

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk, ik lees een nieuws.
SOPHIE: Wat is het nieuws?
RICK: Een man uit Iran, en een schot.
DAAN: Een schot?
Dat is niet goed.
Een schot is gevaarlijk.
SOPHIE: Waar is dat?
RICK: In Schoonhoven.
Dat is een stad in Nederland.
DAAN: Schoonhoven?
Dat is een stad.
Ik ken die stad niet goed.
SOPHIE: Ik ook niet.
Maar een schot is niet normaal.
RICK: Ja, de man is daar.
Hij is in Schoonhoven.
SOPHIE: De man uit Iran?
Hij schiet?
RICK: Hij zegt: ik weet niets.
Hij zegt dat twee keer.
DAAN: De man zegt dat?
Dat is vreemd.
Waarom zegt hij dat?
SOPHIE: Heeft hij een advocaat?
RICK: Ja, de advocaat is er.
De advocaat praat met de politie.
DAAN: De advocaat zegt: de man is niet schuldig.
Dat is goed.
SOPHIE: Dat is goed voor de man.
Een advocaat helpt.
RICK: De politie heeft een brief en een foto.
DAAN: Een brief en een foto van wie?
RICK: Van de man en zijn huis.
De foto is van het huis.
SOPHIE: De politie kijkt naar zijn huis.
Wat zien zij?
RICK: Zij zien niet veel.
Het huis is klein.
DAAN: Is de man nog in Schoonhoven?
RICK: Nee, hij is nu in een cel.
De cel is in een ander gebouw.
SOPHIE: Een cel is niet fijn.
Een cel is klein en niet prettig.
DAAN: Ik begrijp het niet goed.
Waarom is de man in een cel?
RICK: De politie denkt dat hij schiet.
Maar de man zegt nee.
SOPHIE: Heeft de man een familie?
RICK: Ja, een kind en een vrouw.
Het kind is klein.
DAAN: Zijn zij ook daar?
Zijn zij in Schoonhoven?
RICK: Nee, zij zijn in Iran.
Zij zijn ver weg.
SOPHIE: Dat is moeilijk voor het kind.
Het kind mist de man.
DAAN: En de man heeft werk?
Heeft hij een baan?
RICK: Werk?
Ik weet het niet.
Misschien heeft hij geen werk.
SOPHIE: Het is een raar verhaal.
Veel dingen zijn niet duidelijk.
DAAN: Ja, veel is niet duidelijk.
Ik wil meer weten.
RICK: De politie zoekt meer.
Zij zoeken informatie.
SOPHIE: Wat zoekt de politie?
Wat is belangrijk?
RICK: Een auto en een jas.
De auto is grijs.
DAAN: Een jas?
Waarom?
Een jas is normaal.
RICK: Het is koud en het is bewijs.
De jas heeft misschien een teken.
SOPHIE: Bewijs is belangrijk.
Bewijs helpt de politie.
DAAN: Ik hoop dat de waarheid komt.
De waarheid is goed.
RICK: Ja, dat hoop ik ook.
De waarheid is belangrijk.
SOPHIE: En de man?
Is hij bang?
RICK: Hij is stil.
Hij praat niet veel.
DAAN: Stil is soms goed.
Stil kan rust geven.
RICK: Ja, dat is waar.
Maar de politie wil antwoorden.
SOPHIE: Koffie is ook goed.
Koffie maakt rustig.
DAAN: Zeker, koffie is altijd goed.
Ik drink graag koffie.
RICK: Ha, dat is een goed idee.
Laten wij koffie drinken.
SOPHIE: Wij drinken koffie, en praten over werk.
DAAN: Werk is saai, dit is interessanter.
Dit verhaal is spannend.
RICK: Ja, maar wij hebben een pauze.
Een pauze is fijn.
SOPHIE: En de lunch is ook daar.
Wij hebben brood en kaas.
DAAN: Eten en drinken, dat is fijn.
Dat maakt de dag goed.
RICK: Precies.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze