Alle podcasts

Spinoza, de filosoof van Amsterdam

Vandaag nemen we je mee naar het Amsterdam van de 17e eeuw.

We lopen door smalle straten met stinkende grachten, langs pakhuizen vol specerijen, langs de haven met schepen uit de hele wereld.

Amsterdam is rijk.

EN

Amsterdam is druk.

EN

En in deze stad woont een jongeman die later een van de belangrijkste filosofen van Europa zal worden.

Zijn naam is Baruch de Spinoza.

Hij is geboren in 1632 in een Portugees-Joodse familie.

Zijn ouders zijn gevlucht, weg van de inquisitie in Portugal, op zoek naar een plek waar ze in vrede konden leven.

Die plek is Amsterdam.

EN

Waarom vertel ik jou dit verhaal?

Omdat Spinoza een idee had dat zijn tijd op zijn kop zette.

Een idee dat mensen boos maakte, bang maakte en later ook veel mensen heeft geïnspireerd.

Spinoza zei, God en de natuur zijn één.

Geen oude man met een baard in de hemel, geen God die je straft of beloont, maar God als alles wat er is.

De bomen, de sterren, jouw ademhaling, de grachten van Amsterdam.

Alles samen, dat is God.

In zijn Latijn schreef hij Deus Sive Natura.

God, oftewel de natuur.

Twee woorden voor hetzelfde ding.

Voordat we dieper gaan, wil ik je meenemen naar een warme dag in juli 1656.

Stel je voor, het is benauwd in Amsterdam.

De zon brandt op de daken.

In de Portugese synagoge aan de houtgracht is het stil.

Te stil.

Binnen zitten de leiders van de gemeenschap.

Buiten wachten de mannen en vrouwen.

Ze weten dat er iets ergs gaat gebeuren.

Baruch is 27 jaar oud.

EN

Een jonge koopmanszoon.

Slim, rustig, met donkere ogen.

Hij staat in het midden.

Zijn handen trillen een beetje, maar hij kijkt niet naar beneden.

Een rabbijn rolt een perkament open.

Zijn stem vult de ruimte.

Hij leest de cherem voor, de ban.

De woorden zijn hard als stenen.

Vervloekt zij hij bij dag en vervloekt bij nacht.

Vervloekt als hij opstaat en vervloekt als hij gaat slapen.

Niemand mag met hem praten.

Niemand mag hem brieven schrijven.

Niemand mag onder hetzelfde dak met hem wonen.

Niemand mag binnen vier el van hem staan.

Niemand mag iets lezen wat hij heeft geschreven.

Je hoort het geschuifel van voeten.

Iemand huilt zachtjes.

Een kaars druppelt.

De geur van gesmolten was hangt in de lucht.

Baruch zegt niets.

Hij draait zich om en loopt naar de deur.

Het zonlicht snijdt zijn ogen als hij naar buiten stapt.

Achter hem sluit de deur.

Voor hem ligt Amsterdam en hij is, vanaf nu, alleen.

21 jaar, dat heeft hij nog te leven na die dag.

En in die 21 jaar gaat hij een van de mooiste filosofische boeken schrijven die Europa ooit heeft gezien.

Het boek heet De Ethica.

Hij schrijft het in het Latijn, want in die taal kunnen geleerden in heel Europa het lezen.

Maar hij publiceert het niet tijdens zijn leven.

Hij weet dat het te gevaarlijk is.

Pas na zijn dood, in 1677, komt het boek uit.

Wat staat er in dat boek?

Luister mee.

Spinoza zegt, er is maar één substantie.

Eén.

En die substantie is oneindig.

EN

Die substantie hebben we God genoemd.

Maar we kunnen haar ook natuur noemen.

Alles wat bestaat, bestaat in God.

Een vogel, een steen, een gedachte, een verdriet.

Alles is deel van dat ene grote geheel.

Jij bent niet los van de wereld.

Jij bent niet los van God.

Jij bent deel van de natuur, zoals een golf deel is van de zee.

Dit was in die tijd schokkend.

Waarom?

Omdat mensen toen geloofden dat God boven de natuur stond, apart. God had de wereld geschapen, maar God was niet de wereld zelf. Spinoza zei: nee, dat klopt niet. God is geen persoon. God heeft geen plannen. God voelt geen boosheid. God is gewoon alles wat er is.

De stilte tussen de sterren, dat is God.

De storm op zee, dat is God.

Jouw hart dat klopt terwijl je dit luistert, dat is ook God.

Waarom is dit mooi, vraag je misschien.

Omdat het iets verandert in hoe je naar het leven kijkt.

Als God en natuur één zijn, dan is er geen bestraffende God die op je let.

Dan hoef je niet bang te zijn.

Dan ben je deel van iets groters.

En dat grotere is niet vijandig.

Het is gewoon.

Het is.

Spinoza noemde dit een rustig gevoel van vrijheid.

Hij zei ook, alles gebeurt volgens wetten.

Niets gebeurt zomaar.

Als je dat begrijpt, word je kalmer.

Je boosheid wordt minder.

Je angst wordt minder.

Je gaat het leven zien zoals het is en niet zoals je wenst dat het is.

Spinoza leefde zelf ook zo.

Hij woonde in kleine kamers, hij at eenvoudig voedsel, hij sleep lenzen voor microscopen en telescopen, een fijn ambachtelijk werk, en dat werk was ook zijn inkomen.

Hij kreeg aanbiedingen voor grote banen aan universiteiten, bijvoorbeeld in Heidelberg.

Hij zei nee.

Hij wilde vrij zijn om te denken.

Hij wilde geen baas boven zich die zou zeggen wat hij mocht schrijven.

En Amsterdam, vergeet die stad niet, speelde een belangrijke rol.

Amsterdam was in die tijd een van de meest tolerante steden van Europa.

Boeken die elders verboden waren, konden hier worden gedrukt.

Mensen van allerlei geloven konden hier leven.

Dat was niet perfect, zeker niet, maar het was vrijer dan bijna overal anders.

Zonder Amsterdam zou Spinoza zijn gedachten niet zo hebben kunnen ontwikkelen.

Hij stierf jong, op zijn 44ste, in 1677, in Den Haag.

Waarschijnlijk aan een longziekte, misschien door het fijne stof van het lenzenslijpen.

Maar zijn ideeën bleven.

En luister, dit is het mooie.

Filosofen als Goethe, Einstein en vele anderen hebben later gezegd dat Spinoza hen heeft gevormd.

Einstein noemde zichzelf een soort Spinozist.

Hij zei, ik geloof in de God van Spinoza, de God die zich openbaart in de orde van de natuur.

Dus als jij vanavond naar de sterren kijkt, of in een park staat en je hoort de wind door de bomen, Denk dan eens even aan die jonge man uit Amsterdam.

Die man, die werd weggestuurd uit zijn gemeenschap, maar die niet boos bleef.

Die verder dacht, dieper dacht, rustiger dacht.

En die uiteindelijk zei, wees niet bang.

Je bent deel van het geheel.

God en natuur zijn één.

En jij bent daar ook een stukje van.

Dat is misschien wel het grootste cadeau van Spinoza aan ons.

Niet een religie, niet een regel, maar een manier van kijken.

Een rustige, open, eerlijke manier van kijken naar wat is.

Drie woorden om te onthouden.

De ban.

Na de ban mocht niemand meer met Spinoza praten.

De natuur.

Spinoza zei dat God en de natuur één ding zijn.

De vrijheid.

Hij koos voor de vrijheid om zelf te denken.

Een vraag voor jou.

Wat bedoelde Spinoza met de woorden Deus sive natura?

a.

EN

Dat God de natuur heeft gemaakt, maar er los van staat.

b.

Dat God en de natuur twee namen zijn voor hetzelfde ding.

c.

Dat de natuur sterker is dan God.

Tot de volgende aflevering van Nederland in Verhalen.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze