Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De Trein Die Nooit Komt

Het is maandagmorgen.

Ik sta op het station in Den Haag.

Het is koud.

De wind waait hard.

Ik voel de wind in mijn gezicht.

Het is niet leuk.

Ik wacht op de trein naar Rotterdam.

Ik kijk op mijn telefoon.

De trein komt over vijf minuten.

Goed, denk ik.

Ik zie mensen lopen.

Een man drinkt koffie.

Het ruikt naar koffie.

Lekker, denk ik.

De geur van koffie is warm en sterk.

Ik wil ook koffie, maar ik wacht op de trein.

Ik wacht.

Vijf minuten worden tien minuten.

Ik kijk weer op mijn telefoon.

De trein komt nu over tien minuten.

Huh?

Dat is raar.

De trein is te laat.

Ik voel de kou.

Mijn handen zijn koud.

Mijn vingers zijn wit.

Ik stop mijn handen in mijn zakken.

Mijn jas is dik, maar de wind is koud.

Ik hoor de wind fluiten.

Het geluid is niet mooi.

Ik wacht nog vijf minuten.

De trein komt nog niet.

Ik kijk op het bord.

Het bord is groot en zwart.

Het bord zegt: 'De trein is geannuleerd.' Wat?

Geannuleerd?

Ik word boos.

Mijn hoofd wordt warm.

Ik moet naar mijn werk.

Mijn baas is niet blij als ik te laat ben.

Ik denk: dit is niet goed.

Ik voel stress.

Mijn hart klopt snel.

Ik adem diep.

Maar het helpt niet.

Ik loop naar het andere perron.

Het perron is leeg.

Daar staat een andere trein.

De trein is blauw.

De kleur is mooi, maar ik ben niet blij.

Ik vraag aan een man: 'Gaat deze trein naar Rotterdam?' De man is oud.

Hij heeft een grijze jas.

De man zegt: 'Nee, deze trein gaat naar Amsterdam.' Oh nee, denk ik.

Ik moet naar Rotterdam.

De man loopt weg.

Zijn schoenen maken een zacht geluid.

Ik sta alleen.

Het perron is stil.

Ik wacht weer.

Na twintig minuten komt er een trein.

De trein is wit.

De deuren gaan open met een piep.

Ik stap in.

De trein is vol.

Er zijn veel mensen.

Ik sta naast een mevrouw met een grote tas.

De tas is rood.

De tas raakt mijn been.

Het doet een beetje pijn.

Ik zeg niets.

Ik ben moe.

Ik denk aan mijn bed.

Mijn bed is zacht en warm.

Ik wil slapen.

Maar ik sta in de trein.

Na tien minuten stopt de trein.

De deuren gaan open.

We zijn in Rotterdam.

Ik stap uit.

Ik loop snel naar de uitgang.

De vloer is glad.

Ik loop voorzichtig.

Maar dan hoor ik een stem: 'Meneer!

Meneer!' De stem is luid.

Ik kijk om.

Een conducteur rent naar mij.

Hij heeft een blauw uniform.

Zijn pet is ook blauw.

Hij zegt: 'Uw telefoon!' Ik kijk in mijn zak.

Mijn telefoon is weg.

Oh nee, denk ik.

De conducteur geeft mij mijn telefoon.

De telefoon is nog heel.

Ik zeg: 'Dank u wel!

U bent mijn held.' De conducteur lacht.

Zijn lach is vriendelijk.

Hij zegt: 'Graag gedaan.' Ik loop verder.

Ik ben blij.

Mijn telefoon is terug.

Maar ik ben te laat voor mijn werk.

Mijn baas kijkt boos.

Zijn gezicht is rood.

Hij zegt: 'Waarom ben je laat?' Zijn stem is hard.

Ik zeg: 'Sorry, de trein had vertraging.' Hij zegt: 'Dat is geen excuus.' Ik voel me verdrietig.

Mijn ogen worden nat.

Maar ik zeg niets.

Ik ga zitten.

Ik denk: wat een ochtend.

De trein is te laat, ik verlies mijn telefoon, en mijn baas is boos.

Morgen ga ik met de auto.

De auto is niet koud.

De auto is snel.

Ik hoop dat morgen beter is.

Tot de volgende.

Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze