
Verkeerd afgestelde LED’s zijn levensgevaarlijk, het lijkt...

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is nacht. Ik ga naar huis.
Ik kom van mijn werk.
Het is donker op straat. Ik rijt met mijn auto.
Er is een bus voor mij. De bus heeft licht.
Het licht is fel. Het licht is te fel. Het komt van de bus.
Het is LED licht. Ik zie het licht. Ik zie witte vlekken.
Ik kan niet goed zien. Het is gevaarlijk.
Dit gebeurt vaak. Het gebeurt nachts.
Het gebeurt als ik naar huis ga. Het gebeurt na mijn werk.
Het gebeurt als ik in de auto rijt.
Ik begrijp het niet. De politie ziet het ook.
Maar de politie doet niets.
De politie controlert niet.
De politie geeft geen boete.
De mensen in de bus weten het.
Zij weten dat het licht fel is.
Zij weten dat het gevaarlijk is.
Maar zij doen niets. Zij doen niets.
Zij checken het licht niet.
Ik krijg een boete. Ik rij het te hard.
Ik rij het drie kilometer te hard.
De weg is leeg.
De politie geeft mij een boete.
Maar het licht van de bus is fel.
Het licht van de bus maakt mij blind.
De politie doet niets.
De politie geeft geen boete.
Wij moeten veilig zijn.
Wij moeten veilig zijn op de weg.
Wij moeten veilig zijn in de auto.
Het licht van de bus moet goed zijn.
Het licht van de auto moet goed zijn.
Het licht moet niet fel zijn.
Het licht moet niet te fel zijn.
Het licht moet goed zijn.
Dan zijn wij veilig.
Dan ben ik veilig.
Dan ben jij veilig.
Dan is hij veilig.
Dan is zij veilig.
Het is belangrijk.
Dat is goed.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze