

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Mila woont in Belgrado.
Ze is 25 jaar en werkt in een kleine winkel.
Vanmorgen hoorde ze nieuws op de radio.
Een man uit het verleden was naar Servië gekomen.
Zijn naam was Ratko Mladic.
Hij was vroeger een belangrijke man in het leger.
Veel mensen praten over hem.
Mila kent zijn naam van haar grootouders.
Haar oma vertelde vaak over de oorlog.
Die tijd was zwaar voor veel families.
Mila wil meer weten over wat er nu gebeurt.
Ze herinnert zich de stem van haar oma, die altijd zacht en rustig was als ze over vroeger sprak.
Soms rook het huis naar vers brood en kruiden, en dan zat Mila naast haar oma op de bank.
Haar oma zei dan: "Die tijd was niet makkelijk, maar we hebben overleefd." Mila voelt een mengeling van nieuwsgierigheid en spanning als ze aan die woorden denkt.
Ze loopt naar het plein in de stad.
De lucht is grijs en er waait een koele wind.
Er staan veel mensen.
Sommige mensen praten zacht, anderen kijken naar de lucht.
Er is een groot gebouw met een witte vlag die beweegt in de wind.
Mila ziet een oude man met een hoed.
Hij kijkt naar de grond.
Zijn handen trillen een beetje.
Mila vraagt: "Waarom bent u hier?" De man zegt: "Ik kom uit een dorp in het zuiden.
Ik wil zien hoe dit afloopt." Mila knikt en zegt: "Mijn oma had ook een moeilijke tijd." De man kijkt haar aan.
"Iedereen heeft een verhaal," zegt hij.
"Sommige verhalen zijn blij.
Andere verhalen zijn zwaar." Zijn stem klinkt oud en moe.
Mila voelt een steek in haar hart.
Ze denkt aan haar oma en aan alle verhalen die ze heeft gehoord.
Mila loopt verder.
De straten zijn stil, maar er hangt een gespannen sfeer.
Ze ziet een vrouw met bloemen in haar hand.
De bloemen zijn rood en wit.
De vrouw legt de bloemen bij een boom.
Haar ogen zijn vochtig.
Mila vraagt: "Voor wie zijn die bloemen?" De vrouw zegt: "Voor mijn broer.
Hij is nooit thuisgekomen." Mila voelt een koude rilling over haar rug lopen.
Ze denkt aan haar oma.
Haar oma had ook een broer verloren.
Mila zegt: "Het spijt me." De vrouw glimlacht zwak.
"Dank je," zegt ze.
"Het is goed om te herdenken." Mila kijkt naar de bloemen en ruikt hun zachte geur.
Even is alles stil.
Dan loopt Mila door.
Op een bank zit een jonge man.
Hij leest een boek.
Zijn haar is donker en hij draagt een bril.
Mila gaat naast hem zitten.
"Druk vandaag," zegt ze.
De man kijkt op.
"Ja," zegt hij.
"Mijn naam is Stefan.
Ik studeer geschiedenis." Mila zegt: "Ik ben Mila.
Ik werk in een winkel." Stefan zegt: "Dit is een belangrijke dag voor ons land." Mila vraagt: "Waarom?" Stefan legt uit: "Deze man heeft veel dingen gedaan.
Sommige mensen zijn boos.
Andere mensen zijn verdrietig.
Maar we moeten naar de waarheid kijken." Mila denkt na.
"Mijn oma zei altijd: 'De waarheid is als een rivier.
Je kunt haar niet stoppen.'" Stefan lacht.
"Je oma was slim." Mila glimlacht en voelt zich iets lichter.
Ze praten nog een paar minuten over het weer en over boeken.
Stefan zegt dat hij later leraar wil worden.
Mila vindt dat mooi.
Later gaat Mila naar huis.
De avond valt en de straatverlichting gaat aan.
Ze woont in een klein appartement.
Haar oma zit in de keuken.
Ze drinkt thee.
De geur van kamille vult de kamer.
Mila vertelt over de dag.
Oma luistert stil.
Dan zegt oma: "Ik was jong in de oorlog.
Ik zag veel dingen.
Maar ik wil niet boos blijven.
Ik wil vooruit kijken." Mila pakt de hand van haar oma.
Die hand is warm en droog.
"Wat moeten we doen?" vraagt ze.
Oma zegt: "We moeten praten.
We moeten luisteren.
En we moeten hopen op een goede toekomst." Mila knikt.
Ze voelt zich rustig.
Ze drinkt ook een kop thee en kijkt naar de kleine keuken waar ze zoveel herinneringen heeft.
Die avond kijkt Mila uit het raam.
De stad is stil.
Ze ziet lichtjes in de verte.
Ze denkt aan de man met de hoed.
Ze denkt aan de vrouw met de bloemen.
Ze denkt aan Stefan.
Iedereen heeft een eigen verhaal.
Mila wil haar verhaal delen.
Ze pakt een pen en papier.
Ze schrijft: "Vandaag was een bijzondere dag.
Ik zag veel mensen.
Ik hoorde veel verhalen.
Maar ik weet nu dat we samen sterk zijn." Ze legt de pen neer.
Ze voelt zich klaar voor morgen.
Morgen zal ze weer naar de winkel gaan, maar ze zal deze dag niet vergeten.
Ze kijkt nog een keer naar de lichtjes en glimlacht.
Dan doet ze het raam dicht en gaat naar bed.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze