Alle podcasts

De Gouden Eeuw en de VOC

Vandaag nemen we je mee naar een tijd van glans en schaduw.

De 17e eeuw.

De Gouden Eeuw.

Een periode waarin Nederland, een klein land aan de Noordzee, plotseling een van de rijkste plekken ter wereld werd.

Schilders maakten doeken die nu in de beroemdste musea hangen.

Kooplieden bouwden grachtenpanden die je vandaag nog kunt bewonderen in Amsterdam.

En schepen, honderden schepen, voeren naar verre landen om specerijen, zijde en porselein naar huis te brengen.

Klinkt als een sprookje, toch?

toch?

Maar elke glans heeft ook een keerzijde.

En die keerzijde, die vertellen we vandaag ook.

Waarom doet dit ertoe?

Omdat de Gouden Eeuw nog steeds overal in Nederland te zien is.

In de gevels van de huizen, in de namen van de straten, in de kunst, in de taal die jij nu leert.

Woorden zoals baas, kruier en koopman komen uit die tijd.

Maar ook omdat Nederland nu nadenkt over wat die eeuw echt betekende.

Voor de mensen hier en voor de mensen heel ver weg.

Dus pak een kop koffie, ga lekker zitten en laten we samen terugreizen.

Het begint allemaal met handel.

De Nederlanders waren geen krijgers met grote legers.

Ze waren kooplieden.

Praktisch, nieuwsgierig en hongerig naar winst.

In het jaar 1602 richtten ze een bedrijf op dat de wereld zou veranderen.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie, beter bekend als de VOC.

Dit was geen gewoon bedrijf.

Het was het eerste bedrijf ter wereld waarvan gewone mensen aandelen konden kopen.

Aandelen, dat zijn stukjes van een bedrijf die je bezit.

Als het bedrijf winst maakt, verdien jij ook.

Slim bedacht, toch?

De VOC kreeg bijzondere rechten van de Nederlandse overheid.

Het bedrijf mocht oorlog voeren, verdragen sluiten en zelfs eigen geld drukken.

Stel je dat eens voor, een bedrijf met zoveel macht als een land.

Honderden schepen voeren elk jaar uit de havens van Amsterdam, Rotterdam en Middelburg.

Ze gingen naar plekken die de meeste Nederlanders alleen van verhalen kenden.

Java, Ceylon, Japan, de Molukken.

De reis duurde maanden, soms meer dan een jaar.

Veel zeelieden kwamen nooit terug.

Zeeziekte, stormen en honger maakten het leven aan boord hard.

Maar als een schip wel terugkwam, dan feest.

De schepen zaten vol met peper, kaneel, nootmuskaat en kruidnagel.

Deze specerijen waren in Europa goud waard.

Soms betaalden mensen het gewicht van een specerij in zilver.

Ja, echt.

Een handvol nootmuskaat kon een heel gezin een jaar te eten geven.

En de kooplieden die in de VOC geïnvesteerd hadden, werden stinkend rijk.

Laten we nu even de tijd stilzetten.

We stappen een grachtenpand binnen, in Amsterdam, in het jaar 1635.

Het is een koude oktobermiddag.

De wind waait langs de gracht en kruist rimpels over het donkere water.

In het grote huis aan de Herengracht knapperen kolen in de haard.

De regentenfamilie Van Beeck zit rond een zware eikenhouten tafel.

Op tafel ligt een dik grootboek, open, en daarnaast een kaars die zacht flakkert.

Vader telt munten, stuk voor stuk.

Zilveren guldens.

Ze tikken tegen elkaar met een helder geluid.

Moeder naait iets, maar haar ogen kijken steeds naar de tafel.

vol.

De kleine zoon, zeven jaar, zit op een bankje en eet een stuk brood met boter en suiker.

Suiker, toen nog een luxe.

Dan hoort de familie het.

Ver weg over het water het geluid van een kanon.

Een welkomstschot.

De dienstmeid rent naar boven.

Haar houten klompen kletsen op de trap.

Mevrouw, roept ze.

Het schip is aangemeerd.

Het schip uit Batavia.

De Gouden Leeuw.

Vader laat een munt uit zijn vingers glippen.

Die rolt over de vloer en verdwijnt onder een kast.

Hij glimlacht.

Een breed, tevreden glimlach.

Zijn investering van drie jaar geleden komt thuis.

Ze zetten hun mantels om en lopen naar de haven.

De lucht ruikt naar rook, naar vis, naar natte touwen.

Op de kade staan dragers klaar.

Kisten vol nootmuskaat en kaneel worden uitgeladen.

Het aroma van de specerijen mengt zich met de koude Amsterdamse lucht.

Het is een geur van geld.

Vader kijkt naar zijn zoon en zegt zacht.

Onthoud deze dag, jongen.

Dit is wat ons groot maakt.

De jongen knikt, maar hij begrijpt nog niet alles.

Hij ziet alleen de schepen, de mannen, de vlaggen.

En heel ver weg, bijna onzichtbaar, een paar donkere gezichten van mannen die ook meegekomen zijn.

Mannen wiens verhaal niemand opschrijft.

En daar, precies daar, begint de schaduwkant van de Gouden Eeuw.

Want al die rijkdom kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

De VOC gebruikte geweld om handel af te dwingen.

Op de Banda-eilanden, waar de Nootmuskaat groeide, werden in 1621 duizenden mensen vermoord of als slaaf meegenomen.

Dit is een donker hoofdstuk dat lang vergeten werd.

In Afrika en Azië kochten Nederlandse handelaren mensen en verkochten die weer als slaaf.

De rijkdom van sommige grachtenpanden in Amsterdam is letterlijk betaald met het lijden van anderen.

Daarom praten Nederlanders vandaag anders over de Gouden Eeuw dan vroeger.

Musea hebben nieuwe tentoonstellingen gemaakt.

Het Rijksmuseum heeft in 2021 een grote expositie over slavernij gehad.

Steden zoals Amsterdam en Rotterdam hebben officieel excuses aangeboden voor de rol van Nederland in de slavenhandel.

Het is niet om de Gouden Eeuw weg te poetsen, het is om het hele verhaal te vertellen.

De kunst van Rembrandt en het verdriet van Banda.

De winst van de kooplieden en het zwijgen van de slaven.

Alles hoort erbij.

Wat kun jij hier nu uit meenemen als je Nederlands leert.

Taal is geschiedenis.

EN

Als je door Amsterdam loopt en je ziet een huis met een beeldje van een schip erboven, weet dan dat dat een koopmanshuis was.

Als je het woord baas gebruikt, weet dan dat dat woord via slavernij in het Nederlands terecht is gekomen, uit het Maleis.

En als je leert over de Gouden Eeuw, vraag jezelf dan altijd af wie vertelt dit verhaal en wie komt er niet in voor.

Dat is de kracht van een taal leren.

Je leert niet alleen woorden en grammatica, je leert ook een manier van denken, een stukje van een land, een stukje van een verleden.

En hoe beter jij Nederlands spreekt, hoe beter jij zelf deze vragen kunt stellen.

In het Nederlands, aan Nederlanders, in cafés en musea en aan de keukentafel.

Drie woorden om te onthouden.

De rijkdom, wealth, voorbeeldzin.

De rijkdom van Amsterdam kwam uit de handel met Azië.

Het schip, the ship, voorbeeldzin.

Het schip uit Batavia kwam na een lange reis thuis.

De schaduwkant, the dark side, voorbeeldzin.

Elke eeuw heeft ook een schaduwkant die we niet mogen vergeten.

Een vraag voor jou.

In welk jaar werd de VOC opgericht?

A.

EN

1568 B.

1602 C.

1648 Tot de volgende aflevering van Nederland in Verhalen.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze