

Ben jij ooit op een zondagavond thuis geweest en dacht je, is dit het nu? Dat gevoel dat de

dagen allemaal hetzelfde zijn, dat je wacht op iets groots, maar je weet niet wat?

Als je dat gevoel kent, dan zul je het boek van vandaag begrijpen.

We gaan het hebben over een heel beroemd en belangrijk Nederlands boek.

De avonden van Gerard Reve.

Het werd geschreven in 1947, vlak na de tweede wereldoorlog.

Het verhaal is een subtitel, een winterverhaal.

En dat is precies wat het is.

We volgen de laatste tien avonden van het jaar, van 22 december tot en met oudejaarsavond.

Het is een duik in het hoofd van de 23-jarige Frits van Egters, een man die worstelt met

de saaiheid van het leven.

Stel je Amsterdam voor, eind 1946.

De oorlog is voorbij, maar de stad en de mensen zijn nog niet hersteld.

De sfeer is grijs, er is weinig geld en nog minder opwinding.

In dit decor, ontmoeten we onze hoofdpersoon Frits van Egters.

Frits is 23 jaar oud.

Hij heeft een saaie baan op een kantoor, waar hij kaartjes moet sorteren.

Overdag is hij op kantoor, maar het boek focust zoals de titel al zegt op de avonden.

Na zijn werk komt hij thuis in het appartement, waar hij woont met zijn ouders.

En dat is waar de meeste frustratie begint.

Zijn vader is een man die langzaam doof wordt.

Hij vertelt steeds dezelfde, oninteressante verhalen.

Hij is trots op zijn werk en zijn verleden, maar Frits vindt hem vooral irritant.

De moeder van Frits is een stille zorgzame vrouw.

Ze is altijd bezig in huis, maar zegt weinig.

De communicatie tussen Frits en zijn ouders is minimaal en vaak pijnlijk ongemakkelijk.

Frits voelt zich totaal niet begrepen.

Hij is intelligent en observeert alles om zich heen met een scherpe, vaak cynische blik.

Hij ziet de fysieke aftakeling van de mensen om hem heen, vooral die van zijn ouders.

Hij is geobsedeerd door kaalheid, ziekte en de dood.

Dit is zijn manier om met de leegte om te gaan.

Hij analyseert de gruwelijke details van het leven.

Naast zijn ouders heeft Frits een groep vrienden, mannen zoals Jaap, Joop en Maurits.

Maar ook deze vriendschappen bieden weinig troost.

De gesprekken zijn vaak vreemd, oppervlakkig, of zelfs een beetje wreed.

Frits heeft de neiging om zijn vrienden te plagen op een spottende manier, bijvoorbeeld over hun uiterlijk.

Het is alsof hij een reactie probeert uit te lokken, om maar iets te voelen in de grote saaie leegte van zijn bestaan.

Het verhaal begint op zondag 22 december, de eerste avond.

Frits komt thuis van een wandeling, het is koud en donker.

Binnen is de sfeer net zo kil, zijn ouders zitten in de woonkamer, zijn vader leest de krant, zijn moeder breit.

Het avondeten is een stille bijna rituele gebeurtenis.

Frits observeert zijn ouders.

Hij irriteert zich aan de manier waarop zijn vader eet, de geluiden die hij maakt.

Hij stelt zich voor hoe het zou zijn als ze dood waren.

Het zijn geen boze gedachten, meer een soort morbide nieuwsgierigheid, een ontsnapping uit de sleur.

Na het eten trekt Frits zich terug op zijn kamer.

Hij leest, luistert naar de radio en mijmert.

Hij denkt na over de tijd die voorbij gaat.

Over zijn eigen sterfelijkheid.

Hij kijkt in de spiegel en inspecteert zijn haarlijn, bang om kaal te worden.

Deze avond zet de toon voor de rest van het boek.

Een cyclus van saaie dagen op kantoor.

Gevolgd door lange, lege avonden, vol innerlijke monologen en ongemakkelijke sociale interacties.

De volgende avonden bezoekt Frits zijn vrienden.

Dit lijkt misschien een leuke afwisseling, maar het is meer van hetzelfde.

De gesprekken zijn absurd en gaan nergens over.

Op de tweede avond gaat hij naar zijn vriend Jaap.

Ze praten wat, maar Frits kan het niet laten om Jaap te pesten.

Hij ontdekt een klein kaal plekje op het hoofd van zijn vriend.

In plaats van het te negeren, begint Frits er over.

Hij beschrijft het in detail.

Hij zegt iets als, het is een kaal plekje, Jaap.

Het is niet groot.

Het is niet groter dan een dubbeltje, maar het is er wel.

Voor Frits is dit een spel.

Hij wil zien hoe Jaap reageert.

Voor Jaap is het pijnlijk.

Het toont de onmacht van Frits, om op een normale, empathische manier met mensen om te gaan.

Hij gebruikt zijn scherpe observaties als een wapen, misschien om zijn eigen onzekerheid te verbergen.

Een andere avond bezoekt hij zijn vriend Joop.

Ze hebben een bizar gesprek over een man die misschien wel of niet ziek is.

De dialogen zijn vaak komisch in hun absurditeit.

Maar onder de oppervlakte voel je de eenzaamheid en het gebrek aan echte connectie.

Niemand praat over wat echt belangrijk is, hun dromen, hun angsten, hun gevoelens over de oorlog.

Alles blijft aan de oppervlakte, verpakt in ironie en vreemde grappen.

Dan komen de kerstdagen, eerste en tweede kerstdag.

Dit zouden dagen van warmte en gezelligheid moeten zijn.

Maar voor Frits zijn ze een hel.

Op eerste kerstdag is er een familiediner.

De sfeer is gespannen en ongemakkelijk.

Frits voelt zich een buitenstaander in zijn eigen familie.

Hij probeert een gesprek te beginnen, maar het loopt al snel dood.

Hij voelt een diepe afkeer van de burgerlijke, voorspelbare wereld van zijn ouders.

Hij vlucht opnieuw in zijn eigen gedachten.

Hij heeft levendige en vaak angstaanjagende dromen.

In een van zijn dromen ziet hij zijn eigen begrafenis.

In een andere droom wordt hij achtervolgd.

Deze dromen zijn een spiegel van zijn innerlijke wereld.

Vol angst, eenzaamheid en een verlangen naar iets dat hij niet kan benoemen.

Op tweede kerstdag gaat hij naar de familie van zijn broer.

Het is een poging om te ontsnappen aan zijn eigen huis,

maar ook daar vindt hij geen rust.

Hij voelt zich niet op zijn gemak.

Hij observeert de mensen, luistert naar hun gesprekken en voelt zich steeds meer geïsoleerd.

De kerstdagen, die voor velen een hoogtepunt van het jaar zijn,

zijn voor Frits een dieptepunt.

Ze versterken zijn gevoel van leegte en desillusie.

Hij kan niet meedoen met de feestvreugde, omdat hij die niet voelt.

Het is alsof hij naar een toneelstuk kijkt,

waarin iedereen een rol speelt, behalve hij.

De dagen tussen kerst en nieuwjaar slepen zich voort.

Elke avond volgt hetzelfde patroon.

Thuiskomen, eten met zijn ouders, een bezoek aan een vriend,

of alleen zijn op zijn kamer.

De gesprekken met zijn vrienden worden niet beter.

Ze gaan over ziektes, de dood en andere naargeestige onderwerpen.

Frits vertelt een verhaal over een man die levend begraven wordt.

Hij beschrijft het met een soort klinische precisie.

Het is duidelijk dat hij gefascineerd is door het lijden,

misschien omdat het hem afleidt van zijn eigen innerlijke pijn.

De spanning in het boek bouwt langzaam op naar de laatste avond,

oudejaarsavond, eenendertig december.

Dit is de tiende en laatste avond van het verhaal.

Frits heeft geen plannen.

Zijn vrienden hebben hun eigen bezigheden.

Hij is alleen. Hij loopt door de koude donkere straten van Amsterdam.

Hij voelt zich ontroostbaar en verlaten.

Het afgelopen jaar was een teleurstelling.

En hij heeft geen enkele hoop dat het nieuwe jaar beter zal zijn.

Hij denkt: nog een jaar.

Weer een jaar ouder.

En wat heb ik bereikt? Niets.

Dit is het moment van de ultieme crisis.

Hij voelt de volle zwaarte van zijn bestaan.

Hij voelt zich klein, onbelangrijk en compleet alleen op de wereld.

Hij komt thuis en zijn ouders zijn er niet.

Ze zijn naar de buren.

De stilte in het huis is overweldigend.

Hij gaat op de grond liggen en praat tegen zijn speelgoedkonijn.

Een symbool van zijn verloren kindertijd.

Hij vertelt het konijn over zijn angsten en zijn eenzaamheid.

Het is een hartverscheurend moment van kwetsbaarheid.

En dan precies om middernacht gebeurt er iets.

De klokken beginnen te luiden.

Het nieuwe jaar begint.

Mie.

Frits staat op en loopt naar het raam.

Hij kijkt naar de donkere hemel.

In plaats van de verwachte wanhoop voelt hij plotseling iets anders.

Een soort rust.

Een openbaring.

Hij fluistert tegen zichzelf.

En dit zijn de beroemdste zinnen uit het boek.

Een beetje vereenvoudigd voor ons.

Het is gezien.

Het is niet onopgemerkt gebleven.

Wat betekent dit?

Het is een mysterieus einde.

Het is alsof Frits op dat moment het gevoel heeft dat zijn leven.

Met alle pijn, saaiheid en lijden toch waarde heeft.

Dat er een hogere macht.

Of misschien gewoon het universum zelf.

Getuige is geweest van zijn strijd.

Hij is niet langer alleen in zijn lijden.

Het is gezien.

En met die gedachte voelt hij zich gered.

Het is geen groot, dramatisch, happy end.

Zijn problemen zijn niet opeens opgelost.

Hij zal de volgende dag waarschijnlijk weer naar zijn saaie kantoorbaan gaan.

Maar er is een kleine verandering in hem.

Een sprankje hoop.

Een gevoel van acceptatie.

De cyclus van wanhoop is.

Al is het maar voor even.

Doorbroken.

Wat vertelt de avonden ons nu eigenlijk?

Het boek behandelt een aantal belangrijke thema's

die vandaag de dag nog steeds relevant zijn.

Het meest duidelijke thema is de verveling.

De saaiheid.

Na de intense jaren van de oorlog was er een verwachting van een nieuw opwindend leven.

Maar voor veel jonge mensen zoals Frits was de realiteit anders.

Het leven was grijs.

Voorspelbaar en leeg.

Het boek is een meesterlijke beschrijving van deze naoorlogse desillusie.

Het gaat niet over grote gebeurtenissen.

Maar over de kleine dagelijkse strijd om betekenis te vinden in een wereld die leeg voelt.

Een ander belangrijk thema is familie en de generatiekloof.

Frits kan niet communiceren met zijn ouders.

Hij begrijpt hun wereld niet en zij begrijpen hem niet.

De gesprekken zijn pijnlijk en oppervlakkig.

Dit is iets wat veel jonge mensen herkennen.

Het gevoel dat je ouders in een andere wereld leven

en dat je geen echte verbinding kunt maken.

Het boek is ook een diepe psychologische studie.

We zitten constant in het hoofd van Frits.

We zien de wereld door zijn ogen.

Zijn cynisme, zijn zwarte humor en zijn morbide fascinaties zijn een verdedigingsmechanisme.

Het is zijn manier om om te gaan met een wereld die hij niet begrijpt en die hem pijn doet.

Door alles te analyseren en te bekritiseren, probeert hij controle te krijgen.

Ten slotte is het een boek over de zoektocht naar spiritualiteit of betekenis in een seculiere wereld.

Frits gelooft niet in God op een traditionele manier, maar hij verlangt wel naar iets groters.

Zijn openbaring op het einde is geen religieuze bekering, maar een persoonlijk mystiek moment.

Het is het besef dat zelfs een klein, onbelangrijk leven waarde heeft en gezien wordt.

Dus, hoe eindigt het verhaal?

Het eindigt met dat ene kleine moment van hoop op oudejaarsavond.

Frits voelt zich gered.

Het is een heel subtiel en open einde.

Gerard Reve lost niet alle problemen van Frits op.

We weten niet of zijn leven echt zal veranderen in het nieuwe jaar.

Maar dat is juist de kracht van het boek.

Het leven bestaat niet uit grote dramatische oplossingen.

Het bestaat uit kleine momenten van inzicht, kleine verschuivingen in perspectief.

De avonden is geen vrolijk boek.

Het is donker, soms deprimerend en het kan ongemakkelijk zijn om te lezen.

Waarom is het dan zo'n meesterwerk?

Omdat het zo eerlijk is.

Reve durft te schrijven over de lelijkheid, de saaiheid en de eenzaamheid van het menselijk bestaan.

Maar hij doet dat met zoveel precisie, humor en uiteindelijk ook mededogen dat het prachtig wordt.

Het personage van Frits van Egters is onvergetelijk.

Je kunt hem irritant vinden, wreed zelfs, maar je begrijpt hem ook.

Je voelt zijn pijn en zijn verlangen.

Het boek is een spiegel.

Het laat ons zien dat we niet alleen zijn in onze momenten van twijfel en eenzaamheid.

En het laat zien dat zelfs in de donkerste, saaiste avonden er een mogelijkheid is voor een klein beetje licht.

Het is een boek dat je bijblijft, lang nadat je het hebt dichtgedaan, of in ons geval de podcast hebt uitgezet.

Bedankt voor het luisteren naar boekisodes.

Voor de volledige transcriptie van deze aflevering ga naar Dutchfluency.com slash transcripts.

Maar voordat je de podcast uitzet wil ik nog iets toevoegen.

Ik heb het gevoel dat we nog dieper kunnen ingaan op een paar elementen die de avonden zo uniek maken.

We hebben de sfeer, het personage en de algemene boodschap besproken.

Maar laten we het eens hebben over de details, de kleine dingen die dit boek zo rijk maken.

Een belangrijk aspect is de humor.

Ik noemde het al even, maar de humor in de avonden verdient meer aandacht.

Het is geen humor waar je hardop van gaat lachen.

Het is een donkere, cynische en soms wrede humor.

Het is de humor van Frits.

Hij maakt constant grapjes, vooral tegen zijn ouders.

Hij vertelt zijn vader bijvoorbeeld dat hij een ernstige ziekte heeft of dat het huis in brand staat.

Deze grappen zijn natuurlijk niet grappig.

Ze zijn een uiting van zijn frustratie en onmacht.

Hij kan niet op een normale manier met zijn ouders communiceren.

Dus gebruikt hij deze absurde soms kwetsende opmerkingen.

Het is zijn manier om een reactie uit te lokken.

Om iets te voelen in de eindeloze saaiheid van zijn bestaan.

Deze humor is een overlevingsmechanisme.

Als alles zinloos en grijs is, is een scherpe, pijnlijke grap.

Misschien het enige dat de stilte kan doorbreken.

En dan is er de taal van Reve.

De stijl is heel bijzonder.

Reve beschrijft alles met een ongelofelijke precisie.

Hij kan een hele alinea besteden aan het beschrijven van een lichtknopje.

Een stukje brood of de manier waarop zijn vader hoest.

Voor sommige lezers kan dit saai lijken.

Waarom al die details?

Maar die details hebben een functie.

Ze laten zien hoe Frits de wereld observeert.

Hij probeert de realiteit te vangen in woorden om er controle over te krijgen.

Als hij een object perfect kan beschrijven, dan bestaat het tenminste echt.

Dan heeft het een zekere orde en betekenis in de chaos van zijn gedachten.

Deze focus op het alledaagse, het banale, versterkt ook het gevoel van gevangenschap.

Frits zit vast in een wereld van kleine objecten en repetitieve handelingen.

Zijn universum is niet groter dan de woonkamer, zijn kantoor en de straten van zijn stad.

De gedetailleerde beschrijvingen zijn als de tralies van zijn mentale gevangenis.

Laten we ook even stilstaan bij de ouders van Frits.

Ze zijn bijna mythische figuren in hun onbereikbaarheid, de vader is doof,

en lijkt alleen maar bezig met zijn krant, zijn hoest en zijn eigen kleine wereld.

De moeder is constant aan het werk in het huishouden, zonder veel te zeggen.

Ze zijn er altijd, hun aanwezigheid is bijna verstikkend, maar er is geen echt contact.

Voor Frits vertegenwoordigen zij alles wat hij vreest.

Hij is bang om net als hen te worden.

Opgesloten in een leven zonder passie, zonder dromen, zonder betekenis.

Zijn wrede opmerkingen naar hen toe zijn niet alleen frustratie, maar ook angst.

Hij schopt tegen ze aan om zichzelf ervan te verzekeren dat hij anders is,

dat hij kan ontsnappen aan het lot dat zij lijken te accepteren.

Een ander fascinerend element zijn de dromen van Frits.

Elke avond wordt afgesloten met een beschrijving van zijn dromen.

En die dromen zijn bizar en vaak angstaanjagend.

Ze zijn gevuld met dood, verval en absurde situaties.

Deze dromen zijn de sleutel tot zijn onderbewustzijn.

Overdag probeert Frits zijn angst te verbergen achter cynisme en humor.

Maar 's nachts in zijn dromen komen al zijn angsten ongefilterd naar boven.

De angst voor de dood, de angst voor lichamelijk verval.

De angst dat het leven geen enkele zin heeft.

Deze dromen maken duidelijk dat Frits niet zomaar een verveelde jongeman is.

Hij lijdt echt.

Hij voert een innerlijke strijd die hij overdag probeert te negeren.

Het is ook belangrijk om het boek in zijn tijd te plaatsen.

De avonden werd gepubliceerd in 1947,

twee jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Nederland was bezig met de wederopbouw.

Er was een sfeer van optimisme en hard werken.

Iedereen moest meedoen om het land weer op te bouwen.

Maar onder die oppervlakte van optimisme was er ook veel onverwerkt trauma en desillusie.

De generatie van Frits was te jong om actief gevochten te hebben,

maar oud genoeg om de angst en de ontberingen van de oorlog te hebben meegemaakt.

Na de bevrijding kwam er geen grote, heroïsche nieuwe wereld.

Het leven ging gewoon door, met zijn saaiheid en zijn kleine zorgen.

Het boek van Reve was een schok,

omdat het dit gevoel van naoorlogse leegte perfect verwoordde.

Het doorbrak de mythe van de vrolijke wederopbouw.

Het liet zien dat er ook een generatie was,

die zich verloren en zonder doel voelde.

En dat brengt ons terug bij het einde van het boek.

Na 9 donkere avonden volgt de tiende avond.

Oudejaarsavond. Frits is alleen, hij loopt door de stad.

Hij voelt zich eenzamer dan ooit,

maar dan in de laatste zinnen van het boek gebeurt er iets.

Hij kijkt naar de hemel en spreekt de woorden.

Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.

Wat betekent dit?

Na alle angst, cynisme en eenzaamheid,

is er een moment van acceptatie.

Hij accepteert zijn eigen bestaan.

Hoe klein en onbelangrijk ook.

Hij ziet zichzelf en erkent zijn eigen leven.

Het is geen grote, dramatische openbaring.

Het is geen oplossing voor al zijn problemen.

Maar het is een klein moment van verbinding met de wereld

en met zichzelf.

Het is dat kleine beetje licht waar ik het eerder over had.

En na zo'n donker boek voelt dat kleine beetje licht als een enorme opluchting.

De avonden is dus veel meer dan een verhaal over een verveelde jongen.

Het is een diepe psychologische studie,

een portret van een generatie en een meesterwerk van literaire stijl.

Het is een boek dat je uitdaagt, dat je ongemakkelijk laat voelen,

maar dat je uiteindelijk ook troost kan bieden.

De erkenning dat het leven soms gewoon saai en moeilijk is

en dat het oké is om je soms verloren te voelen.

De boodschap is niet dat alles goed komt.

De boodschap is dat je gezien wordt, zelfs in je donkerste momenten.

En dat is misschien wel de meest hoopvolle boodschap die er is.

Dat was het dan echt voor deze Boekisodes over De Avonden.

Ik hoop dat ik je heb kunnen laten zien.

Waarom dit boek zo'n belangrijke plaats heeft in de Nederlandse literatuur.

En waarom het vandaag de dag nog steeds zo relevant is.

Misschien heb je nu zin gekregen om het zelf te lezen

of misschien juist helemaal niet.

Beide is goed.

Het belangrijkste is dat we samen hebben nagedacht

over wat literatuur met ons kan doen.

Bedankt voor het luisteren.

Ik hoop dat je ervan genoten hebt

en dat je iets nieuws hebt geleerd tot de volgende keer.

Bij een nieuwe aflevering van Dutch Fluency.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze