Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

Robin en de stille straat

Robin is veertien jaar oud.

Hij woont niet meer thuis.

Zijn ouders hebben veel problemen.

Robin slaapt soms bij vrienden, soms op straat.

Het is koud in de stad.

De lichten van de winkels zijn fel.

Mensen lopen snel voorbij.

Niemand kijkt naar Robin.

Op een avond staat Robin bij een groot gebouw.

Een man komt naar hem toe.

De man heet Kees.

Kees zegt: "Heb je honger?" Robin knikt.

Kees geeft hem een broodje.

Dan zegt Kees: "Ik ken een plek waar je geld kunt verdienen.

Het is makkelijk." Robin wil geld.

Hij zegt: "Oké." Maar de plek is niet goed.

Robin moet dingen doen die hij niet wil.

Hij voelt zich alleen.

De mensen die komen, kijken niet naar zijn gezicht.

Ze geven geld en gaan weg.

Robin staat in een kleine kamer.

De muur is wit.

Er is geen raam.

De geur is vreemd, naar zeep en sigaretten.

Elke nacht is hetzelfde.

Robin denkt: "Ik wil weg, maar ik weet niet hoe." Hij heeft geen telefoon.

Hij heeft geen vrienden daar.

De eenzaamheid is heel groot.

Hij praat niet veel.

Soms huilt hij, maar niemand hoort het.

Op een dag komt er een jonge vrouw.

Haar naam is Sanne.

Zij is niet zoals de anderen.

Ze vraagt: "Hoe oud ben jij?" Robin zegt: "Veertien." Sanne schrikt.

Ze zegt: "Dit is niet goed voor jou.

Jij moet naar school.

Jij moet spelen." Robin lacht niet.

Hij zegt: "Ik heb geen thuis." Sanne gaat weg, maar ze komt terug.

Ze brengt een warme jas.

Ze brengt ook een boterham met kaas.

Ze zegt: "Ik heb met iemand gesproken.

Er is een plek voor jongeren.

Daar kun je slapen en eten.

Je hoeft dit niet te doen." Robin kijkt naar haar.

Hij voelt iets warms in zijn borst.

Is dat hoop?

Diezelfde week gaat Robin met Sanne mee.

Het huis is veilig.

Er zijn andere jongeren.

Er is een bed met een gele deken.

Er is warm eten.

Robin slaapt tien uur.

Als hij wakker wordt, hoort hij vogels.

Het is een nieuw geluid voor hem.

Het is niet makkelijk.

Robin denkt soms nog aan de straat.

Maar hij praat met een hulpverlener.

Hij vertelt over de eenzaamheid.

Langzaam wordt hij sterker.

Hij begint met school.

Hij leert lezen en schrijven.

Op een dag schrijft hij een brief aan Sanne.

Hij schrijft: "Dank je.

Jij zag mij.

Niemand zag mij eerder." Robin is nu ouder.

Hij wil anderen helpen.

Hij vertelt zijn verhaal aan jongeren.

Hij zegt: "Je bent niet alleen.

Er is altijd iemand die je wil helpen.

Vraag om hulp.

Dat is geen zwakte, dat is moed." De straat is stil nu.

De lichten zijn uit.

Robin loopt voorbij het gebouw.

Hij kijkt niet om.

Hij voelt de kou, maar ook de zon op zijn gezicht.

Hij is vrij.

Tot de volgende.

Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze