
Een datacenter slokt 1 procent van alle stroom op. Waar blijft het?

Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Tim: Welkom bij Nieuws door de Tijd.
Vandaag hebben we een verhaal dat je niet kunt zien, maar dat je wel voelt in je portemonnee en in het stopcontact.
Stel je voor: je staat in de polder bij Middenmeer, en daar staat een gebouw zo groot als een dorp.
Het is van Microsoft.
En het gebruikt bijna 1 procent van alle stroom in heel Nederland.
Pieter: 1 procent van alle stroom?
Mijn goede heer Tim, dat klinkt als een stad!
In mijn tijd gebruikte een heel dorp hooguit wat kaarsen, een paar gaslampen en een stoommachine.
Hoe kan één enkel gebouw zoveel kracht vreten?
Tim: Vreten is een goed woord, Pieter.
Maar het is geen stoommachine.
Het zijn duizenden computers die dag en nacht draaien.
Ze slaan foto's op van jouw telefoon, ze laten YouTube-filmpjes laden, ze zorgen dat je e-mail aankomt.
En al die computers worden warm.
Dus er zijn ook enorme koelsystemen nodig.
Pieter: Koelsystemen?
In mijn tijd bewaarden we ijs in een kelder.
Maar dit klinkt als een moderne molen die maar blijft draaien zonder graan te malen.
Waarom moeten al die computers aanstaan?
Kunnen ze niet 's nachts rusten zoals een eerlijk mens?
Tim: Goeie vraag.
Maar in 2026 slapen computers niet.
Jij stuurt om 3 uur 's nachts een berichtje, en het moet meteen aankomen.
Datacenters zijn altijd aan.
Het probleem is alleen: het stroomnet raakt overvol.
Op veel plekken in Nederland mogen geen nieuwe grote datacenters meer worden gebouwd.
Pieter: Een verbod?
In mijn tijd kende men geen verbod op windmolens of pakhuizen.
Als er handel was, bouwde men.
Maar nu zegt de overheid: stop, er is geen ruimte meer op het stroomnet.
Dat is vreemd.
Is het stroomnet dan een volgelopen haven?
Tim: Precies!
Het stroomnet is als een wegennet.
Als er te veel auto's tegelijk rijden, ontstaat er een file.
En als er te veel stroom wordt gevraagd, kan het net het niet aan.
Dus de overheid heeft een grens gesteld: datacenters mogen niet groter worden dan een bepaalde omvang.
Pieter: Maar Tim, u zei dat dit ene datacenter van Microsoft 1,17 terawattuur verbruikt.
Wat is een terawattuur?
In mijn tijd spraken we over paardenkracht of tonnen kolen.
Tim: Goed dat je het vraagt.
Een terawattuur is een enorme hoeveelheid energie.
Stel je voor: een gemiddeld Nederlands huishouden gebruikt in een jaar ongeveer 3.500 kilowattuur.
Eén terawattuur is 1.000.000.000 kilowattuur.
Dus dat ene datacenter gebruikt evenveel stroom als 335.000 huizen.
Pieter: 335.000 huizen?
Dat is meer dan de hele stad Amsterdam in 1850!
En dat staat allemaal in een paar gebouwen in de polder.
Maar vertel mij: wie betaalt die stroom?
De klant?
Of Microsoft?
Tim: Uiteindelijk betaalt iedereen een beetje mee.
De stroomprijs stijgt als de vraag hoog is.
En bedrijven zoals Microsoft en Google bouwen eigen zonneparken en windmolens, maar nog niet genoeg.
Het grappige is: Google wil niet zeggen hoeveel stroom hun datacenters verbruiken.
Ze houden het geheim.
Pieter: Geheim?
In mijn tijd was een koopman trots op zijn voorraad.
Maar als je iets verbergt, denkt men dat er iets niet klopt.
Waarom zou Google zijn stroomverbruik niet openbaar maken?
Het is toch geen staatsgeheim?
Tim: Google zegt dat het concurrentiegevoelige informatie is.
Ze zijn bang dat concurrenten erachter komen hoe ze hun datacenters inrichten en gebruiken.
Maar veel mensen vinden dat onzin.
Je kunt het stroomverbruik ook zien als een soort milieu-impact.
En die moet je toch kunnen meten.
Pieter: In mijn tijd maten we de belasting van een bedrijf aan zijn winst en zijn werknemers.
Tegenwoordig meet u ook de belasting van het stroomnet.
Het lijkt erop dat deze datacenters als een olifant in de porseleinkast staan.
Ze nemen veel ruimte, maar niemand ziet ze.
Tim: Mooi beeld, Pieter.
En nu komen we bij een belangrijk leerpunt.
In het nieuws staat vaak het werkwoord 'verbruiken'.
Je kent vast 'gebruiken'.
Maar 'verbruiken' is sterker.
Het betekent dat je iets opmaakt, dat het op is.
Bijvoorbeeld: 'Ik verbruik veel water tijdens het douchen.' Of beter: 'Het datacenter verbruikt 1 procent van alle stroom.'
Pieter: Ah, dus 'gebruiken' is algemeen, maar 'verbruiken' betekent dat het echt opraakt.
In mijn tijd zeiden we: 'De koopman gebruikt zijn pen, maar de stoommachine verbruikt kolen.' Een mooi onderscheid.
Tim: Precies!
En nu terug naar het nieuws.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt dat alle datacenters samen 4,2 procent van de stroom verbruiken.
Dat is evenveel als 1,9 miljoen woningen.
Maar die cijfers zijn van 2024.
En nu weten we dat alleen Microsoft al 1 procent voor zijn rekening neemt.
Pieter: 4,2 procent?
Dat klinkt klein, maar u zei net dat het evenveel is als bijna 2 miljoen huizen.
Dat is geen klein getal.
Het is alsof een hele provincie onzichtbaar is geworden.
Zeg Tim, wat gebeurt er in uw tijd, in 2250, met datacenters?
Tim: In 2250 hebben we geen datacenters meer zoals nu.
We gebruiken kwantumopslag in kleine kristallen.
Maar de les is hetzelfde: elke technologie verbruikt energie.
Vroeger was het een stoommachine, nu een datacenter, straks een kristal.
De vraag blijft: hoe houden we het net in balans?
Pieter: Balans.
Dat woord begrijp ik.
In de handel is balans alles.
Te veel van één ding en de markt valt om.
Het stroomnet is als een markt: te veel vraag, te weinig aanbod, en de prijs stijgt.
Of het net valt stil.
Dat willen we niet.
Tim: En nu komt het interessante: de RVO heeft voor het eerst openbaar gemaakt hoeveel stroom Microsoft verbruikt.
Maar Google weigert.
Vind jij dat bedrijven verplicht moeten worden om hun stroomverbruik te delen, Pieter?
Pieter: Als koopman zeg ik: openheid schept vertrouwen.
In mijn tijd deelde een gilde zijn voorraden, zodat niemand honger leed.
Als Google zijn cijfers verbergt, voelt dat als een kist met dubbele bodem.
Maar ik begrijp ook: concurrentie is fel.
Toch denk ik dat de overheid hier een grens moet trekken.
Tim: Een grens trekken.
Dat is precies wat de overheid doet met het verbod op nieuwe grote datacenters.
Maar weet je, er worden nog wel kleinere datacenters gebouwd.
Die vallen onder de grens.
Dus het probleem groeit stilletjes door.
Pieter: Het is alsof je een emmer water vult, maar het gat in de bodem is te klein om op te vallen.
Tot de emmer overloopt.
En dan staat de hele vloer blank.
Ik vrees dat we wakker worden als het te laat is.
Tim: Misschien is dat de les van vandaag.
We kunnen niet stoppen met technologie, maar we moeten wel nadenken over de prijs.
En die prijs is niet alleen geld, maar ook stroom, ruimte en milieu.
Laten we straks verder praten over oplossingen.
Maar eerst: wat vond jij, luisteraar, van dit verhaal?
Tim: Ja, Pieter, en dat brengt me bij een belangrijk woord uit het nieuws: 'verbruik'.
Dat betekent hoeveel je gebruikt.
In het artikel staat: 'Het datacenter verbruikte 1,17 TWh.' Een groot getal, hè?
Pieter: Verbruik.
In mijn tijd zeiden we 'verteren'.
Een koopman vertert zijn voorraad.
Maar dit is anders: stroom verteren kan niet.
Het is er, of het is weg.
En 1 procent van alle stroom in Nederland?
Dat is een enorme hap uit de taart.
Tim: Precies.
En nu het leerpunt.
In het nieuws zie je vaak het woord 'gebruiken' en 'verbruiken'.
Ze lijken op elkaar, maar er is een klein verschil.
'Gebruiken' is neutraal: 'Ik gebruik een lamp.' 'Verbruiken' betekent dat het opraakt: 'De lamp verbruikt stroom.'
Pieter: Ah, een fijn onderscheid.
Net als in de handel: je gebruikt een weegschaal, maar je verbruikt graan.
Het graan is weg na het wegen.
Ik zal het onthouden.
Geef me een voorbeeld uit het nieuws, Tim.
Tim: Simpel voorbeeld: 'Mijn telefoon gebruikt een app.' Dat is normaal.
Beter voorbeeld: 'Het datacenter verbruikt 1 procent van alle stroom.' Zie je?
Bij 'verbruiken' is het iets groots, iets dat echt opgaat.
Oefen maar eens met je eigen dag.
Pieter: Ik zal proberen.
's Morgens gebruik ik een kaars om te lezen, maar de kaars verbruik ik langzaam.
Na een week is hij op.
Zo is het ook met stroom.
Maar wat vind jij, Tim, van die verborgen cijfers van Google?
Tim: Ik vind het frustrerend.
In 2250 is transparantie normaal.
We delen alles: energie, data, zelfs emoties.
Maar hier in 2026 lijkt het alsof bedrijven bang zijn voor controle.
Alsof ze iets te verbergen hebben.
En dat terwijl het stroomnet overvol raakt.
Pieter: Overvol.
Dat woord is duidelijk.
Het net zit vol, als een pakhuis dat geen nieuwe kisten meer kan bergen.
Maar waarom bouwen ze dan nog meer datacenters?
Dat is vragen om problemen.
In Amsterdam hadden we regels voor opslag: niet meer dan drie lagen hoog.
Tim: Goede vergelijking.
Maar de overheid heeft nu een verbod op grote datacenters.
Alleen kleine mogen nog.
Het probleem is: kleine datacenters samen gebruiken ook veel stroom.
Het is alsof je niet één olifant in huis hebt, maar honderd muizen die samen evenveel eten.
Pieter: Honderd muizen.
Dat beeld bevalt me.
Maar muizen zijn lastig te vangen.
En de overheid kijkt naar de olifant, niet naar de muizen.
Zie ik dat goed?
Tim: Ja, dat zie je goed.
De grens is een beetje willekeurig.
Grote datacenters mogen niet, maar kleinere wel.
En die kleine groeien door.
Het is een beetje alsof je een dam bouwt, maar het water stroomt eromheen.
Pieter, hoe zou jij dit oplossen?
Pieter: Ik zou zeggen: meet alles.
Als een gilde zijn voorraden deelt, waarom delen bedrijven hun stroomverbruik niet?
Het is geen geheim recept, het is een last op het land.
Openheid dwingt tot verantwoordelijkheid.
Maar ik hoor Google zeggen: 'Het is concurrentiegevoelig.' Dat klinkt als smoes.
Tim: Concurrentiegevoelig.
Mooi woord.
Het betekent: informatie die je niet wilt delen omdat een concurrent er voordeel uit kan halen.
Maar in dit geval gaat het om stroom, niet om een uitvinding.
Vind jij dat een goed argument, Pieter?
Pieter: Nee.
Stroom is van iedereen.
Het net is van ons allemaal.
Als een koopman zijn graanvoorraad geheim houdt, kan de markt omslaan.
Dan weten we niet of er honger komt.
Zo is het ook met stroom.
We moeten weten wie wat gebruikt om te kunnen plannen.
Tim: En plannen is nodig.
Want het stroomnet raakt overbelast.
In het nieuws staat dat er op veel plekken een verbod is op nieuwe grote datacenters.
Maar de vraag naar stroom groeit.
Denk aan al die elektrische auto's, warmtepompen, en natuurlijk AI.
Het wordt krap.
Pieter: AI?
Wat is dat nu weer?
Een nieuw apparaat?
In mijn tijd hadden we de stoommachine, die veel kolen vrat.
Maar dit klinkt als een onzichtbare kracht.
Vertel me erover, Tim.
Tim: AI is kunstmatige intelligentie.
Computers die leren en problemen oplossen.
Maar ze hebben heel veel stroom nodig.
Een AI-datacenter verbruikt soms evenveel als een kleine stad.
Het is een nieuwe stoommachine, maar dan voor de geest.
En die machine is ook nog eens dorstig.
Pieter: Een dorstige machine.
Dat klinkt als een duivel.
Maar ik begrijp: vooruitgang kost energie.
In mijn tijd was het hout en kolen, nu is het stroom.
De vraag is: kunnen we het betalen?
Niet alleen in geld, maar in de gezondheid van het land.
Tim: Precies.
En dat is waar de discussie nu over gaat.
Moeten we stoppen met datacenters?
Of moeten we het stroomnet uitbreiden?
Of moeten we zuiniger omgaan met stroom?
Wat denk jij, Pieter?
Pieter: Ik denk: eerst meten, dan beslissen.
We weten nu dat Microsoft 1 procent gebruikt.
Maar wat als Google ook 1 procent gebruikt?
Dan is het al 2 procent.
En dan komen er meer.
Straks is een kwart van alle stroom voor datacenters.
Dat is te veel.
Tim: Een kwart.
Stel je voor: een op de vier lampen in Nederland brandt voor een computer die video's verwerkt of jouw berichten opslaat.
Dat klinkt oneerlijk, vind je niet?
Pieter: Oneerlijk is het woord.
In de kerk leerden we: ieder moet bijdragen naar vermogen.
Maar hier vraagt een bedrijf meer dan zijn deel, en anderen moeten inleveren.
De huishoudens, de boeren, de ziekenhuizen.
Zij hebben ook stroom nodig.
Tim: En dat is precies wat er gebeurt.
Soms krijgen nieuwe woningen geen aansluiting omdat het stroomnet vol is.
Of boeren kunnen hun pompen niet gebruiken.
De datacenters hebben voorrang gekregen, maar nu wordt de rekening gepresenteerd.
Pieter: De rekening.
Altijd komt die.
Maar wie betaalt?
Uiteindelijk wij allemaal, via hogere prijzen of belastingen.
Het is als een belasting op vooruitgang.
Maar vooruitgang moet dienen, niet overheersen.
Tim: Mooi gezegd.
En daarom is dit nieuws belangrijk.
Het gaat niet alleen over cijfers, maar over keuzes.
Willen we een samenleving waarin technologie alles mag kosten?
Of willen we balans, zoals jij zei?
Pieter: Balans.
Ja.
Ik hoop dat de mensen in 2026 die balans vinden.
En dat ze niet wachten tot het net omvalt, zoals een markt die instort.
Laten we nu stoppen, voordat ik nog meer klaag.
Tim, wat is jouw slotgedachte?
Tim: Mijn slotgedachte is: wees nieuwsgierig naar wat er achter de cijfers zit.
Dit nieuws raakt jouw stroomrekening, jouw internet en jouw toekomst.
Praat erover met vrienden.
En als je meer wilt weten, ga dan naar nieuwsdoordetijd.com.
Daar kunnen we verder discussiëren.
Pieter: Afgesproken.
En onthoud: verbruik is niet hetzelfde als gebruik.
Gebruik een lamp, maar verbruik niet te veel stroom.
Tot de volgende keer, luisteraar.
OefenenLees
Tekst
Audio