

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een koude, grijze ochtend in Den Haag.
De wind waait hard door de straten.
Mensen lopen snel naar hun werk.
Ze hebben hun handen diep in hun zakken.
De lucht is donker en het ruikt naar regen.
De geur van natte bladeren hangt in de lucht.
In een klein koffiehuisje op de hoek van de Laurierstraat zit een man.
Hij heet Max.
Max is vandaag niet blij.
Hij heeft een probleem.
Zijn telefoon is kapot.
Hij kan geen berichten sturen.
Hij kan niemand bellen.
Hij voelt zich alleen.
De telefoon ligt stil op tafel.
Max kijkt ernaar en zucht.
Hij denkt aan zijn vrienden.
Hij denkt aan zijn familie.
Hij kan hen niet bereiken.
Dat maakt hem verdrietig.
Hij hoort de regen tegen het raam tikken.
Het geluid is zacht en ritmisch.
Max bestelt een kop koffie.
De koffie is warm en ruikt lekker.
Hij ziet de stoom omhoog gaan.
De stoom danst in de lucht.
Hij neemt een slok.
De koffie is een beetje bitter, maar ook zoet.
Hij kijkt naar de mensen buiten.
Ze lachen en praten.
Een vrouw loopt met een hond.
De hond kwispelt.
De hond is bruin en klein.
Max voelt zich verdrietig.
Waarom is zijn telefoon kapot?
Hij heeft geen geld voor een nieuwe.
Hij voelt zijn portemonnee in zijn zak.
Hij is bijna leeg.
Hij drinkt nog een slok koffie.
De warmte helpt een beetje.
Hij denkt aan gisteren.
Gisteren werkte zijn telefoon nog.
Hij belde zijn moeder.
Nu is alles stil.
Dan komt een vrouw binnen.
Ze heeft een rode jas aan.
De jas is fel en mooi.
De kleur rood is helder in het grijze koffiehuis.
Ze loopt naar de bar en bestelt een thee.
De vrouw kijkt naar Max.
Ze ziet zijn verdrietige gezicht.
Ze loopt naar zijn tafel.
Haar stappen zijn zacht op de vloer.
Ze klinken als kleine tikken.
'Hallo,' zegt ze.
'Ik heet Sara.
Jij kijkt zo verdrietig.
Is alles goed?' Haar stem is vriendelijk en warm.
Max kijkt op.
'Mijn telefoon is kapot,' zegt hij.
'Ik kan niemand bellen.
Ik voel me zo alleen.' Zijn stem klinkt zacht.
Sara lacht.
'Geef mij je telefoon,' zegt ze.
Max geeft haar zijn telefoon.
Sara kijkt ernaar.
Ze draait hem om.
Ze drukt op een knop.
De telefoon gaat aan!
Er is een geluid.
Het scherm wordt licht.
Het licht is wit en helder.
Max is verrast.
'Wat?
Hoe?' Sara lacht weer.
'Je telefoon was niet kapot.
Hij stond uit.
Je had per ongeluk op de uit-knop gedrukt.' Max voelt zich dom.
Maar hij lacht ook.
'Dank je wel, Sara!
Jij bent een engel.' Sara geeft de telefoon terug.
'Geen probleem.
Soms hebben we hulp nodig van anderen.' Max bestelt een tweede kop koffie voor Sara.
De koffie komt snel.
Ze praten een uur.
Max vertelt over zijn werk.
Hij werkt in een winkel.
Hij verkoopt boeken.
Sara vertelt over haar hond.
De hond heet Pip.
Pip is klein en wit.
Pip heeft een zacht wit vachtje.
Ze lachen veel.
De tijd gaat snel.
Max voelt zich niet meer alleen.
Hij hoort Sara's stem en hij lacht.
Als Sara weggaat, voelt Max zich blij.
Zijn telefoon werkt.
Hij heeft een nieuwe vriendin gemaakt.
Het is een goede dag.
De zon komt een beetje door de wolken.
Het licht valt op de tafel.
Max denkt: 'Soms is het probleem niet groot.
Soms is het alleen een kleine fout.
Maar een vriendelijk persoon kan alles veranderen.
Ik ben blij dat Sara binnenkwam.
Ik zal haar morgen weer zien.
We drinken dan samen koffie.' Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze