Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is nacht in een klein dorp in Brabant.
De maan schijnt.
De maan is geel en rond.
Het is stil.
Meneer Henk kan niet slapen.
Hij hoort geluiden.
Krak, krak, krak.
Het geluid is luid.
Het komt uit de tuin.
Henk staat op en loopt naar het raam.
Het raam is groot.
Hij kijkt naar buiten.
Het gras is groen in het maanlicht.
Hij ziet ratten.
Grote ratten.
Ze hebben lange staarten.
Ze lopen over het gras.
Ze eten van de planten.
De planten zijn kapot.
Henk is boos.
Hij wil de ratten weg.
De volgende dag praat Henk met buurvrouw Mien.
Mien staat in haar tuin.
Ze heeft een plant in haar hand.
'Mien, ik heb ratten in de tuin,' zegt Henk.
Mien kijkt naar Henk.
'Ja, Henk.
Ik zie ze ook.
Ze zijn overal.
Ze eten mijn bloemen.' Henk knikt.
'Wat moeten we doen?' Mien denkt na.
'Ik weet het niet,' zegt ze.
Henk heeft een idee.
'Ik ga ze vangen,' zegt hij.
'Met een luchtbuks.' Die avond gaat Henk naar buiten.
De lucht is koud.
Hij draagt een dikke jas.
Het is donker.
Hij heeft een zaklamp en een luchtbuks.
Het gras is nat.
Zijn voeten maken een zacht geluid.
Hij loopt rustig.
Hij wacht.
Hij hoort niets.
Dan ziet hij een rat.
De rat is groot.
Hij heeft lange tanden.
De rat loopt over het gras.
Henk richt de luchtbuks.
Hij ademt rustig.
Pang!
De rat rent weg.
Henk mist.
Hij is niet blij.
Hij probeert nog een keer.
Pang!
Weer mis.
Henk zucht.
'Dit is moeilijk,' zegt hij zacht.
Na een uur heeft Henk nog niks.
Hij is moe.
Hij gaat naar binnen.
De volgende nacht probeert hij het weer.
Deze keer staat hij bij de schuur.
De schuur is oud.
Het hout is bruin.
Hij hoort een geluid.
Drie ratten lopen langs.
Ze zijn snel.
Henk richt goed.
Hij houdt de luchtbuks stil.
Pang!
Een rat valt.
De rat beweegt niet.
Henk is blij.
'Eindelijk,' zegt hij.
Hij loopt naar de rat.
Hij raapt de rat op.
De rat is zwaar.
Hij legt de rat in een zak.
De andere ratten zijn weg.
Ze zijn bang.
De nacht daarna is het stil.
Geen ratten.
Henk kijkt in de tuin.
Alles is rustig.
De planten staan recht.
De maan schijnt.
Het is mooi.
Hij lacht.
'Het werkt,' zegt hij.
Buurvrouw Mien komt naar buiten.
Ze heeft een kop koffie.
'Henk, heb je de ratten weg?' Henk knikt.
'Ja, met mijn luchtbuks.
Ik schiet ze.' Mien lacht.
'Goed gedaan, Henk.
Nu kunnen we weer rustig slapen.' Henk voelt zich trots.
Hij denkt aan de ratten.
'Het was moeilijk, maar ik heb het gedaan,' denkt hij.
Hij drinkt een glas water.
Dan gaat hij naar bed.
De maan schijnt door het raam.
Het is stil.
Henk slaapt.
Geen ratten meer.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze